Ik voel iets dat ik niet begrijp en tegelijkertijd volledig snap.
Ik ben het normaal gaan vinden om te rennen en te presteren. In veel gevallen voor zaken waar ik niets bij voel. Alles om de wereld te laten zien dat ik meetel, er bij hoor en een tof leven leid. Nooit heeft dat normaal gevoeld en nooit heb ik het echt gewild. Ik durf het alleen nu pas toe te geven.
Maar waar geef ik aan toe? Is wat ik voel waar? Of ben ik gek aan het worden?
Ik weet het niet.
Steven weet het wel. Aan de rand van de trap vertelt hij over eenzelfde ervaring die hem is toegevallen. Hij is blij voor me dat het mij nu ook overkomt. ‘Mundo, dit is waar Yaiks over gaat. Dat mensen zichzelf ontdekken.’
Ik ben blij voor Steven dat hij blij voor me is, maar voor mezelf… Dit niet-begrijpende en wel-snappende gevoel gaat dieper dan ik me kan heugen. Er is opluchting en zelfs een vleug verheuging. Alsof ik aan de rand sta van iets waar ik mijn hele leven al naar verlang. Dat voelt vertrouwd en tegelijkertijd nieuw.
Ik weet niet wat nu komen gaat. Ik ben bang.

