Hoofdstuk 5. Zonder geld

Beeld van een vogel door een verrekijker, met aan zijn poot een ketting.
18 maart 2016 (elf weken zonder geld)

Jane kwam inderdaad de volgende dag langs bij de Pollocks. Ik ontmoette een tengere vrouw van in de vijftig, die me meteen overlaadde met weetjes over voeding en gezondheid. ‘Bij ons is er altijd wat te doen,’ zei ze verder, ‘en ik denk dat mijn kinderen het fantastisch vinden om je te ontmoeten. O, maar weet je wat ook leuk is? Twintig kilometer verderop is een landgoed dat vergeven is van de sneeuwklokjes, volgens mij de grootste verzameling ter wereld. Ze doen er hele mooie dingen en werken veel met vrijwilligers.’

Jane belde haar contact op het landgoed. Ik kreeg de telefoon aangereikt, sprak een coördinator, werd welkom geheten en besloot te gaan. Ook al wist ik niet precies waarheen. Rob schotelde een kop soep voor, gaf me een lepel en verontschuldigde zich: ‘Sorry, dat we je niet langer kunnen laten blijven. Misschien kom je nog een keer terug?’

Ik verzekerde Rob dat hij zich allesbehalve hoefde te verontschuldigen.

Jane gaf me haar contactgegevens en drukte me op het hart dat ik ook bij haar van harte welkom ben. Claire zei: ‘Ik rijd zo naar de bank en dat is dezelfde kant op, dus ik kan je een stukje meenemen.’

Na een korte rit met Claire en een lift of drie stond ik aan het begin van een grote oprijlaan. Twee kilometer lang liep ik naast een kleine, kronkelende rivier, overschaduwd door enorme bomen die honderden jaren oud moeten zijn. Het was er inderdaad vergeven van de sneeuwklokjes, allemaal in bloei. Ik waande me in een sprookjesbos.

Toen het bos zich opende, werd ik begroet door een statig gebouw en waande ik me ergens anders. Ehm, dit is toch geen aristocratische bedoeling hoop ik?

Vijf dagen later heb ik er een werkweek op zitten met drie tuiniers die op dag één al als vrienden voelden. Ik geloof niet dat siertuinen ooit mijn passie zullen worden, maar ik heb er respect voor gekregen. Door de ogen van deze mannen ben ik schoonheid gaan zien in iets dat ik een week geleden tierlantijn-geneuzel zou hebben genoemd.

Het blijft bij één week. Jane en de Pollocks hadden me vlak voor vertrek naar het landgoed gewezen op een biologische boerderij, Pillars of Hercules (‘Zuilen van Hercules’). Alleen die naam al… Ik nam contact op en hoorde dat er nog plek is voor één vrijwilliger, vanaf aankomende zondag tot anderhalve week daarna. Ik zei graag te komen, dus nu het vrijdagmiddag is, beleef ik mijn laatste pauze met de mannen. Er is thee en er is een koekje en er ontstaat een fascinerend gesprek.

‘Deze weken begint het warmer te worden,’ vertelt één tuinder, ‘maar de koude winterdagen zijn geen pretje. Ook op die dagen beginnen we om acht uur, in het pikkedonker. De eerste uren werken we vooral om onze handen warm te houden. En dat terwijl het al zwaar genoeg is om tot vijf uur ’s middags bezig te zijn.’

Een tweede man vult aan: ‘Wanneer het tijd wordt om de tuin voor het komende jaar te ontwerpen, zitten we drie weken lang van acht tot vijf binnen. Dat is totaal niet effectief, want na de middagpauze komt er niets moois meer uit onze handen. Maar ja, de dag moet volgemaakt.’

‘Waarom moet de dag volgemaakt?’ vraag ik.
—‘We hebben veertig uur in ons contract staan.’
‘En gaat het om de uren of om het werk dat je in die uren doet?’
—‘Ja, maar dit is het contract.’
‘En gaat het over het contract, of over wat het werk toevoegt en hoeveel plezier jullie eraan beleven?’

Het blijft stil.

‘Wat als jullie, in plaats van drie weken achter elkaar voltijds ontwerpen, zes weken half om half doen? Dus de helft van de dag ontwerpen en de helft buiten werken? Dan staan jullie minder lang te koukleumen en gaat er meer plezier en effect zitten in het ontwerpen.’
—‘Ja, maar het ontwerp moet eind februari af zijn.’
‘Dan beginnen jullie toch drie weken eerder?’
‘Ja, maar…’

Ik hoor een reden, maar de reden beklijft niet, want ik snap niet wat hier gebeurt. Ik zie drie intelligente mannen, alle drie vol passie voor hun werk en alle drie niet vies van een gezonde portie levensbeschouwing. Toch gaat alleen al het idee dat zij hun werk op hun eigen beste manier kunnen inrichten — mógen inrichten — er niet in.

Aan het eind van de middag, na ons afscheid en wandelend door het sprookjesbos naar het huis waar ik verblijf, snap ik het wel.

Zo is het nu eenmaal.

Een zogenaamde waarheid die zelfs deze drie levenslustige mensen om de tuin weet te leiden met een leugen: dit is het contract, dus doen we het zo, ook al weten we beter, want zo is het nu eenmaal.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: