Hoofdstuk 10. Van binnen naar buiten

Dolfijnen / walvissen die in een spiraal van binnen naar buiten toe zwemmen

‘Ja, maar!’

Een meute met hooivorken.

Ik weet het, ik heb makkelijk praten. In deel II van dit boek beschreef ik al hóe makkelijk: ik woon in een werelddeel dat baadt in luxe, waar informatie en eten alomtegenwoordig zijn en waar de wet me nog nooit het zwijgen heeft opgelegd. Lekker makkelijk dus, dat ontplooien van mijn intuïtieve gave. Elders in de wereld kunnen ze daar slechts van dromen.

Ik wil deze ‘ja, maar’ in een ander licht zetten. Ik hoor ‘m namelijk best vaak en volgens mij gaat hij over iets anders.

Laat ik beginnen door te zeggen dat ik weet hoe het is om in een oorlogsgebied te wonen. Mijn zusje Dedy en ik zijn opgegroeid in een hel. Psychisch en fysiek geweld waren bij ons thuis de regel, niet de uitzondering. In plaats van authentiek zijn, leerden we ons aan te passen, zo goed als we dat konden. Hoewel geen enkele strategie veiligheid bood. Wát we ook deden, nooit wisten we of ons gedrag een knuffel of een knuppel zou opleveren.

Nu is niet-authentieke aanpassing de weg die bijna iedereen in meerdere of mindere mate leert bewandelen, maar dit hoeft niet louter tot beschadiging te leiden. De verkeerdheid die Dedy en ik thuis meemaakten, heeft mij bijvoorbeeld enorm doen hongeren naar juistheid. In een veilig huisje-boompje-beestje gezin was die honger wellicht nooit uit de sluimerstand gekomen.

Dit zeker weten, kan ik niet hoef ik niet. Ik ben waar ik ben en daar voel ik me steeds dankbaarder voor. Hoe pijnlijk onze jeugd ook was, hoezeer we onszelf er toen niet tegen konden beschermen en hoe groot de innerlijke rotzooi die we daaraan overhielden ook moge zijn, onze ouders hebben naar hun beste weten gehandeld. Ze hebben gegeven wat ze konden en blijkbaar was dat wat Dedy en ik nodig hadden. Anders zouden we het niet gekregen hebben.

Maar oorlog zoals ze oorlog in Syrië hebben meegemaakt? Nee.

Hetzelfde geldt voor gezondheid. Ik ben nog steeds bezig met het opruimen van traumasporen, maar in dit leven ben ik nog niet door een serieuze ziekte geveld, heb ik geen grote ongelukken gehad en loopt mijn lijf gemiddeld genomen als een trein.

Ik kan dus slechts vanuit een relatief veilige en beperkte ervaring spreken. Toch ga ik het volgende zeggen: wij helpen niemand wanneer we het verleden ons heden laten beïnvloeden. We helpen niemand wanneer we ons heden de toekomst laten bepalen. We helpen niemand wanneer we onszelf klein houden, omdat mensen elders het misschien moeilijker hebben dan wij. Door dingen hier zwaar te maken, worden ze daar niet lichter.

Marianne Williamson, een schrijver en spirituele leraar die net als Eckhart Tolle jarenlang in de negativiteit zwolg, voordat er een knop in haar omging, verwoordt dit als volgt:

‘Er is niets verlichts aan krimpen zodat anderen zich niet ongemakkelijk gaan voelen in jouw aanwezigheid. We zijn allemaal bedoeld om te schitteren, net als kinderen. (…) Waar wij ons eigen licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming om hetzelfde te doen. Waar wij bevrijd zijn van onze angst, bevrijdt onze aanwezigheid automatisch die van anderen.’1Uit Marianne Williamson, A Return to Love: Reflections on the Principles of A Course in Miracles. Harper Collins, 1992.

Ja,
maar,

wat als we omgeven zijn door de moeilijkste, meest gruwelijke omstandigheden?

Ís er dan een lichtknop?

Ook op deze vraag kan ik geen doorleefd antwoord geven. Wat ik wel kan doen, is me laten inspireren door anderen. Eén zo iemand wil ik belichten.

Edward Snowden werkt voor de Amerikaanse National Security Agency, oftewel NSA. De NSA is een overheidsinstelling die naar eigen zeggen over jouw en mijn veiligheid waakt, onder andere door in het geheim en in samenwerking met andere overheidsinstanties, een instrument te bouwen dat miljarden gesprekken, digitaal, via radiogolven en in de buitenlucht, onderschept, opslaat en filtert.

Nu mag inbreuk op onze privacy geen nieuws heten, maar de schaal waarop de NSA en haar bondgenoten inbreuk plegen, is ongehoord. En het is de bedoeling dat dit zo blijft. Behalve als het aan Edward ligt.

Op 20 mei 2013 betrekt Edward een hotelkamer in Hong Kong. Twee weken lang komt hij de deur niet uit en laat hij niemand binnen. Dan verwelkomt hij twee mensen, een journalist en een filmmaakster, die hij via versleutelde berichten heeft gecontacteerd. Wanneer de camera draait, vertelt Edward waarom hij niet meer kan doen wat hij deed: ‘Ik zit daar elke dag… krijg elke dag betaald om methodes te ontwerpen die de macht van de staat vergroten.’2Uit CitizenFour, de documentaire die filmmaakster Laura Poitras maakte op basis van interviews in Edwards hotelkamer. Meer over de film vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/citizen-four.

Edward heeft stiekem duizenden digitale NSA-documenten gekopieerd. Toen hij vond dat hij genoeg bewijs had verzameld, liet hij zijn leidinggevende weten dat hij ziek was en een paar weken niet kon komen werken. Hij begaf zich naar het vliegveld, wetende dat zijn leven op het spel stond, en nu wil hij met hulp van de journalist en filmmaakster de eerste documenten openbaren.

Zodra de eerste nieuwberichten de wereld in zijn, krijgt Edward drie officiële beschuldigingen van misdaad aan zijn broek. Twee daarvan vallen onder de beruchte Espionage Act, een wet die de Amerikaanse regering een vrijbrief geeft om mensen zonder rechtsgang en veroordeling gevangen te zetten. Hong Kong wordt gesommeerd om Edward uit te leveren en zijn paspoort wordt zonder pardon ongeldig gemaakt.

Vier Zuid-Amerikaanse landen bieden Edward het recht van asiel aan. Julian Assange van WikiLeaks helpt hem om uit Hong Kong te vertrekken, maar bij de overstap in Moskou komt hij niet door de douane. Veertig dagen lang verblijft hij in de transitzone van het vliegveld en dan verleent Rusland hem politiek asiel. Edwards vriendin Lindsey, die tot het verschijnen van de eerste nieuwsbeelden geen idee had waar hij uithing, verhuist naar Moskou om bij hem te zijn.

Edwards verhaal raakte me, niet zozeer om wat hij heeft gedaan, maar om wat hij in zichzelf heeft getrotseerd. Ik kan me nauwelijks inbeelden hoe het moet zijn om dag in dag uit een hyper-beveiligd fort in te lopen, duizenden stukken ultrageheime informatie te kopiëren en naar buiten te smokkelen, via versleutelde berichten een journalist en filmmaakster te contacteren en het land misschien wel voorgoed te ontvluchten, in de wetenschap dat je de woede van één van de machtigste staatsapparaten ter wereld over je afroept — en alles zonder ook maar één woord los te laten, zelfs niet aan de vrouw met wie je je leven deelt.

Edward brengt dus een groot offer, zou je zeggen, maar als ik wat dieper kijk, zie ik vooral een daad van zelfliefde. In CitizenFour, de documentaire die filmmaakster Laura Poitras maakt, voornamelijk met interview-beelden die in de hotelkamer zijn opgenomen, zegt Edward: ‘Dit geeft me… ik voel me goed in mijn menselijke ervaring, wetende dat ik kan bijdragen aan het welzijn van anderen.’

Is Edward dus een extreem voorbeeld van iemand die in moeilijke omstandigheden het juiste doet? Is het extreem om te stoppen met iets dat diep verkeerd voelt? Is het extreem om naar buiten te brengen wat gezien en gehoord wil worden? Is het praktisch om de huur te blijven betalen met inslikken wat je ziel niet kan verkroppen?

Edward laat me zien dat wanneer we voorbij onze ‘ja, maar’ durven voelen wat er echt in ons leeft, dat juist en praktisch één beginnen te worden. Als we daar vervolgens naar handelen, verliezen we misschien een hoop en zetten we ons leven (plus dat van anderen) wellicht volledig op z’n kop, maar vanbinnen zal er glundering zijn.

Ik ken de pijn van niet doen wat juist voelt, maar ik ken ook de sensatie van wel doen wat juist voelt — ook wanneer het juiste doen spannend voelt, niet ‘leuk’ is of door anderen niet gewaardeerd wordt. Gehoor geven aan een diepe, innerlijke stem heeft me altijd een levendig, energiek gevoel gegeven.

Wakker worden wel-of-niet-of-misschien is geen spirituele luxevraag. Wakker worden voor onze diepste verlangens is de meest wezenlijke, meest realistische stap die we kunnen zetten. En volgens mij is het de enige die echt zin heeft. Onze innerlijke Ja zal vast niet overal met applaus worden ontvangen, en wat we ermee teweegbrengen, zullen we nooit volledig kunnen  overzien. Maar de wereld voelt het wanneer wij tot leven komen.

Kleine wereldbol als hart in een torso

Dan nu de vraag: ‘Hoe?’

Hoe ontplooien we ons bewustzijn?
Hoe geven we diepere leiding de ruimte?
Hoe navigeren we, wanneer onze enige houvast een intelligentie is die zich niet laat vastzetten?

Ik geloof dat mijn eigen ontdekkingstocht in deel I van dit boek reeds een antwoord heeft gegeven, in ieder geval indirect, maar ik geloof ook dat ik nog niet half weet waar ik het over heb. Ik bots, glij uit, sta op en ontdek volop en ik voorzie niet dat ik daar morgen klaar mee ben.

Neemt niet weg dat ik het leuk en waardevol vind om de vragen van directe antwoorden te voorzien, de beste die ik op dit moment kan geven.


_

  • 1
    Uit Marianne Williamson, A Return to Love: Reflections on the Principles of A Course in Miracles. Harper Collins, 1992. ↩︎
  • 2
    Uit CitizenFour, de documentaire die filmmaakster Laura Poitras maakte op basis van interviews in Edwards hotelkamer. Meer over de film vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/citizen-four. ↩︎

Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: