Een onvoorwaardelijk basisinkomen

Dit derde idee lijkt een beetje op Silvio’s negatieve rente, maar laat zich makkelijker uitleggen.
Vanaf nu krijg je elke maand genoeg geld
om in je basisbehoeften te voorzien.
Punt.
Geen adder, geen verplichting, geen druk. Of je er nu voor kiest om betaald werk te doen, een opleiding te volgen, voor jezelf te beginnen, aan je dromen te knutselen of niets te doen: je krijgt wat je minimaal nodig hebt om jezelf van onderdak te voorzien, te voeden en gezond te houden. En samen met jou alle mensen, jong en oud, fit en ziek, rijk en arm.
Absurd natuurlijk. Want als wij de deur niet meer uit hoeven om geld te verdienen, waarom zouden we dan nog de deur uit gaan?
Voor sommigen zal dit misschien opgaan. Zeker voor mensen die nog nooit hebben ervaren dat werken leuk kan zijn, zou een onvoorwaardelijk basisinkomen zomaar het startsein van een zestigurige Netflix-week kunnen zijn. De meesten van ons zie ik echter aan iets uitdagenders beginnen: de ontdekking van een eigen gevoel van waarde.
Over een eigen gevoel van waarde (en vooral het wijdverbreide gebrek daaraan) heeft dit boek het meerdere keren gehad.1Ons (gebrek aan een) eigen gevoel van waarde besprak ik in de geen-economieles onder ‘Tekort hebben en tekort zijn’, in de reflecties op mijn liftavontuur met Peter (zie hier in deel I en hier in deel II) en in het stuk dat ging over vechten, vluchten en bevriezen (zie hier in deel II). Overlevingsgedrag is zo diep in ons collectieve bewustzijn verankerd geraakt, dat alleen al het idee dat we hoe dan ook een inkomen ontvangen, of we nu wel of niet iets ‘productiefs’ doen, een aanslag op ons onbewuste denkkader is.
Ik geloof dus niet dat een onvoorwaardelijk basisinkomen de economie gaat platleggen. Ik geloof dat een flink aantal mensen eerst door een periode van ontwenning heeft te gaan, voordat authentiek gedrag het overneemt van overlevingsgedrag.
Wat niet wegneemt dat een heleboel mensen het roer meteen zullen omgooien zodra het eerste maandelijkse bedrag op hun rekening verschijnt.
Kun jij je voorstellen dat je het volgende (indien van toepassing op jou) nog kunt volhouden, wanneer je ineens een onvoorwaardelijk basisinkomen geniet?

Leren voor een diploma om te solliciteren naar een baan, om dingen te doen die je niet wilt doen, om geld te verdienen en om rekeningen te betalen, zodat je door kunt gaan met doen wat je niet wilt doen.

Gaten in de markt prikken, fictieve behoeftes verzinnen, nutteloze producten en diensten ontwikkelen en mensen aanpraten dat ze jouw producten en diensten nodig hebben, omdat je geen creatievere weg ziet om je leven te financieren (eigenlijk hetzelfde als hierboven, maar toch het aparte vermelden waard).

Gehoorzamen aan een baas die zich gedraagt als een tiran en/of zichzelf buitensporig beloont.

Uren uitzitten om de uren in je contract vol te maken.

Wachten op je pensioen om te gaan leven.

Blijven praten over ooit of later.
Dat zijn zaken die ik bij heel veel mensen zie stoppen. Dan nu wat ik tot leven zie komen:
1. Wezenlijke behoeftes
Autonomie, zingeving, integriteit, verbinding, spel, schoonheid en een oprecht gevoel van welzijn, allemaal zaken die nu vooral ondergesneeuwd raken door overlevingsgedrag en rekeningen-stress, krijgen ruimte en worden (langzaam) leidend in onze beslissingen. Dat we wezenlijke behoeftes moeten onderdrukken om in onze basisbehoeftes te voorzien, wordt immers een verhaal dat we niet langer hoog kunnen houden.
2. Onderzoek en actie
In plaats onszelf alleen af te vragen waar we echt blij van worden, gaan we op ontdekkingstocht. In plaats van wachten op betaling, toestemming, goedkeuring of wel-geschikt-niet-geschikt om te gaan doen waar we echt blij van worden, gaan we al doende ervaren waar we echt blij van worden.
3. Echt werk en vreugde
Rotwerk voor een aalmoes uitbesteden aan mensen die dat werk alleen maar aannemen omdat ze anders het dak boven hun hoofd verliezen, is geen optie meer. Rotwerk moet óf beter betaald worden, of getransformeerd worden tot vervullend werk. Als transformeren niet kan, dan zal het werk waarschijnlijk niet nodig zijn en maakt het dus ook niet uit dat niemand het meer doet. Positief verwoord: gelijkwaardigheid, respect, zingeving en plezier worden de nieuwe werkstandaard.
Kort gezegd: alles dat louter bestaat om nooit genoeg draaiende te houden, zie ik verdwijnen zodra ons basisinkomen onvoorwaardelijk wordt. Verder geloof ik dat we gaan meemaken wat onderzoekers allang weten (en reeds langskwam onder ‘Economoe’ in deel I): angst voor tekort, de belofte van meer en concurrentie zijn niet de beste drijfveren van innovatie.
Onze beste drijfveer
Volgens mij heet intrinsieke motivatie intrinsieke motivatie, omdat we in onze kern allemaal willen geven en bijdragen. Wat onze ziel niet wil, is meedoen aan zaken die nutteloos zijn, waarde afbreken en onze aangeboren genialiteit ontkennen.
Carrière-analist Dan Pink dook diep het onderwerp motivatie in, met hulp van legio onderzoeken. Zijn conclusie is dat er drie factoren zijn die ons aanwakkeren, betrokken maken en een inventieve houding doen aannemen:

Autonomie, oftewel de vrijheid om richting te geven aan ons leven en werk.

Meesterschap, oftewel de ruimte om te oefenen, te experimenteren en te falen (omdat we alleen leren door te gaan, te vallen, op te staan en het opnieuw te proberen).

Betekenis, oftewel:‘Wat ik doe, voegt werkelijk iets toe’.2Dan Pink’s TED-Talk ‘The Puzzle of Motivation’ vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/intrinsic-drive.
Om deze conclusies te koppelen aan wat ik net schreef over de deur niet meer uit hoeven: ik geloof dat diep vanbinnen geen enkel mens liever lui is dan moe. Wat ik in aanhoudende luiheid, verslagenheid, depressie en wachten op je pensioen zie, is een vervormde roep. Een ziel die zegt: ‘Als ik niet vrij tot expressie mag komen, welnu, de groeten.’
Maar stel, met een onvoorwaardelijk basisinkomen blijken er toch geboren luiwammesen te zijn? Wat doen we daarmee? Ik zeg: laten we hen liever veel plezier wensen met niksen, dan ze (zoals we nu meestal doen) met man en macht dwingen om wekelijks te solliciteren en werk te accepteren. In de woorden van maatschappijwetenschapper Fernand Crijns: ‘Dat is erger dan trekken aan een dood paard, want behalve dat het slechts beperkt resultaat oplevert, krijgen deze mensen alleen maar een grotere afkeer van werk, ontwikkeling en de samenleving.’3‘Mensen in hun kracht’. Vruchtbare Aarde, april 2014, vruchtbareaarde.nl/archief/2014_4.html.
Dit alles geschreven (en voordat ik overga naar de praktijk), wil ik over nietsdoen iets hartelijks zeggen, mede als herinnering aan mezelf ☺︎.
De rust, de vrede en het plezier die uit kunnen gaan van iemand die niks moet, van zichzelf niet en van anderen niet, vind ik van een schoonheid die ver te zoeken is bij mensen wiens aanknop alleen maar uitstaat wanneer ze bewusteloos in bed liggen. Daar komt bij dat nietsdoen een essentiële voorwaarde is voor actie. Mensen die niet tot rust komen, komen ook niet effectief in beweging. Lummelen heelt, laadt op en voedt onze creativiteit.4Schrijfster en filosofe Joke Hermsen heeft zich uitgebreid over het onderwerp tijd uitgelaten. Ze pleit voor meer lummelen en onderbouwt haar pleidooi met onderzoek. Tik haar naam in op een zoekmachine, zet er eventueel het woord ‘verveling’ of ‘lummelen’ bij en je komt vanzelf uit bij een reeks interviews.
Dan nu: wat zegt de praktijk?
Dauphin
Het pleidooi voor een onvoorwaardelijk basisinkomen bestaat al eeuwen,5Over de precieze oorsprong van een onvoorwaardelijk basisinkomen bestaat onenigheid. Het idee zou ergens tussen de vroege zestiende en late achttiende eeuw voor het eerst geopperd zijn. Zie o.a. Basicincome.org/history & En.wikipedia.org/wiki/Universal_basic_income. maar het zou tot 1976 duren voordat de eerste proef op de proef werd gesteld. Inwoners van het Canadese stadje Dauphin ontvingen vier jaar lang een onvoorwaardelijke aanvulling op hun inkomen, tot aan een financieel bestaansminimum. Dit is wat er gebeurde:

het aantal ziekenhuisopnames daalde,

mensen voelden zich mentaal fitter,

ondernemende ideeën werden eerder uitgevoerd,

banken durfden makkelijker geld uit te lenen (mensen hadden immers een gegarandeerd inkomen),

ouders durfden hun kinderen langer te ondersteunen om naar school te gaan,

het aantal kinderen dat school afmaakte, steeg.
Waarom vier jaar? Omdat in 1979 de oliecrisis toesloeg en politici het experiment ineens te duur vonden. Achttienhonderd dozen vol met enquêtes, tabellen en evaluatieformulieren verhuisden naar een archief. Bijna dertig jaar leek het onderzoek van de aardbodem verdwenen, totdat Evelyn Forget, die in de jaren zeventig psychologie studeerde, zich in 2008 afvroeg wat er van het experiment geworden was. Was zij haar nieuwsgierigheid niet achterna gegaan, dan was de informatie (en misschien zelfs het hele onderwerp) wellicht nooit meer boven water gekomen.6Zie onder andere David Cox, ‘Canada’s forgotten universal basic income experiment’. BBC.com, 25 juni 2020.
Onsbasisinkomen.nl
In 2015 lanceerde een groepje Nederlanders de website Onsbasisinkomen.nl. Hun doel: geld inzamelen om zoveel mogelijk medemensen een jaar lang een basisinkomen te geven. ‘En we laten hen zelf vertellen of en hoe dat hun leven verandert’, schreven ze bij aanvang.
Kunstenares Anne van Dalen was één van de eersten die via een crowdfunding-actie een jaar lang duizend euro per maand ontving. ‘Het is geweldig’, vertelde ze zes maanden later. ‘Ik werk me het schompes en ben vrij om te maken wat ik wil.’ Anne ervoer geen stress meer over rondkomen en ook niet over verplichte reïntegratietrajecten. ‘Ik hoef niet meer in een werkkring te zitten waar ik doodongelukkig van word, maar waar ik wel de huur mee kan betalen.’7‘Mijn basisinkomen is geweldig, ik werk me het schompes’. NOS, 2 januari 2017, Nos.nl/artikel/2151131.
Mein Grundeinkommen
Voorloper van Onsbasisinkomen.nl is het Duitse Mein Grundeinkommen, dat sinds 2014 crowdfunding-acties voor onvoorwaardelijke basisinkomens voert. Ben je ouder dan veertien jaar en woon je ergens op de aardbol? Dan kun je je bij dit initiatief aanmelden voor de kans op een jaar lang duizend euro per maand.
Medio 2022 hebben ruim 308.000 mensen zoals jij en ik voor 1213 medemensen een basisinkomen van twaalfduizend euro mogelijk gemaakt. Al deze medemensen delen hun ervaringen, zodat wij er als maatschappij van kunnen leren.8De teller bekeek ik voor het laatst op 8 juli 2022. Meer informatie en verhalen van deelnemers vind je op Mein-grundeinkommen.de.
Give Directly
Give Directly was de eerste en inmiddels grootste organisatie die donateurs direct geld laat sturen naar mensen in armoede. Voor een onderzoek in Kenia selecteerde de organisatie 295 dorpen van gelijke grootte, om de poel vervolgens in vier groepen te verdelen:

In de eerste groep dorpen zouden families twaalf jaar lang een maandelijks bedrag ontvangen, neerkomend op ongeveer 75 dollarcent per dag per volwassene.

In de tweede groep zouden families hetzelfde maandelijkse bedrag ontvangen, maar gedurende twee jaar.

In de derde groep zouden families hetzelfde bedrag ontvangen als families in de tweede groep, maar dan in één keer.

Een vierde groep dorpen werd aangemerkt als controlegroep, oftewel een groep die geen geld zou krijgen. Dat is natuurlijk een beetje zuur, maar wel nodig, wil je ontdekken in hoeverre een interventie impact heeft.
Terwijl ik deze woorden schrijf, loopt het onderzoek nog steeds, maar de eerste resultaten laten het volgende zien: vijf jaar nadat mensen een eerste bedrag ontvingen, zijn zowel zij als hun hun kinderen lerender, werkender en levendiger dan gezinnen die geen geld hebben gekregen. Dit geldt zowel voor mensen die in één keer een bedrag kregen, als zij die het verspreid over een langere periode ontvingen.
Give Directly heeft meer geïnitieerd. Medio 2021 hebben 607.000 mensen in Afrika ruim 135 miljoen dollar aan geld via Give Directly ontvangen. In respons op de Covid-19 situatie heeft de organisatie haar acties opgeschroefd en uitgebreid naar de Verenigde Staten, waar medio 2021 meer dan 183.000 families ruim 185 miljoen dollar hebben gekregen. Wie al deze giften mogelijk maakt? Vooral mensen zoals jij en ik.9Zie Givedirectly.org. Voor het Keniaanse onderzoek en de COVID-19 actie in Afrika, bekeek ik de website voor het laatst op 12 augustus 2021. Voor de COVID-19 actie in Amerika toonde Give Directly op die datum alleen nog het aantal gesteunde families. Een website-bezoek eerder, op 7 februari 2021, werd het totaal ingezamelde geldbedrag van de actie in Amerika nog wel vermeld.
‘Ja, leuk, maar…’
Bovengenoemde voorbeelden zijn een kleine greep uit de inmiddels legio lopende of afgeronde experimenten met een onvoorwaardelijk basisinkomen. De resultaten zijn hoopgevend, maar één vraag houdt bijna iedereen bezig:
als wij elkaar allemaal een basisinkomen gaan geven,
wie gaat dat dan betalen?
Ik heb hier geen sluitend antwoord op, maar we kunnen op z’n minst kijken of het benodigde geld er niet allang is. In Nederland werd bijvoorbeeld in 2018 voor 155,6 miljard euro aan uitkeringen en toeslagen verdeeld — bijna de helft van de totale overheidsuitgaven in dat jaar.‘10Uitgaven voor sociale uitkeringen nemen verder toe’. CBS, 24 juni 2019, Cbs.nl. Als we dit systeem van uitkeringen en toeslagen schrappen, maken we per direct, per inwoner van Nederland (van nul tot oud), per maand 749 euro en 52 cent vrij.11Dit is mijn rekensom: 155,6 miljard euro (de totale kosten van het systeem van uitkeringen en toeslagen over het jaar 2018) / 17,3 miljoen inwoners (het aantal inwoners van Nederland op 1 januari 2019) / 12 maanden = €749,52.
In ons huidige economische klimaat is zo’n bedrag geen basisinkomen, maar naast de pot van uitkeringen en toeslagen, geloof ik dat er een hoop potten zijn die direct of vrij snel overbodig worden zodra we een onvoorwaardelijk basisinkomen invoeren.

Hoeveel van de mensen die momenteel ziek zijn en daardoor minder of niet kunnen bijdragen, zijn vooral ziek omdat ze de stress en druk van onze maatschappij niet aankunnen?

Hoeveel van de mensen die nu destructief en gewelddadig gedrag vertonen, doen dat onder andere (en misschien wel boven alles) omdat hun ziel zich niet kan neerleggen bij een dwingende, beperkende ‘samenleving’?

Hoeveel mensen hebben op dit moment een dagtaak aan het begeleiden en op de rit krijgen van mensen die niet in het gareel kunnen lopen?
Als ik kijk naar het verhaal van het Italiaans-Amerikaanse dorp Roseto (zie ‘Tot in ons bloed’, hier in hoofdstuk 2), als ik kijk naar de onvervulde potentie van onze huidige voedselvoorziening (zie ‘De leukste rekensom’ in deel II) en als ik om me heen kijk in een drukke straat, zie ik het leeuwendeel van de kosten die we als maatschappij momenteel maken om de maatschappij op de been te houden, wegsmelten zodra onze basisbehoeften een onvoorwaardelijk recht worden.
Dat geschreven hebbende en los van potten die er wel of niet zijn: kost een onvoorwaardelijk basisinkomen überhaupt geld? Vloeit de investering van zo’n inkomen niet gewoon terug de economie in, doordat mensen hun inkomen simpelweg uitgeven, zoals iedereen dat nu ook doet? Is een onvoorwaardelijk basisinkomen van vijftienhonderd euro per maand misschien niet gewoon een kwestie van belastinggeld anders verdelen?
Ik weet het niet. In het volgende hoofdstuk zal ik ingaan op waarom dat geen reden is om dingen niet te proberen. Voor nu, om dit onderwerp af te ronden, nog één vraag:
Wat is een basisinkomen?
Ik geef het woord aan Marc Siepman. Marc geeft lezingen, workshops en cursussen over bodem, economie en systeemdenken. Op zijn website schrijft hij: ‘Als mensen mij vragen of ik een voorstander ben van een onvoorwaardelijk basisinkomen, dan is mijn antwoord steevast: ja, mits het bestaat uit schone lucht, gezond basisvoedsel, schoon water, een stabiel klimaat en beschutting. En dat niet alleen voor alle mensen, maar voor alle organismen op aarde. Geld biedt geen garantie dat deze zaken beschikbaar zullen blijven in de nabije toekomst; het biedt alleen schijnzekerheid. Een (geld-)basisinkomen biedt echter wel de rust om te doen wat nodig is om de genoemde eerste levensbehoeften veilig te stellen voor de generaties na ons. Het kan de overgang naar een beter systeem makkelijker maken.’12Zie Marcsiepman.nl/waarom-niet-werken-voor-geld.
Misschien dus, heel misschien, gaat een onvoorwaardelijk basisinkomen de wereld redden. Maar dan, om een aanloop te nemen naar het volgende idee, omdat we inzien dat een basisinkomen feitelijk niet over geld gaat.
_
- 1
- 2Dan Pink’s TED-Talk ‘The Puzzle of Motivation’ vind je op GeldGaatNooitOverGeld.org/intrinsic-drive. ↩︎
- 3‘Mensen in hun kracht’. Vruchtbare Aarde, april 2014, vruchtbareaarde.nl/archief/2014_4.html. ↩︎
- 4Schrijfster en filosofe Joke Hermsen heeft zich uitgebreid over het onderwerp tijd uitgelaten. Ze pleit voor meer lummelen en onderbouwt haar pleidooi met onderzoek. Tik haar naam in op een zoekmachine, zet er eventueel het woord ‘verveling’ of ‘lummelen’ bij en je komt vanzelf uit bij een reeks interviews. ↩︎
- 5Over de precieze oorsprong van een onvoorwaardelijk basisinkomen bestaat onenigheid. Het idee zou ergens tussen de vroege zestiende en late achttiende eeuw voor het eerst geopperd zijn. Zie o.a. Basicincome.org/history & En.wikipedia.org/wiki/Universal_basic_income. ↩︎
- 6
- 7‘Mijn basisinkomen is geweldig, ik werk me het schompes’. NOS, 2 januari 2017, Nos.nl/artikel/2151131. ↩︎
- 8De teller bekeek ik voor het laatst op 8 juli 2022. Meer informatie en verhalen van deelnemers vind je op Mein-grundeinkommen.de. ↩︎
- 9Zie Givedirectly.org. Voor het Keniaanse onderzoek en de COVID-19 actie in Afrika, bekeek ik de website voor het laatst op 12 augustus 2021. Voor de COVID-19 actie in Amerika toonde Give Directly op die datum alleen nog het aantal gesteunde families. Een website-bezoek eerder, op 7 februari 2021, werd het totaal ingezamelde geldbedrag van de actie in Amerika nog wel vermeld. ↩︎
- 10
- 11Dit is mijn rekensom: 155,6 miljard euro (de totale kosten van het systeem van uitkeringen en toeslagen over het jaar 2018) / 17,3 miljoen inwoners (het aantal inwoners van Nederland op 1 januari 2019) / 12 maanden = €749,52. ↩︎
- 12

