Hoofdstuk 2. Dit is geen economieles

Poppetje aan touwtjes. De geldbriefjes waar hij aan hing, zijn ontploft.

Wat is er mis met meer?

Elk van de heersende antwoorden die we momenteel geven op een perceptie van tekort, creëert een nieuw, nog groter tekort. De positieve naam die we aan dit spel hebben gegeven, is ‘groei’. Bij economische groei kijken we blij en van economische krimp worden we sip. Waarom? Omdat we economische krimp zijn gaan associëren met achteruitgang, stagnatie en geen vaart, terwijl economische groei een synoniem is geworden voor vooruitgang, innovatie en welvaart.

Zonder economische groei is er geen toenemende welvaart, want de mate waarin wij onze behoeftes weten te bevredigen, stijgt alleen wanneer de economie groeit. Dit gangbare idee leunt op twee aannames:

  1. Welvaart moet toenemen, willen we een gelukkige en gezonde samenleving creëren.
  2. Mensen streven niet zomaar naar welvaart. Ze hebben een prikkel nodig.

De eerste aanname komt voort uit een perceptie van tekort. Wat er nu is, is niet genoeg om gelukkig en gezond te zijn. De tweede aanname, idem. Want, zo gaat de redenatie verder, wij mensen willen pas meer wanneer we ervaren dat we te weinig hebben.

Deze denkwijze maakt tekort (of schaarste, zoals economen het noemen) tegelijkertijd een probleem en een oplossing. Schaarste stimuleert ons om te stoppen met luieren, in beweging te komen en vooruit te gaan. En voor schaarste valt te zorgen, bijvoorbeeld met dat elfde briefje, oftewel een rentedragende schuld, oftewel een kunstmatig gecreëerd tekort.

Ergens heeft deze probleem-oplossing ons gediend. Wij mensen hebben onmogelijke ontdekkingen gedaan, bizar mooie dingen uitgevonden en onze levensomstandigheden op meerdere vlakken enorm verbeterd.

Maar wat als meer moet? Wat als we niet zonder meer kunnen? Wanneer is meer dan genoeg?

Nooit.

Een groei-economie, oftewel schuldenmaatschappij, is onverzadigbaar. Rente en inflatie eisen altijd meer dan ze geven, dus er moet altijd meer terug naar het systeem dan er uit het systeem komt. Wij kunnen vandaag de dag met een fractie van de tijd en arbeid die we honderd jaar geleden nodig hadden, ruimschoots in ons levensonderhoud voorzien, allemaal dankzij technologische vooruitgang en door dingen slimmer aan te pakken. Maar zijn we werkelijk meer gaan leven?

Van holbewoner, via de jager-verzamelaar, naar de boer, naar de bouwvakker, naar de computerslaaf.

Bijna alles dat de natuur ons ooit gaf, plus een groot deel van wat we vroeger met en voor elkaar deden, heet tegenwoordig een product of dienst. Denk bijvoorbeeld aan schoon drinkwater, land om op te leven, voedsel, grondstoffen, ouderenzorg, kinderopvang en de hond uitlaten. Hetzelfde geldt voor bijna alles dat we vroeger zelf maakten of (ver)bouwden. Op al deze vlakken zijn we met ‘innovatieve’ oplossingen gekomen, die een boel problemen veroorzaken. Hoe meer we uitbesteden aan specialisten en professionals, hoe meer we betalen om in onze behoeftes te voorzien, hoe meer we moeten verdienen om in onze behoeftes te voorzien. Hoe harder we moeten werken om meer te verdienen, hoe minder tijd en aandacht er overblijft voor dingen die tijd en aandacht vragen, hoe meer we van onze tijd en aandacht uitbesteden aan specialisten en professionals, hoe meer we moeten verdienen om specialisten en professionals te betalen…

draaiend rad met woorden: meer betalen, harder werken, meer verdienen, minder tijd, meer uitbesteden(en weer terug bij meer betalen).

Anders gesteld: zolang meer niet genoeg is, blijft genoeg een belofte voor de toekomst. Een deel van de toenemende druk weten we gelukkig uit te besteden aan mensen en plekken elders op aarde. In zogenaamde ontwikkelingslanden doen ze minder duur, zeuren ze minder over arbeidsomstandigheden en kunnen we naar hartenlust het milieu vervuilen.

Nu zou je zeggen dat we op een gegeven moment in onze behoeftes voorzien moeten zijn, maar helaas. Een onverzadigbaar systeem ‘ontdekt’ continu nieuwe behoeftes. Onze maatschappij staat bol.com van producten, diensten, apps en gadgets die kortgeleden nog niet bestonden. Allemaal spelen ze in op onze geheime angsten en ijdelheden. Allemaal proberen ze ons aan te praten dat ze belangrijk zijn en allemaal beloven ze ons een makkelijker, rijker en veiliger leven. Of ze die belofte ook waarmaken, is van weinig belang. Wat telt, is dat we ervoor betalen.

Reclameposter voor Oasis frisdrank. Tekst: ’It’s Summer. You’re thirsty. We’ve got sales targets.’

Reclameposter voor Oasis frisdrank, Schotland, 2015. Eén van de eerlijkste advertenties die ik ooit heb gezien.

Kortom, in respons op de vraag ‘Wat is er mis met meer?’: niets. Behalve in een rente-economie. Daar krijgen steeds meer dingen een prijskaartje, niet omdat we dat willen en niet omdat we er beter van worden, maar omdat meer nooit resulteert in genoeg.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: