Geld Gaat Nooit Over Geld  »  Lees online  »

Deel II. Business as Unusual

Omgekeerde aarde in de vorm van een hart.

Onderstaande pagina is onderdeel van het boek Geld Gaat Nooit Over Geld, dat in z’n geheel op deze website te lezen is, vrij en op een ‘geef wat goed voelt’ donatiebasis

Ook beschikbaar op papier, als e-boek en als audioboek

★ Selecties uit het audioboek beluister je in deze podcast

» Meer over het boek vind je hier.
» Een overzicht van alle hoofdstukken vind je hier.
» Een donatie doen kan hier.

Tango dans je met z’n tweeën

De manier waarop je mensen ziet, is de manier waarop je ze behandelt, en de manier waarop je ze behandelt, is wat ze worden.

— Johann Wolfgang van Goethe

Voor een geest die denkt in termen van goed en kwaad, bestaat de wereld uit daders en slachtoffers. Daders grijpen de macht en slachtoffers zijn daar de dupe van. Daders moeten worden gestraft en slachtoffers gecompenseerd.

Het is een vrij gangbare gedachtengang, die in ieder geval twee zaken overslaat:

  1. Onrecht neemt de boel meestal niet plotseling over.
  2. Onrecht blijft niet zomaar z’n ding doen.
Menigte die zich verzameld heeft voor een man achter een sokkel. De man en de sokkel staan op een lange plank boven een afgrond. De menigte staat op het andere uiteinde van de plank, op vaste grond. Eén persoon uit de menigte loopt weg van de plank. Het enige dat de man en de sokkel ervan weerhoudt de afgrond in te storten, is de menigte die blijft staan.

Onrecht wordt in het zadel geholpen — en gehouden — door een spel dat mensen vooral samen spelen. Denigrerend werk blijft bestaan, omdat mensen denigrerend werk blijven aannemen. Huren blijven stijgen, omdat mensen voor huurverhoging blijven tekenen. Erbarmelijke arbeidsomstandigheden blijven bestaan, omdat mensen producten blijven kopen die onder erbarmelijke omstandigheden worden geproduceerd. Machtwillers worden machthebbers, omdat ze macht krijgen.

Nu hebben jij en ik waarschijnlijk makkelijk praten, want in westerse landen is vrijheid van meningsuiting wettelijk vastgelegd. Uitzonderlijke situaties daargelaten, mogen we zonder toestemming protest organiseren en we moeten het best wel bont maken, willen we in een cel belanden. De vrijheid die wij genieten om ‘ja’ en ‘nee’ te zeggen, is voor legio mensen in de wereld een utopia.

Echter, juist in samenlevingen waar democratie hoog in het vaandel staat, lijkt men te slikken dat grondwettelijke vrijheden via politieke achterdeuren worden ingeperkt. Waarom? Ik denk omdat wij het hier ‘goed’ hebben. We leven comfortabele levens in een uitgebreid systemisch vangnet. Dat zetten we liever niet op het spel door ergens voor te gaan staan.

Of we hebben het te druk om ergens voor te gaan staan.

Of geen zin om op te staan.

Wat we in comfortabele samenlevingen wel doen (ik denk mede doordat we zoveel van onze verantwoordelijkheid hebben uitbesteed aan overheden, specialisten en professionals), is klagen.

Eerst iets positiefs over klagen: klagen kan hartstikke waardevol zijn. Kritiek houdt ons scherp en kan ons helpen om middelmatig, onzuiver of destructief gedrag te corrigeren. Kritiek is een krachtig middel naar een mooiere, gelijkwaardigere wereld.

Kritiek is alleen net als groei een eigen leven gaan leiden. We zijn eraan gewend geraakt om elkaar rauw te lusten en af te breken. Volgens sommigen ligt dit aan de komst van internet en ‘social’ media, maar bij mij gaat die vlieger niet op. Technologie geeft ons slechts een handvat om te uiten wat in ons leeft. En de meesten van ons hebben niet geleerd om zich op een liefdevolle, verbindende manier te uiten. Met als resultaat, om de microfoon nog één keer aan Meester Oogway te geven:

Meester Oogway (een schildpad in tekenstijl) met tekst: ‘Je ontmoet vaak je bestemming op de weg die je neemt om je bestemming te vermijden.’

Door te bekritiseren, te klagen, te roddelen en ondertussen geen constructieve actie te ondernemen, zeggen we geen ‘ja’ tegen positieve verandering, maar ‘nee’. We voeden datgene waar we over klagen.

Ik ben hierin een absolute ervaringsdeskundige, die lang niet doorhad hoe deskundig hij aan het werk was. Ik had pijn aan mijn rug en bleef stug doorroeien. Mijn appartement viel van ellende uit elkaar, onderhoud bleef uit en ik bleef braaf huur betalen. Thuis, op school, op werk en tijdens stages rebelleerde ik tegen wat me opgedragen werd, en toch deed ik wat me opgedragen werd.

En altijd weer die taxichauffeurs…

Bijna nooit stapte ik af op de mensen bij wie ik wrijving voelde. Het idee om samen te onderzoeken wat er echt aan de hand was, kwam niet eens in me op. Ik had het te druk met geloven dat een ander me iets aandeed. En o wee als iemand met een fris perspectief of mogelijke oplossing kwam. Oftewel: o wee als iemand mijn zie je nou wel-liedje in gevaar kwam brengen.

Het begin van dit boek is exemplarisch voor ervaringen die ik onbewust heb gebruikt om mijn zie je nou wel-liedje te verfijnen. Ik hoorde mijn moeder aan over school en strategische keuzes, kookte over van woede, maar hield mijn woede in en tekende schoorvoetend voor een vakkenpakket waar ik nul leven bij voelde. Want zoveel had ik mezelf inmiddels aangepraat: ik kan alleen onvrij en onwillig door het leven gaan. Een écht leuk leven is voor mij niet weggelegd. Voor anderen misschien, maar niet voor mij.

Door de werking van dit script steeds makkelijker onder ogen te komen, zie ik steeds makkelijker een alternatief. Als iets wringt, kan ik het inbrengen door een waarneming op tafel te leggen en mijn gevoel daarbij te uiten, zonder beschuldiging of veroordeling. Daarnaast kan ik luisteren, voorbij woorden, naar wat iemand me probeert te vertellen. Dikke kans dat we er samen uitkomen. Als dat niet gebeurt, of niet mogelijk is omdat iemand de deur op slot houdt, kan ik een onwenselijke situatie accepteren of vaarwel zeggen. En als dat niet kan, zijn er vast nog andere heilzame opties, maar zie je nou wel brengt hoe dan ook geen heil.

Waarom vingerwijzen dan toch volkssport nummer 1 is? Omdat het lekker is. Vingerwijzen voedt ons zie je nou wel-beest. Vingerwijzen helpt ons om onze verantwoordelijkheid voor een situatie buiten de deur te houden. Erger nog, door met de vinger te wijzen, vertellen we onszelf en elkaar dat we opkomen voor een nobele zaak, terwijl we de zaak feitelijk afbreken. Deze tegenstrijdigheid is zelfs verweven in de manier waarop we in onze maatschappij naar gerechtigheid zoeken. Onze beschuldigende, straffende en soms zelfs vernederende rechtsgangen bestrijden geen onrecht; ze vergroten onrecht.

Laat ik hiermee terugkomen op het idee dat geld vooral stroomt naar mensen die het kunnen vermeerderen, en niet of nauwelijks naar mensen die er alleen maar iets moois mee willen creëren (zie ‘talent en vermogen’, hier in deel I). Ook dat is een verhaal dat in stand blijft en groeit door de voeding die wij het geven. Er zijn legio ondernemers, kunstenaars, activisten en wereldverbeteraars met prachtige ideeën die nooit van de grond komen, omdat geld ‘vies’ is of ‘toch naar de verkeerde mensen stroomt’.

Wij creëren de wereld die we zien.

Dingen worden voornamelijk erger door het ontkrachtende geloof dat dingen nu eenmaal zo zijn (of erger worden).

Of beter, door het bekrachtigende weten dat dingen anders kunnen.

En misschien wel anders zijn.


Geïnspireerd?

Geld Gaat Nooit Over Geld is gepubliceerd onder een Creative Commons-licentie en online voor iedereen beschikbaar op een ‘geef wat goed voelt’ donatiebasis.

Als het boek je inspireert, kun je de verspreiding ervan steunen door (jezelf) een papieren boek, e-boek of audioboek te geven.