Geld Gaat Nooit Over Geld  »  Lees online  »

Hoofdstuk 2. Dit is geen economieles

Poppetje aan touwtjes. De geldbriefjes waar hij aan hing, zijn ontploft.

Onderstaande pagina is onderdeel van het boek Geld Gaat Nooit Over Geld, dat in z’n geheel op deze website te lezen is, vrij en op een ‘geef wat goed voelt’ donatiebasis

Ook beschikbaar op papier, als e-boek en als audioboek

★ Selecties uit het audioboek beluister je in deze podcast

» Meer over het boek vind je hier.
» Een overzicht van alle hoofdstukken vind je hier.
» Een donatie doen kan hier.

Talent en vermogen

Terug naar het dorp. Voordat de man met de lakschoenen op het toneel verscheen, leefde je samen en gaf je elkaar. Dat was leuk, dankbaar en volstrekt logisch. Hoe fijn is het om aan je medemens te kunnen geven wanneer je zelf teveel hebt en van je medemens te ontvangen wanneer dat andersom is?

Deze logica geldt voor meer dan alleen eten en spullen. Zo vertelt een stamoudste uit Groenland genaamd Angaangaq bijvoorbeeld:1Medewerkers van de Triodos Bank vroegen Angaangaq: ‘Hoe word je écht rijk?’ De korte video met daarin onder het andere onderstaande antwoord, vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/schathemeltjerijk.

gezicht Angaangaq met tekstballon: ‘Hoe meer ik mijn kennis deel, hoe rijker ik word. En natuurlijk: hoe rijker ik ben, hoe gevender ik kan worden. Hoe meer ik geef, hoe meer ik krijg. Het is als een cirkel, zonder begin en zonder eind, waarin we allemaal thuishoren.’

Word jij in het dorp minder als je kennis deelt waar een ander nog niet over beschikt? Nee. Delen verrijkt zowel gever als ontvanger. Echter, zodra geld (pardon: rente) het dorp in komt, lijkt vasthouden ineens zo gek nog niet. Melk wordt zuur en groenten rotten weg, maar geld heeft geen houdbaarheidsdatum. Je hoeft een teveel aan geld niet tijdig in te zetten om het van waarde te laten zijn.

Op plekken waar rente de financiële spelregels bepaalt (en zoals inmiddels aangetoond, doet rente dat bijna overal), rolt geld vooral naar mensen die het goed kunnen vermeerderen. Het gaat minder tot nauwelijks naar mensen die er louter iets moois mee willen doen of maken. Hier bovenop komt het volgende: hoe meer geld iemand bezit, hoe makkelijker hij of zij het kan vermeerderen. Zo zegt de Franse econoom Thomas Piketty over zijn thuisland:2Uit een artikel van Pieter Giesen, ‘Slapend rijker’. De Volkskrant, zaterdag 19 april 2014. 

Thomas Piketty met schoolbord en tekstballong: ‘Wie kapitaal heeft maakt daar al snel 4 tot 5 procent rendement per jaar op. In normale tijden bedraagt de economische groei ongeveer 1,5 procent.’

Anders gezegd: geld hebben, levert je gemiddeld 2,5 tot 3,5 procent meer geld op dan geld krijgen voor werk dat je doet.

In Nederland heerst eenzelfde trend. Sinds 1980 is de inflatie in Nederland ongeveer even hoog als de inkomensstijging van mensen in loondienst. Effectief gezien zijn mensen in loondienst er qua inkomen dus niet op vooruit gegaan. De Nederlandse economie daarentegen, is sinds 1980 met bijna veertig procent gegroeid (effectief gezien, dus wederom na correctie voor inflatie en ook na correctie voor een toename in het aantal huishoudens). Simpel gezegd: in veertig jaar tijd zijn de lonen niet omhoog gegaan, maar de winsten wel. Wie die winsten vangt? Kapitaalbezitters.3Mirjam de Rijk, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’. De Groene Amsterdammer, 31 januari 2018, Groene.nl.

In Angaangaqs dorp profiteren ze vooral van bezit door het te delen; in onze maatschappij profiteren we vooral van bezit door erop te zitten.

Winst uit bezit sijpelt bijna overal in door, zelfs in de prijs die we betalen voor producten en diensten. In een rechtvaardige situatie zou iedereen die waarde aan een product of dienst toevoegt, eerlijk delen in de prijs die ervoor betaald wordt. De prijs van een product of dienst zou dan vooral bepaald worden door de inkomens van alle mensen die aan een product of dienst gewerkt hebben. In onze maatschappij gebeurt dit niet, en dat komt door meer dan de eerder genoemde 35 tot 40 procent van de winkelprijs die men gebruikt om rente op leningen te betalen.

Allereerst zijn er de werkelijke kosten van een product of een dienst. Die zijn moeilijk hard te maken, maar ik geloof dat ze in de meeste gevallen hoger liggen dan de prijs die wij ervoor betalen. Kosten worden namelijk voor een groot deel afgeschoven op mensen en natuur die kapotgaan aan de productie van goederen en levering van diensten. Zij betalen meteen voor de schade die hen toevalt; wij consumenten doen dat pas ergens in de toekomst, wanneer onze longen bijvoorbeeld teveel last krijgen van gekapte regenwouden en leeggeviste zeeën.4Bomen zijn niet de enige longen van onze planeet. Er wordt zelfs beweerd dat het grootste deel van de atmosferische zuurstof uit oceanen komt. Zie bijvoorbeeld Seaspiracy.org/facts & Earthsky.org/earth/how-much-do-oceans-add-to-worlds-oxygen.

Terugkerend bij de prijs die we wél direct betalen: naast het rentedeel gaat nog een deel naar mensen die geen actieve bijdrage hebben geleverd. Deze mensen maken winst op een product of dienst, puur en alleen omdat ze bijvoorbeeld aandelen bezitten in het bedrijf dat erachter zit, of huur ontvangen voor de grond en gebouwen waarop het bedrijf z’n ding doet.

Kortom: het hebben van vermogen in de vorm van geld of grond, geeft je bijna automatisch de gave om dat vermogen te vermeerderen. Het enige talent dat je voor deze gave nodig hebt, is het talent om een deel van je geld of grond tegen rente uit te lenen. En zelfs dat talent kun je uitbesteden, want er staan meer dan genoeg bankiers, speculanten en makelaars te popelen om je te helpen.

Op wereldschaal draagt het rentespel bij aan het volgende plaatje:

Wereldbol gedeeld door twee, bij linkerhelft acht poppetjes en cijfer 8, onder rechterhelft een hele hoop poppetjes en cijfer 3,6 miljard.

Sinds 2015 bezit de rijkste één procent van de wereld meer kapitaal dan de overige 99 procent bij elkaar; aan het begin van 2017 bezaten de acht vermogendste mensen ter wereld evenveel als de armste helft van de wereldbevolking.5Oxfam Briefing Paper, ‘An Economy for the 99%’, januari 2017, Oxfam.org.

Econoom Thomas zegt hierover: ‘Wij mensen hebben geen bezwaar tegen ongelijkheid als gevolg van werk en verdienste. Maar als je een groep van oligarchen hebt die maar kapitaal blijft opstapelen, botst dat met diepe overtuigingen op het gebied van sociale rechtvaardigheid.’6Pieter Giesen, ‘Slapend rijker’. De Volkskrant, zaterdag 19 april 2014.

Ik kan me nogal in Thomas’ woorden vinden, maar de botsing die ik vooral voel, gaat over iets anders.


_

  • 1
    Medewerkers van de Triodos Bank vroegen Angaangaq: ‘Hoe word je écht rijk?’ De korte video met daarin onder het andere onderstaande antwoord, vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/schathemeltjerijk.
  • 2
    Uit een artikel van Pieter Giesen, ‘Slapend rijker’. De Volkskrant, zaterdag 19 april 2014.
  • 3
    Mirjam de Rijk, ‘En de winnaar is… het bedrijfsleven’. De Groene Amsterdammer, 31 januari 2018, Groene.nl.
  • 4
    Bomen zijn niet de enige longen van onze planeet. Er wordt zelfs beweerd dat het grootste deel van de atmosferische zuurstof uit oceanen komt. Zie bijvoorbeeld Seaspiracy.org/facts & Earthsky.org/earth/how-much-do-oceans-add-to-worlds-oxygen.
  • 5
    Oxfam Briefing Paper, ‘An Economy for the 99%’, januari 2017, Oxfam.org.
  • 6
    Pieter Giesen, ‘Slapend rijker’. De Volkskrant, zaterdag 19 april 2014.

Geïnspireerd?

Geld Gaat Nooit Over Geld is gepubliceerd onder een Creative Commons-licentie en online voor iedereen beschikbaar op een ‘geef wat goed voelt’ donatiebasis.

Als het boek je inspireert, kun je de verspreiding ervan steunen door (jezelf) een papieren boek, e-boek of audioboek te geven.