Durf diep te luisteren

In de inleiding van dit hoofdstuk sprak ik over leven, werken en geven vanuit diepe leiding. Ik had het over een hoger, enger spel spelen dan de zogenaamd veilige spelletjes waar we een groot deel van onze huidige maatschappij op hebben gebouwd.
Dit hogere spel is vooral enger omdat wij het grotere geheel, samen met onze rol daarin, niet kunnen overzien. Daar is het te groot voor. Mede daarom geloof ik niet meer dat wij onze roeping kunnen vinden of bedenken. Roeping is er. We kunnen er gevoelig voor worden, ernaar luisteren en er een partnerschap mee aangaan, maar we zijn er net zo min de baas over als dat we baas over het universum zijn.
Wat vraagt diepe leiding van ons?
Wat vraagt roeping van ons?
Volgens mij zijn dat twee dingen:

Dat we de illusie van controle vaarwel zeggen. De prachtige illusie dat we ons huiswerk hebben gedaan, een degelijk plan hebben gesmeed en ons leven volgens plan zal verlopen zolang we ons aan het plan houden. Met deze illusie geven we onszelf niet alleen een macht die we niet hebben; we doen oogkleppen op en maken onszelf blind voor mogelijkheden die afwijken van het door ons bedachte plan.

Dat we opnieuw het onderscheid leren maken tussen authentieke en niet-authentieke ambities. Bijvoorbeeld: resoneert wat je momenteel doet met een diep gevoel van juistheid of van verkeerdheid? Dragen jouw stappen bij aan een vreugdevolle, levendige wereld, of breken ze ervan af? Breng je het mooiste in jezelf, anderen en de aarde naar boven, of het lelijkste? Medemensen, inspiratie en ratio kunnen ons bijstaan in het beantwoorden van dit soort checks, maar het echte, authentieke weten zit in onszelf en heeft niet zoveel woorden nodig.
In deel I van dit boek beschreef ik meerdere keren mijn oefening met afstemmen op een innerlijke antenne.1Zie bijvoorbeeld mijn slapeloze nacht van 6 op 7 januari 2013, mijn spreadsheet vol met genoeg in de daaropvolgende lente, mijn eureka in het Franse gras, de bloemlezing van mijn experimenten met geld, de workshop die zou leiden tot het besef ‘ik ga het een tijd zonder geld doen’, liften zonder bestemming, het biowinkel-incident met Frank en het besluit om vanuit Portugal naar Nederland te liften om papa van papa te worden. Zo’n oefening is net zo belangrijk voor zogenaamd kleine vraagstukken als voor grote, want net als onze rol binnen het grotere geheel, is ook de impact van zelfs onze ‘kleinste’ handelingen niet te overzien.
Dat geschreven hebbende, laat ik eerst inzoomen op ‘grotere’ levensvragen. Aan het eind van hoofdstuk 7 legde ik er drie voor:
Wat doet me werkelijk tot leven komen?
Welk doel wil ik diep vanbinnen dienen?
Hoe kan ik daar het beste aan bijdragen?
Als deze vragen je niet zoveel zeggen, kun je misschien wel wat met (één van) de volgende twee:
Wat heb ik hier te doen?
Wat wil er door mij heen de wereld in komen?
Soms kan alleen al het stellen van zo’n vraag confronterend zijn, maar het eieren eten zit in wat we doen met de antwoorden die ons vervolgens toekomen. Luisteren we ernaar, duwen we ze weg of praten we onszelf aan dat we er gehoor aan geven terwijl we niets wezenlijks aan ons leven veranderen?
Diepe leiding kan zich aandienen zonder dat wij erom vragen. Het kan komen in een plotse visie, een beeld dat omhoog plopt, een gevoel dat ons bekruipt, een impuls die ons aanzet, inspiratie die we zomaar tegenkomen, een ontmoeting die we onverwacht meemaken of…
Daarnaast kunnen we diepe leiding bewust uitnodigen, misschien met hulp van een getuige die een paar rake vragen stelt, benieuwd naar de informatie die op dit moment voor ons klaarstaat. Als we in benieuwdheid stilte in plaats van informatie krijgen, is dat niet verkeerd, maar wellicht een teken dat we de vraag nog even de vraag mogen laten.
Hoe dan ook, wat we altijd kunnen doen, is onze bereidheid uitspreken: ‘Meesterplan, Universum, God [of hoe je het allesomvattende ook wilt noemen]: ik ben bereid jouw werk te doen. Laat me alsjeblieft zien wat het is.’
De lijn staat voor iedereen open. Niemand kan de lijn voor ons afsluiten en wijzelf kunnen de lijn hoogstens tijdelijk dichtknijpen. Of levenslang. Zo kan ik bijvoorbeeld Qigongen, mediteren en vergevingsprocessen doen tot ik een ons weeg, maar als ik een innerlijke roep ondertussen blijf wegduwen, blijf ik mezelf wegduwen van de plek waar het leven me tot mijn beste, meest authentieke recht ziet komen.
Tot zover een prachtig edoch abstract idee; nu de praktijk. Hoe weten we bijvoorbeeld wanneer we op het juiste kanaal zijn afgestemd?
Ik weet dat nooit. Tenminste, ik weet het nooit zeker.
Toen de woorden ‘zonder geld’ me op een vroege ochtend toevielen, wist ik niet of ze echt waren. Toen ik bovenop een Schotse heuvel beelden doorkreeg van het vervolg van mijn reis, wist ik niet of ze uit diepe leiding kwamen of uit mijn duim. Of het publiceren van dit boek een authentieke ambitie is, zal ik op z’n best achteraf weten en misschien wel nooit. Het enige dat ik altijd kan weten, is of ik enthousiasme, vreugde en juistheid voel bij wat ik voor me zie en of ik levendigheid voel bij de stap die ik nu kan maken.
Dan nu de taal waarop diepe leiding ons toespreekt. Die kan op elk moment voor ieder persoon verschillen. Bijvoorbeeld:

Met betrekking tot ‘grotere’ levensvragen, schreef een vriendin van mij, Ayla, over het antwoord dat vervolgens kan komen: ‘Als het niet orgastisch voelt, is het niet je roeping.’2Ayla Verheijen, ‘And if it Doesn’t Feel Orgasmic, it’s Not Your Calling’. Elephant Journal, 27 april 2019, Elephantjournal.com.

Op de vraag ‘wanneer weet ik of het klopt?’, zei de mystieke Anastasia een keer: ‘Als je meer hoort dan alleen maar woorden. Als er plotseling een gevoel of emotie in je opkomt, of er tranen van vreugde in je ogen staan. Als je een warm gevoel krijgt, en er geuren en klanken in je opkomen. Als je het verlangen of de impuls om te scheppen in je voelt opkomen, en een dorst naar zuivering. Dan kun je er zeker van zijn dat je de gedachten van het Licht duidelijk hoort.’ (Ter dubbelcheck (handig) legde Anastasia ook voor wat niet onder diepe leiding valt: ‘Als er alleen maar droge informatie komt, koud en zielloos, een opdracht of bevel, ook al is het iets goeds en klinkt het wijs, heel wijs zelfs, en als de bron die dit doorgeeft zich voorstelt als verheven en machtig.’)3Uit De Ruimte van Liefde, deel drie in de Anastasia-reeks, geschreven door Vladimir Megre. Zie GeldGaatNooitOverGeld.org/anastasia.

Floris, de Belgische jongeman die ik tijdens mijn reis zonder geld in de Portugese bergen ontmoette, zei tijdens een gesprek over geven: ‘Als het gevoel zegt “geef” dan geef ik. En dan is dat het, ook al snapt mijn hoofd het niet.’

Roos (de Roos die papa en mij verraste met een heksenbus, op de avond voor de officiële start van mijn experiment zonder geld) stelt zichzelf weleens de vraag: ‘Voel ik me ruimer worden, of kleiner?’
Alle vier de voorbeelden vind ik leuk, sterk en behulpzaam. Zelf voel ik het meest bij de laatste, omdat die zo simpel is. Wanneer ik communiceer en handel vanuit authenticiteit, voel ik mijn lijf ‘ruimer’ worden, zelfs als mijn maag tegelijkertijd in elkaar krimpt van spannendheid. Wanneer ik niet-authentiek communiceer en handel, voel ik me ‘kleiner’ worden, ook als mijn maag daarmee lekker met rust gelaten wordt.
Ik heb mezelf meerdere keren gedwongen om te geven, omdat niet geven een ontkenning van vertrouwen zou zijn. Ik heb meermaals ‘ja’ gezegd tegen kansen, omdat kansen laten liggen een ontkenning van vertrouwen zou zijn. Ik heb mensen op hun woord vertrouwd, omdat mensen niet op hun woord vertrouwen een ontkenning van vertrouwen zou zijn. Elke keer voelde ik mezelf kleiner worden.
Omgekeerd heb ik meermaals gedaan wat ik voelde dat ik te doen had, zonder mijn stap eerst voor te leggen aan mensen op wie mijn stap impact ging hebben. Terwijl (zo kreeg ik later pas door) een stap voorleggen niet alleen respectvol is, maar waardevol. Anderen kunnen ons laten zien wat we zelf nog niet zien, ze kunnen advies geven, ze kunnen met ons meekijken naar hoe we elkaar kunnen vinden (met behoud van ieders waardes en diepere behoeftes) en ze kunnen ons testen, bijvoorbeeld door ons de wind van voren te geven.
De keren dat ik het gedurfd heb om de wind van voren te krijgen, waren meestal niet makkelijk, maar me niet van mijn intuïtieve stuk laten brengen, heeft me altijd een ruimer-wordend gevoel gegeven.
In het Zen-boeddhisme wordt gesproken over een beginnersgeest. Ik kon daar nooit soep van maken, maar nu begin ik het te snappen (denk ik ☺︎). Een beginnersgeest is een vruchtbare geest, één die elk moment vers en leeg het leven instapt, open voor nieuwe mogelijkheden en tegelijkertijd trouw aan een diepe, intuïtieve en dynamische wijsheid. Zo’n geest lijkt misschien weinig focus te geven, maar hij maakt ons juist doelgericht. We worden ontvankelijk voor wat we op ons pad tegenkomen, durven onbekende wegen in te slaan en geven ons over aan een doel terwijl het zich ontvouwt.
Kortom: volgens mij mogen we de ja-maar-hoe-dan-vraag loslaten.
_
- 1Zie bijvoorbeeld mijn slapeloze nacht van 6 op 7 januari 2013, mijn spreadsheet vol met genoeg in de daaropvolgende lente, mijn eureka in het Franse gras, de bloemlezing van mijn experimenten met geld, de workshop die zou leiden tot het besef ‘ik ga het een tijd zonder geld doen’, liften zonder bestemming, het biowinkel-incident met Frank en het besluit om vanuit Portugal naar Nederland te liften om papa van papa te worden. ↩︎
- 2Ayla Verheijen, ‘And if it Doesn’t Feel Orgasmic, it’s Not Your Calling’. Elephant Journal, 27 april 2019, Elephantjournal.com. ↩︎
- 3Uit De Ruimte van Liefde, deel drie in de Anastasia-reeks, geschreven door Vladimir Megre. Zie GeldGaatNooitOverGeld.org/anastasia. ↩︎

