Hoofdstuk 2. Dit is geen economieles

Poppetje aan touwtjes. De geldbriefjes waar hij aan hing, zijn ontploft.

Economoe

—

Als je niet wordt zoals zij willen dat je wordt, zijn ze boos. Want iedereen kan je precies vertellen hoe je moet leven. Terwijl ze zich geen raad weten met hun eigen leven.

— Paolo Coelho, De Alchemist

—

In 2004 bereiken mijn ploeggenoten en ik de finale van één van de meest prestigieuze roeitoernooien ter wereld. We winnen. Anderhalve maand later voel ik me nog steeds als de dweil die voorbij de eindstreep uitgeput in elkaar zakte. Ik ben tweeëntwintig jaar oud en geloof niet dat dit de bedoeling is. Gelukkig weet mijn huisarts raad. ‘Mundo,’ zegt hij resoluut, ‘je bent overtraind.’

Ik neem de woorden aan voor waar, maar van binnen weet ik wel beter. Ik ben al naar de klote sinds ik wil stoppen met roeien. Een heel jaar lang, terwijl ik op mijn tandvlees toewerk naar dat prestigieuze roeitoernooi, wil ik stoppen met roeien. Elke haal doet pijn, mijn lijf vraagt continu of we alsjeblieft mogen nokken en toch ga ik door. Waarom?

Omdat ik roeien wil. Dat is tenminste wat ik mezelf en anderen aanpraat. De echte reden durf ik niet onder ogen te komen. Ik ga door omdat slimmerds en snellerds meer lof oogsten dan dommerds en langzamerds.

Op mijn roeivereniging is nog nooit iemand erelid geworden omdat hij of zij midden in het seizoen zei: ‘Jongens, het is mooi geweest, de zin is op, ik stop.’ Stoppen is niet tof. Dus ga ik voorbij aan de signalen die zeggen dat het genoeg is geweest. Ergens weet ik dat het waanzin is, iets hooghouden dat neergelegd wil worden. Toch zal het nog jaren duren voordat ik eerlijk zijn belangrijker begin te maken dan lof krijgen. Ik ben verslaafd geraakt aan de kick van competitie.

Competitie, of concurrentie, zoals het in de economieles heet, is een logisch en gewenst gevolg van dat elfde briefje van tien euro, oftewel van een illusie van tekort. Concurrentie doet ons harder, beter en sneller werken. Concurrentie stimuleert innovatie, innovatie brengt meer welvaart en meer welvaart is goed. In het theoretische deel van dit hoofdstuk kwamen deze aannames reeds aan bod; nu de praktijk.

Concurrentie haalt inderdaad krachten in mensen naar boven die anders verborgen zouden blijven, net als in situaties waar levens op het spel staan. Moeders tillen met hun blote handen een auto op om hun beknelde kind te bevrijden; oorlogsvaarders gooien onmogelijk zware bommen van hun brandende schip zodat het schip niet ontploft; kleine meisjes springen over manshoge muren om gevaar te ontvluchten… er zijn talloze verhalen. 

In levensbedreigende situaties gaan mensen echter net zo makkelijk af als een gieter, net als in een rente-economie. In een rente-economie móeten mensen zelfs afgaan. De één kan alleen verdienen terwijl een ander een schuld opbouwt. De één kan alleen excelleren terwijl anderen onder de maat presteren. Bovenop dit onwenselijke gegeven, zie ik zelfs onder ‘winnaars’ weinig dat met echt excelleren te maken heeft. Steeds meer mensen lopen steeds jonger leeg terwijl ze zogenaamd excelleren.

Het spel van excelleren en afgaan begint niet zodra we met geld in aanraking komen. Excelleren en afgaan zitten diep verankerd in de manieren waarop we elkaar opvoeden en onderwijzen.

Veel van wat wij gezin, school, bedrijf, organisatie en management noemen, is erop gericht om gehoorzaamheid te produceren. Dit gebeurt veelal onbewust en met goede bedoelingen, maar dat maakt de schade niet minder. Als wij bepaalde voorwaarden moeten vervullen om waardering en goedkeuring te oogsten, is de kans groot dat we leren onszelf niet te leuk vinden om wie we zijn. Dit kan ertoe leiden dat we een vals persona opbouwen, iemand die het in de ogen van de buitenwereld (hopelijk) goed doet. Wat ons echt beweegt, wordt overschaduwd door aanpassingsgedrag. Onderzoek wijst uit dat deze strategie vaak gepaard gaat met depressie, moedeloosheid en een vergeten van wie we zijn.1Met zijn boek Onvoorwaardelijk Ouderschap beschrijft Alfie Kohn treffend wat we aan schade berokkenen door (onbedoeld) te belonen en te straffen. Hij onderbouwt zijn argumenten met talloze onderzoeken en gebruikt rake taal. Meer over zijn boek, plus over alternatieven voor straffen en belonen, vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/onvoorwaardelijk-ouderschap.

Alphabet, een documentaire over de huidige staat van ons onderwijs, laat pijnlijk treffend zien wat voorwaardelijkheid met ons kan doen. In beeld verschijnt onder andere een Chinese jongen. Zijn moeder somt allemaal prestaties op en haalt een medaille tevoorschijn die hij bij een wiskundewedstrijd won. Gedwee hangt hij de medaille om zijn nek.

Jongen met een medaille omgehangen

‘Haal nog maar een paar prijzen’, zegt zijn moeder trots.

Ik kan niet met zekerheid zeggen wat er in deze jongen omgaat. De film brengt hem meerdere keren in beeld zonder hem het woord te geven. Toch is zijn blik voor mij een toonbeeld van wat velen van ons meemaken — en van wat ik heb meegemaakt, niet alleen tijdens mijn roeicarrière. Legio sporters, rekenwonders, artiesten en zakenlui beleven of eindigen hun loopbaan, zelfs de meest glansrijke, in fysieke en mentale puinhoop. Leven voor erkenning in plaats vanuit vreugde kan letterlijk doodvermoeiend zijn.

Het is dubbel tragisch, want net als in het bankwezen zie ik in concurrentie een prachtige kern van waarheid. Wij willen tot bloei komen. Volgens mij vinden we het heerlijk om onszelf en elkaar uit de tent te lokken van wat we denken te kunnen, hoe spannend dat soms ook is. Een limiet overstijgen, alleen of samen, is een intens mooie en bekrachtigende ervaring.

Maar ten koste van anderen?

Ten koste van onszelf?

En uiteindelijk — want dat is de onvermijdelijke finale van nooit genoeg —ten koste van alles en iedereen?

Ik zie niet hoe dit ons slimmer, rijker of bloeiender maakt.

Concurrentie draait op beloning en straf. Beide zijn een nekslag voor onze aangeboren ontdekkingsdrang en genialiteit. Alphabet presenteert bijvoorbeeld het volgende onderzoeksresultaat: achtennegentig procent van alle kinderen wordt hoogbegaafd geboren; eenmaal geschoold en volwassen blijkt slechts twee procent dat nog steeds te zijn.

Op zielsniveau geloof ik niet dat dit is wat we willen creëren. Toch blijft het gros ermee doorgaan, ook al heeft een sloot aan onderzoek bewezen dat het niemand ten goede komt. Experimenten bevestigen keer op keer dat beloningen en bonussen alleen ‘werken’ bij makkelijke taken met simpele kaders en concrete doelen. Zodra een klus ook maar iets uitdagender wordt, werken beloning en straf eerder verlammend dan aanstekelijk. Sterker nog: hoe hoger de beloofde beloning, hoe dommer we ons voor die beloning inzetten. Waarom? Omdat beloning en straf, oftewel extrinsieke motivatie, onze blik vernauwen. Met een wortel voor onze neus zijn we geneigd alleen nog de wortel te zien. We worden blind voor creatieve wegen naar het gestelde doel — en we vergeten onszelf een waardevolle vraag te stellen: ‘Is het gestelde doel wel het beste doel?’2Een leuke en goed onderbouwde bron over wat wetenschap weet en wat de wereld doet, is Dan Pink’s TED-toespraak ‘The Puzzle of Motivation’, te bekijken op GeldGaatNooitOverGeld.org/intrinsic-drive.

Zelfs mensen die denken een maatschappij te willen waarin anderen netjes doen wat we hen opdragen, schieten zichzelf met extrinsieke motivatie in de voet. Hoe meer mensen ergens voor worden beloond, hoe groter de kans dat ze interesse verliezen in de opdrachten die ze moeten uitvoeren om de beloning te krijgen. Tientallen studies onder mensen van verschillende leeftijden, sekse en culturele achtergronden, kwamen tot deze of een vergelijkbare conclusie.3Meer van dit soort onderzoeken zijn samengevat in Alfie Kohns boek Punished by Rewards, waarnaar hij verwijst vanuit zijn boek Onvoorwaardelijk Ouderschap. Zie GeldGaatNooitOverGeld.org/onvoorwaardelijk-ouderschap. Kort gezegd: werkpaarden die beloond worden voor hun werk, worden slechte werkpaarden.

Dan is er nog de vervelende neiging van mensen om niet altijd te doen wat hen wordt opgedragen. Een groot deel dat continu ‘goed zo!’ of ‘foei!’ hoort, gaat vroeg of laat rebelleren, saboteren en zelfs vechten.

Tegen bovenstaande vallen meerdere dingen in te brengen. Eén daarvan stoelt op een zogenaamd natuurlijke rangorde. Genoeg mensen die zeggen dat arme schepsels arm zijn omdat ze dom zijn. Ze hebben gewoon geen rijke hersenen. Of ze kunnen geen geld verdienen. Of ze willen geen geld verdienen. Of ze verdienen het wel, maar verspillen het vervolgens aan domme dingen.

In een aantal gevallen zullen dit soort overtuigingen hout snijden, maar onderzoek laat opnieuw zien dat er vooral iets anders aan de hand is. Een studie in Amerika toonde aan dat arme mensen niet arm zijn omdat ze dom zijn, maar omdat armoede aanspoort tot verarmend gedrag. Onderzoekers legden het cognitieve vermogen van mensen naast hun gedachten over geld. Wat ze zagen, is dat zorgen (of die nu gaan over geld, tijd, eten of wat dan ook) mentale ‘bandbreedte’ opslokken. En een hoofd vol kopzorgen schiet vanzelf in de overlevingsstand. Net als bij beloning en straf, richt een zorgelijk hoofd zich vooral op de korte termijn. Dingen die ook belangrijk zijn, krijgen nauwelijks ruimte meer. Het resultaat: beslissingen die armoede creëren, in stand houden en verergeren. Conclusie: armoede is eerder een oorzaak van dom gedrag dan andersom.4Rutger Bregman interviewde één van de onderzoekers voor een artikel, ‘Waarom arme mensen domme dingen doen’, te vinden op Decorrespondent.nl. Voor het volledige onderzoeksverslag, zie Anandi Mani e.a., ‘Poverty Impedes Cognitive Function’. Science, Vol. 341, 30 Augustus 2013, p. 976-980.

Nu beperkte dit onderzoek zich tot mensen die onderaan de maatschappelijke ladder staan: laag opgeleid, levend van een karig loon en vaak slecht voor zichzelf zorgend. Ik snap deze onderzoekskeuze, maar is het bovenaan de ladder anders? Eindjes aan elkaar knopen om je kinderen te voeden, winst boeken om je aandeelhouders zoet te houden, doorgaan met roeien om lof te oogsten; ik zie geen verschil. Volgens mij ontstaat armoede vooral in ons, wanneer we geloven dat we te weinig hebben.


_

  • 1
    Met zijn boek Onvoorwaardelijk Ouderschap beschrijft Alfie Kohn treffend wat we aan schade berokkenen door (onbedoeld) te belonen en te straffen. Hij onderbouwt zijn argumenten met talloze onderzoeken en gebruikt rake taal. Meer over zijn boek, plus over alternatieven voor straffen en belonen, vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/onvoorwaardelijk-ouderschap. ↩︎
  • 2
    Een leuke en goed onderbouwde bron over wat wetenschap weet en wat de wereld doet, is Dan Pink’s TED-toespraak ‘The Puzzle of Motivation’, te bekijken op GeldGaatNooitOverGeld.org/intrinsic-drive. ↩︎
  • 3
    Meer van dit soort onderzoeken zijn samengevat in Alfie Kohns boek Punished by Rewards, waarnaar hij verwijst vanuit zijn boek Onvoorwaardelijk Ouderschap. Zie GeldGaatNooitOverGeld.org/onvoorwaardelijk-ouderschap. ↩︎
  • 4
    Rutger Bregman interviewde één van de onderzoekers voor een artikel, ‘Waarom arme mensen domme dingen doen’, te vinden op Decorrespondent.nl. Voor het volledige onderzoeksverslag, zie Anandi Mani e.a., ‘Poverty Impedes Cognitive Function’. Science, Vol. 341, 30 Augustus 2013, p. 976-980. ↩︎

Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: