Geld en goud
Geld bestaat en heeft waarde omdat we hebben afgesproken dat geld bestaat en waarde heeft. Voordat we dit afspraken, betaalden we elkaar met goud. Ergens is dat een logische keuze, want goud is zeldzaam en het bederft niet. Goud laat zich makkelijk in stukjes hakken en in vormen smelten. Daarnaast is het duidelijk te onderscheiden van andere metalen, dus niet zomaar na te bootsen. Goud is alleen ook zwaar, dus niet zo handig voor in je portemonnee.
Geld verscheen dus in eerste instantie als een oplossing voor de lompheid van goud. Het werd een ‘representant’. Elk geldbiljet en elke (bijvoorbeeld koperen) munt stond gelijk aan een bepaald gewicht in goud. Deze nieuwe afspraak maakte van goud een zogenaamde reserve, oftewel backup.

Detail van een jiaozi, ’s werelds vroegst bekende geldbiljet. Dit papieren geld verscheen in China rond het jaar 1000, in eerste instantie vanwege een tekort aan koper om nieuwe munten uit te slaan.1Zie En.wikipedia.org/wiki/Banknote#Early_Chinese_paper_money.
In 1871 werd er een internationale ‘gouden standaard’ in het leven geroepen. Deze standaard moest veiligheid en stabiliteit bieden, onder meer door te borgen dat er niet meer geld gecreëerd zou worden dan wat er aan corresponderend goud in de wereld was.
Toen in 1929 de Amerikaanse beurzen crashten, met een wereldwijde economische malaise als gevolg, durfden mensen niet meer te bouwen op het financiële systeem. Massaal klopten ze aan bij banken om hun geld in te wisselen voor goud. Overheden werden hier nerveus van en na een hoop politiek gesteggel, inclusief pogingen om toch nog iets van de gouden standaard te maken, werd geld in 1976 losgekoppeld van goud. Vanaf dat moment kon geld onbeperkt gecreëerd worden en werden economieën makkelijker beïnvloedbaar.2Informatie over de gouden standaard haalde ik onder andere uit En.wikipedia.org/wiki/Gold_standard en Investopedia.com/ask/answers/09/gold-standard.asp.
Nu wil de grap dat goud, hoewel zeldzaam en onbederfelijk, feitelijk gezien bijna waardeloos is. Het is te zacht om ermee te bouwen, te hard om op te eten en zelfs gesmolten is het niet te vreten. Goud is één van de minst bruikbare metalen op aarde. Toch doen mensen er een moord voor. Waarom? Om de simpele reden dat we ooit hebben afgesproken dat goud goud waard is.
De gouden standaard was een afspraak, gebaseerd op een afspraak, gebaseerd op een perceptie van waarde zonder fundament. Toch geloven legio mensen nog steeds in beide afspraken. Ze slaan gaten in de grond om goud te delven, om dat goud vervolgens naar andere gaten, oftewel kluizen, te transporteren en te bewaren. Van het goud in kluizen kun jij jezelf nog steeds een stukje toe-eigenen door het te kopen met geld. Je krijgt het alleen nooit te zien, dus je weet niet of het er wel is. En zelfs als het er is, heb jij er alleen wat aan zolang de afspraak dat goud goud waard is, in ere blijft. Mensen die denken hun kapitaal veilig te stellen door het om te wisselen voor goud, nemen zichzelf dus net zo hard in de maling als ze al deden.
Punt van orde: er is niets mis met afspraken. Ik vind afspraken zelfs superhandig. Mits ze iets betekenen en ons daadwerkelijk helpen. Het probleem van veel gangbare afspraken rondom werk, leven, opvoeding, onderwijs, geld en goud, is dat ze dat niet doen. Ze zetten ons vast.
_
- 1Zie En.wikipedia.org/wiki/Banknote#Early_Chinese_paper_money. ↩︎
- 2Informatie over de gouden standaard haalde ik onder andere uit En.wikipedia.org/wiki/Gold_standard en Investopedia.com/ask/answers/09/gold-standard.asp. ↩︎

