Erken waar je bent

Erkennen waar je bent, kan oncomfortabel zijn, omdat het soms vraagt dat je dingen onder ogen komt die oncomfortabel voelen.
De eerste keer dat ik bewust onder ogen kwam waar ik was, zat ik met mijn kersverse Wovox-compagnon Steven aan de noodtrap (zie 12 april 2009, hier in deel I). Jarenlang was het me gelukt om de steeds duidelijkere waarom doe ik dit? vraag te onderdrukken. Nu ik niet langer om die vraag heen kon, voelde ik ongemak, angst én een enorme opluchting. Ik was dichter bij de waarheid dan ik me kon heugen.
Zeven jaar later zat ik zonder geld op een bankje in Schotland, had ik pijn aan mijn ontstoken teen, wist ik niet waar ik die avond zou slapen en raakte ik verstrikt in drama-scenario’s. Het was best heldhaftig allemaal. Tot ik ineens de film zag waarin ik mezelf de hoofdrol had gegeven.

Poef.
Mijn mondhoeken trokken omhoog en ik barstte in lachen uit. Ik werd me gewaar van mijn ademhaling, voelde ineens dat ik met mijn billen op een bankje zat en in plaats van een nieuw scenario, zag ik de straat met daaraan de rij huizen die me nog niet waren opgevallen. Plots was ik waar ik was in plaats van in mijn hoofd.
Erkennen waar we vanbinnen uithangen, betekent misschien in eerste instantie dat we Nee durven voelen bij spelletjes die niet over echt leven gaan. Daar begon het in ieder geval bij mij. Ik had mezelf zó goed aangeleerd om ‘ja’ te zeggen op zaken waar voor mij geen leven in zat (zie bijvoorbeeld de rij economoe-overtuigingen, onderaan deze pagina in deel I), dat ik opnieuw had te leren voelen waar mijn Nee’s allemaal zaten, voordat ik de Ja’s kon gaan herkennen die eronder zaten.
Erkennen waar we vanbuiten zijn, betekent zien dat een situatie is wat een situatie is. Pas wanneer we door de verhalen in ons hoofd zakken (o wat oneerlijk, wat vreselijk, ik zit vast, ik moet wel, ik kan niet anders enzovoorts), kunnen we zien waar we feitelijk zijn en wat er feitelijk aan de hand is. Pas wanneer we zien wat er feitelijk aan de hand is, kunnen we een situatie constructief benaderen.
Meestal is er niet zoveel aan de hand.
Tenzij we erop staan dat er heel veel aan de hand is.

