Durf door te gaan

In het najaar van 2017 voerde ik een crowdfunding-campagne voor de papieren versie van dit boek. Ik vond dat het verhaal rond was en dat het de wereld in moest.
Ik had het volgende, ondeugende idee gevormd: zesduizend exemplaren. Ondeugend, omdat zesduizend natuurlijk veel te hoog gegrepen was en zo, maar deugend, omdat zesduizend als eerste bij me op was gekomen. Ik voelde in op minder en op meer en beide voelde ik niet. Zesduizend klikte en voelde leuk ambitieus.
Toen bleek dat als ik de boeken zou laten ontwerpen, drukken en verzenden op een manier die recht zou doen aan waar de inhoud voor staat, dit bij zesduizend exemplaren zou kunnen voor een tientje per boek. Ik dacht: Zesduizend tientjes… Valt best mee. Moet lukken.
Let’s go.
Enthousiast en met kriebels in mijn buik nam ik een video op, maakte tekeningen en stop-motion animaties, knipte en plakte het materiaal tot een video, zette er muziek onder en vulde een campagnepagina op Voordekunst.nl. Ik ervoer plezier, lichtheid en gedrevenheid, en toen ik de campagne lanceerde, deed ik dat zonder gehechtheid aan de uitkomst.
Tenminste, dat is wat ik mezelf vertelde. Of die gehechtheid er aan het begin echt niet was, weet ik niet. Dat de gehechtheid zou komen en ik me flink door haar te grazen zou laten nemen, stond in ieder geval niet in het plan dat ik zo leuk bedacht had.
Toen de campagne na een aantal weken nog niet eens in de buurt van het doelbedrag was (en het dus al niet gelukt was om binnen een week het gestelde doelbedrag op te halen, zoals ik me had verbeeld), werd ik bang. En toen veranderde enthousiasme in schreeuwerigheid. Elke dag plaatste ik zogenaamd leuke en waardevolle berichten op social media. Ik maakte een apart filmpje voor de Vlamingen, fabriceerde afbeeldingen met daarop bemoedigende woorden van mensen die al gedoneerd hadden, plaatste die afbeeldingen en tagde de mensen in kwestie zodat zij het woord verder zouden verspreiden. Ik e-mailde me een slag in de rondte en kreeg van Google de waarschuwing dat ik het rustiger aan moest doen. Ik begon mensen via Facebook Messenger te berichten en kreeg van Facebook de waarschuwing dat ik het rustiger aan moest doen. Voor het eerst in jaren begaf ik me op Twitter om mijn Twittervolgers te bereiken. Ik maakte een Instagram-account aan, schreef een persbericht, benaderde journalisten en bewoog hemel en aarde om de campagne te laten slagen.
Tot ik besefte, met hulp van een aantal heldere vrienden, vanuit welke energie ik bezig was.
Het was best ironisch. De verkramping waar dit boek een helende zalf voor moest zijn, had me volledig overgenomen. Mijn hele hebben en houden was aan die campagne-teller komen te hangen. Weg plezier, weg lichtheid, weg authenticiteit.
Ik klapte mijn laptop dicht, nam een Free Hugs bord onder de arm en begaf me naar een kleine brug bij een druk Amsterdams kruispunt. Vanaf de eerste gedachte aan een crowdfunding-campagne had ik mezelf op die brug de laatste dagen zien uitzingen. Tot het moment dat ik er ook naartoe liep, had ik niet gesnapt waarom. Het enige dat ik had kunnen bedenken, was dat het Free Hugs-bord en ik daar op die brug wel een leuke marketingstunt zouden zijn.
Nu wist ik dat ik naar die brug liep om los te laten wat ik was gaan vastklampen. Vijf decemberdagen lang bleven laptop plus telefoon uit en gaf ik me van zonsopgang tot zonsondergang over aan een ijzige kou. En aan diepe gevoelens van schaamte. Want man, wat voelde ik me op momenten een dorpsidioot. En man, wat zouden diepe gevoelens van vreugde en liefde de overhand krijgen.
Honderden, misschien wel duizenden mensen stopten voor een omhelzing. Ik maakte ik-weet-niet-hoeveel bijzondere ontmoetingen mee, sommige kort, sommige lang. Ik hoorde vogels op een plek in de stad waar ik ze nog nooit eerder had gehoord. In plaats van moe, werd ik elke dag energieker. Ik kon het leven weer voelen.
Op dag vijf wilde ik blijven staan tot het moment dat de campagne zou aflopen. Om half twaalf ’s avonds werd ik omringd door vrienden, champagne en lekkers. Om klokslag twaalf uur hieven we het glas en liet een vriendin me via haar mobiel de eindstand zien: 753 donateurs. Fantastisch! En toch ver onder het doelbedrag. Iedereen zou z’n donatie terugkrijgen en de teller zou weer op nul komen te staan.
Ik voelde me rijk, dankbaar en succesvol mislukt.
Bijna anderhalf jaar later wilde ik een tweede sprong wagen. Ik nam een nieuw filmpje op, tuigde een nieuwe crowdfundingcampagne op, plande 5 mei als startdatum en riep een Alternatieve Bevrijdingsdag in het leven om de lancering te vieren. Een vriendin had me een prachtige locatie aangeboden en ik nodigde een veertigtal mensen uit. Ik was helemaal klaar voor een nieuwe ronde en toen vond de politie mijn moeder dood in haar huis.
Ik schrok, maar was niet verrast. Mama had zo lang ik me kon heugen aan de drank gezeten, steeds zwaarder, en dit was zo ongeveer hoe ik me soms voorstelde dat haar leven zou eindigen. Aan de sporen te zien was ze in de badkamer gevallen, vanwaar ze zichzelf nog naar de slaapkamerdeur had weten te slepen, om daar te bezwijken.
Deze keer geen champagne met vrienden, maar tiramisu uit de supermarkt. Een hele grote.
Even wilde ik de Alternatieve Bevrijdingsdag door laten gaan, wellicht met een andere invulling, maar dat voelde doods. Rouw, verdriet en opluchting kregen nu voorrang. Misschien had mama eindelijk de rust gevonden waar ze zo vechtend naar op zoek was geweest.
Beide voorvallen hebben me één belangrijke boodschap niet aangesmeerd: dat dit boek misschien toch een slecht idee is. In de zeven jaar dat ik er nu mee bezig ben, is die gedachte vaak genoeg langsgekomen. Maar met alle twijfels en misschien moet ik er maar mee stoppen die me nog steeds weleens bezoeken, zijn de zin, het enthousiasme en een gevoel van betekenis alleen maar gegroeid. Verder mag ik dankbaar terugkijken op een periode waarin het boek en ik de rijping kregen die we nodig hadden, plus op twee ‘mislukkingen’ die aan de rijping hebben bijgedragen.
Terwijl ik deze woorden schrijf, is het boek inhoudelijk nagenoeg af, zijn er meerdere redacteuren doorheen gegaan, heb ik alle feedback verwerkt, leg ik de laatste hand aan de tekeningen die erin verschijnen en heb ik ook de derde crowdfunding-campagne wegens persoonlijke gebeurtenissen (die me hielpen beseffen dat ik wederom iets aan het doordrukken was dat niet stroomde) afgeblazen. Weer is er geen gevoel van falen en weer zie ik mezelf uitgenodigd om los te laten dat ik kan weten hoe, wanneer en via welke wegen dit boek het daglicht gaat zien. Dus neem ik de stappen die nu levendig en vruchtbaar voelen — en oefen ik met vertrouwen dat het boek en ik de voor ons bedoelde bestemming zullen vinden.
—
‘Het enige verschil tussen iets waarmaken of niet waarmaken,
is onszelf aan iets toewijden of onszelf niet aan iets toewijden.’
—
Bovenstaande zin hoorde ik kortgeleden uit de mond van een spirituele leraar komen. Ik vind het een mooie en rake zin. Wij ontdekken, ontwikkelen en genieten van onze gaven door onszelf eraan te geven, te vallen en weer op te staan. Niet door te wachten totdat iemand onze gaven langs komt brengen of ons toestemming geeft om ze te gaan gebruiken.
Onze stappen hoeven niet groots te zijn. Elke stap die iets aan ons mentale en sociale comfort afknabbelt, brengt ons op vruchtbaar terrein. En ‘verkeerde’ stappen zijn sowieso vruchtbaarder dan geen-stappen. Of ik nu honderd keer uitglijd en of iets zogenaamd mogelijk is of niet, maakt me steeds minder uit. Want dit voelt steeds vaker waar: wanneer ik me toewijd aan iets waar ik diep om geef, geeft alleen al het doen voldoening. En dan wordt elke mislukking een deur naar nieuwe mogelijkheden.

