Durf bang te zijn

Ik heb iets bijzonders ontdekt over angst.
Angst betekent angst.
Als ik bang ben, heb ik een ervaring van bang zijn. Niets meer en niets minder. Wanneer ik de ervaring van bang zijn toelaat, wordt angst een wijze vriend, net zoals boosheid, frustratie en enthousiasme wijze vrienden kunnen zijn. Angst trekt aan mijn mouw, houdt me scherp, helpt me om intelligente risico’s te nemen, om wezenlijk gevaar te vermijden, om ongemakkelijke vragen te stellen en om te doen wat ik voel dat ik te doen heb.
Ik heb bijvoorbeeld heel vaak een kronkel in mijn buik gevoeld bij de gedachte op een vrouw af te stappen en hallo te zeggen. Meestal liet ik het bij de gedachte. Ik durfde niet. Tot ik begon door te krijgen wat ik mezelf daarmee aandeed: een stolp op het vuurtje in mijn buik zetten en daar houden, totdat het zogenaamd te laat was om haar aan te spreken. Met als resultaat een dooddoener: wat als ik wél op haar was afgestapt?
Sinds dat besef heb ik de stolp er vaak genoeg afgelaten om te weten hoe heerlijk het is, met kronkel en al naar een vrouw toelopen en zeggen wat ik wil zeggen. Éen keer, tijdens een eerste wat langer gesprek met een vrouw die ik daarvoor een paar keer kort had ontmoet, vroeg ik: ‘Ik zou graag met je willen vrijen, zou je met mij willen vrijen?’ Ik had minuten nodig gehad om de vraag mijn mond uit te krijgen en vond het rente-spannend om de vraag te laten klinken, maar de sensatie van het tóch doen…
Ze wilde niet.
Maar ze vond het wel stoer en eerlijk dat ik het vroeg. En ze had al gevoeld dat er iets in de lucht hing, dus ze was blij dat de lucht nu geklaard was. In mij geen spoor van schaamte of een gevoel van mislukking, juist het tegenovergestelde. Mezelf geuit hebben, met kronkel en al, voelde heerlijk. En niet onbelangrijk: onze verdere ontmoeting voelde schoner. Ik hoefde geen masker op te zetten om te verbergen wat ik zogenaamd maar beter verborgen kon houden.
Als we nooit ons bed uitstappen om te kijken of de slang onder ons bed wel echt een slang is, houden we onszelf voor altijd gevangen door een idee. Als we daarentegen bang mogen zijn voor het onbekende, terwijl we stappen zetten die gezet willen worden, komen we op fris terrein. We beginnen te creëren vanuit niet-weten in plaats vanuit wat we kennen. We slaan wegen in die lonken, hoe spannend die wegen misschien ook voelen, en geven ons over aan een wakkere, bijsturende koers in plaats van een beperkende recht-zo-die-gaat.
Bang zijn vraagt in veel gevallen om moed. In onze maatschappij heeft angst een stevige positie gekregen in de categorie gevoelens die zogenaamd niet oké zijn. Ik ben één van velen die geleerd heeft om mijn bang-zijn te onderdrukken, bijvoorbeeld door mezelf en anderen wijs te maken dat ik niet bang ben, of door te vluchten in afleiding, of door mijn angst te bestempelen als koudwatervrees, terwijl de angst me eigenlijk komt vertellen: niet doen dit.
Bang zijn kan ik nog steeds eng vinden, maar ik vind het ook leuker en leuker worden. Ik ben ontzettend bang geweest in de aanloop naar mijn experiment zonder geld. Ik ben ontzettend bang geweest tijdens dat experiment. Bij het idee die vrouw te vragen of ze met mij wilde vrijen, klonk in alle hoeken van mijn lijf de noodklok. Dit boek uitbrengen, boezemt me angst in. Maar het is een angst die leven geeft. Een joepie, ik ga op een spannende schoolreis! angst. Lekker.1Ere wie ere toekomt: een groot deel van deze geheugensteun heb ik te danken aan de eerder genoemde Clinton Callahan. Eén van zijn ‘Sparks’ draagt de titel ‘If you’re not feeling afraid, you’re not creating.’ Zie Sparks.nextculture.org.
_
- 1Ere wie ere toekomt: een groot deel van deze geheugensteun heb ik te danken aan de eerder genoemde Clinton Callahan. Eén van zijn ‘Sparks’ draagt de titel ‘If you’re not feeling afraid, you’re not creating.’ Zie Sparks.nextculture.org. ↩︎

