Grond en eigendom
Geen mens heeft zijn geboorte op deze planeet gekocht. Toch hebben we het recht en de ruimte om er te leven tot een verhandelbaar product gemaakt, met bijbehorende renteplicht. Net als met kapitaal, valt een steeds groter deel van het aardoppervlak in handen van een steeds kleinere groep mensen. Net als met kapitaal ‘verrijkt’ men zich vooral aan grond ten koste van anderen en de planeet. Grond is inmiddels zo duur geworden, dat het bijna onmogelijk is om er winst uit te halen zonder het kapot te maken of vol te bouwen.
Gek genoeg lijken we op buitenaards terrein meer bij zinnen te zijn. Zo bepaalt het Outer Space Treaty, een verdrag dat in 1967 in werking trad en inmiddels door 111 landen is ondertekend, dat de complete buitenaardse ruimte en alles dat erin rondzweeft, vrijelijk door elk volk verkend mag worden, maar dat geen enkel volk of land er heerschappij over mag claimen.
Waarom daar wel en op aarde niet? Volgens de tekst van het verdrag: omdat deze verkenningsvrijheid bijdraagt aan internationale wetenschappelijke samenwerking en dus aan meer begrip en sterkere, vreedzame relaties tussen staten en mensen.1Zie Outerspacetreaty.org. Een reden die een vriendin van me aandroeg, is dat ons collectieve bewustzijn gegroeid is sinds we met grondverhandeling begonnen. Uit dit groeiende bewustzijn ontstond een andere keuze.
Ik vind beide redenen hoopgevend. Het verdrag is alleen nog niet op de proef gesteld. Tot nu toe is het nog niemand gelukt om langer dan drie dagen voet te zetten op een buitenaards stuk grond. Wat mensen wel is gelukt, veelvuldig, is afspraken toezeggen om ze vervolgens niet na te leven.
Volgens mij is het wachten op de eerste kolonisten die het verdrag aan hun laars lappen. Tenzij we voor dat moment ook op aarde bij zinnen komen.
_
- 1Zie Outerspacetreaty.org. ↩︎

