Tekort hebben en tekort zijn
—
Alles wat we doen uit angst voor straf als we het niet doen: iedereen betaalt ervoor. Alles wat we doen voor een beloning: iedereen betaalt ervoor. Alles wat we doen om ervoor te zorgen dat mensen ons leuk gaan vinden: iedereen betaalt ervoor.
— Marshall Rosenberg
—
In de concurrentiesfeer vervaagt het onderscheid tussen hebben en zijn. We leren eigenwaarde niet uit een eigen gevoel van waarde te putten, maar uit groter, kleiner, slimmer, dommer, sneller of langzamer. Dingen minder goed kunnen dan een ander maakt ons minder; dingen beter kunnen, maakt ons meer.
Een paar jaar terug zou ik dit mechanisme nog hebben afgeserveerd als een symptoom van onze westerse maatschappij, maar ook op de meest onwaarschijnlijke plekken blijkt het z’n ding te doen.
In 2013 nodigt fotograaf Thijs Heslenfeld me uit om twee weken lang door de wildernis van Namibië te trekken. Ik ken Thijs van het Hartwerkersportret waarvoor ik hem interviewde en weet dat als hij het over wildernis heeft, dat hij het meent.
Tijdens onze eerste avond samen krijg ik de wildernis al op m’n bord. Meters van een plek waar we net leeuwensporen hebben gezien, zegt Thijs doodleuk: ‘Hier gaan we kamperen.’
Na Mongolië is Namibië het meest dunbevolkte land ter wereld. De leegte is één van de redenen dat Thijs zo door het land is gegrepen. Toch ontmoeten we bijna elke dag volk, zelfs op de meest onmogelijke plekken.
‘Ik was naar de stad verhuisd voor een makkelijker leven,’ vertelt één vrouw, ‘maar in de stad kwam ik er pas achter hoe makkelijk mijn leven hier in de woestijn was. Dus ben ik teruggekomen. Hier kan ik voor mezelf zorgen. In de stad vond ik dat veel moeilijker.’
Oké, bijzonder verhaal, maar ook logisch. Minder logisch is wat Thijs en ik nog dieper in de woestijn tegenkomen. Ook daar leven complete families, samen met soms wel honderd koeien. Dagenlang trekken leden van de families met hun kuddes door droogte en hitte, op zoek naar voedsel en water voor de dieren. Als we verwonderd aan een familiehoofd vragen waar dit goed voor is, antwoordt hij even kort als eerlijk: ‘Status.’
Van één koe neemt een familie misschien wat melk; de rest van de kudde doet louter dienst als symbool. Hoe meer koeien je hebt, zo wordt ons verteld, hoe rijker en belangrijker je bent.

Wij westerlingen denken dan: Die zijn krankjorum. Maar dan komen Thijs en ik thuis van onze reis en denk ik: Wij zijn net zo geflipt. Wat verzinnen, produceren, kopen en verzamelen wij in het Westen allemaal niet aan koeien, oftewel spullen, apps, gadgets en lasten, om te laten zien dat we meetellen? Hoeveel mensen hangen hun zelfbeeld wel niet op aan het werk dat ze doen, het geld dat ze ermee verdienen, de lof die ze ermee oogsten en de spullen die ze bezitten? En tegen welke prijs?

In onze maatschappij (en ook daarbuiten) is meer zo gewoon dat het een doel op zich is geworden. Alles om meer productie te draaien, meer uit je bedrijf te halen, meer winst te boeken, meer uit mensen te halen, meer uit jezelf te halen, meer te verdienen, meer te kunnen kopen, meer te kunnen doen, meer te kunnen zijn. Kinderen hun hart laten volgen en collega’s tot bloei laten komen? Hartstikke leuk, maar alleen als ze daarmee effectiever gaan werken, meer presteren en meer opleveren.
Ik heb hier lang een oordeel over gehad, maar net als in concurrentie en in het bankwezen, heb ik in onze collectieve zucht naar meer een prachtige kern van waarheid gevonden.
Wij verlangen ernaar het leven in al zijn onbegrensde rijkdom volop te ervaren. Om alle kleuren tot ons te nemen, om onophoudelijk te ontdekken en onszelf te blijven vullen met de magische wegen van het bestaan. Het probleem is dat we deze onbegrensdheid op de verkeerde plek zoeken. We hopen vervulling te vinden in materie, in niet-authentieke ambities en in opgepompte zelfbeelden, maar creëren vooral een vicieuze cirkel. Hoe meer we najagen, hoe minder vervuld we ons voelen, hoe meer we najagen in de hoop alsnog vervulling te vinden.
Voor mij is dit de werkelijke armoede van nooit genoeg: dat mensen niet kiezen voor wegen die levendig, creatief, waardevol of zinvol voelen, maar dat ze nu dit doen uit angst voor straks dat.
Herken je bijvoorbeeld iets van het volgende?
- Als ik nu geen stomme vakken doe, kan ik straks niet studeren.
- Als ik nu geen papiertje haal, heb ik straks geen baan.
- Als ik nu deze baan niet aanneem, heb ik straks geen CV.
- Als ik nu niet doe wat de baas zegt, word ik straks ontslagen.
- Als ik nu deze opdracht niet scoor, heb ik straks geen inkomen.
- Als ik nu ‘nee’ zeg, krijg ik straks geen kans meer.
- Als ik nu niet meedoe, heb ik morgen geen vrienden meer.
- Als ik nu deze cursus niet volg, loop ik straks achter.
- Als ik nu rust neem, krijg ik het straks niet af.
- Als ik vandaag geen winst maak, ben ik morgen ontslagen.
- Als ik morgen stop met roeien, ben ik vanaf morgen een loser.
Misschien herken je geen van bovenstaande. Ik herken ze allemaal. Door elk van deze overtuigingen heb ik me laten beetnemen, meestal zonder het door te hebben, soms terwijl ik wist dat ik mezelf voor de gek hield.
Ik laat het nog steeds gebeuren, zij het op steeds subtielere manieren. Angst heeft de venijnige neiging om illusie tot werkelijkheid te maken.

