Hoofdstuk 11. Samen verder

Vissen in een lemniscaat, uitvergroot door hun samenwerking

Een nieuwe balans

In hoofdstuk 10 beschreef ik hoe ieder van ons onderdeel is van een complexe, dynamische bedoening die niemand in z’n geheel kan overzien. Slecht nieuws voor de delen in ons die veiligheid zoeken in voorspelbaarheid en controle; goed nieuws voor de delen in ons die willen dansen met mogelijkheid.

Hetzelfde geldt voor samenwerking. Als wij de roep van een grotere bedoeling via ‘normale’ (oftewel: disfunctionele, manipulerende en vaak dwingende) methodes tot leven proberen te wekken, creëren we precies de problemen waarvoor we een oplossing willen.

Een veel gebruikt medicijn tegen deze vicieuze cirkel is het slopen van hiërarchie. Een hartstikke goed idee, dat in de praktijk bijna nooit werkt. Hiërarchie verdwijnt allereerst meestal slechts op papier, wat zo mogelijk nog frustrerender en destructiever is dan een situatie die niet klopt, maar waarin het tenminste wel helder is wie de ‘baas’ is.  Maar zelfs daar waar hiërarchie ook in de praktijk verdwijnt, verdwijnt meestal ook een bodem waar mensen op kunnen bouwen.

Om te illustreren wat ik bedoel, volgen hier een aantal neigingen die leiders van zogenaamd ‘groene’ organisaties kunnen hebben:

Vrijheid verdedigen, maar geen verantwoordelijkheid vragen.

Gelijkheid prediken, maar in een piramidestructuur blijven opereren.

Initiatief uitnodigen, om initiatief vervolgens van tafel te vegen.

Oog hebben voor cultuur, maar geen aandacht schenken aan structuren, processen en rituelen die een gezonde cultuur kunnen vormen.

Ik begrijp heel goed waarom hiërarchie één van de eerste dingen is die mensen schrappen wanneer ze samen willen bouwen aan verandering. In de geen-economieles van deel I beschreef ik hoe veel van wat wij gezin, school, bedrijf, organisatie en management noemen, gericht is op het produceren van gehoorzaamheid. Vaak gebeurt dit onbewust en meestal met de beste bedoelingen, maar wat we feitelijk doen, is het moeilijk maken voor kinderen en volwassenen om hun vreugdevolle ding te doen.1Voor een eerdere uitleg over hoe we gehoorzaamheid produceren en wat de deprimerende, soms desastreuze gevolgen zijn, zie ‘Economoe’ in deel I. Geen wonder dus, dat zovelen van ons een enorme weerstand hebben opgebouwd tegen structuur, kaders en zelfs het nemen van verantwoordelijkheid.

Ook ik ben een kind van de beste bedoelingen, ook ik ben structuur gaan associëren met gevangenschap en ook ik heb naar medicijnen gegrepen die gevangenschap niet oplosten, maar verder in de hand werkten. Ik heb aan meerdere samenwerkingen deelgenomen die meer dan een flard van een nobel doel niet voor elkaar kregen. Of die een paar flarden realiseerden, maar ons vervolgens opgebrand in elkaar deden ploffen.

Onze wensen waren authentiek.
Onze begeestering was groot.
Onze positiviteit was hoopgevend.
Toch bleven zwaarte, gedoe en onbewuste sabotage onze samenwerking naar beneden halen.

Hoe kan het zijn, begon ik me gefrustreerd af te vragen, dat zoveel intelligente, bewuste mensen zichzelf en elkaar niet uit het slijk van stagnatie krijgen? En dit niet alleen op zogenaamd werkterrein, maar op alle terreinen — vrienden, familie, buren, mijn relatie met Ilse, noem maar op…

Waar zit de kink?

Eén conclusie die ik probeerde te trekken, was dat ik te hoge verwachtingen koesterde. Dat het voor de meeste mensen (waaronder ik) gewoon niet weggelegd is om wezenlijk anders te opereren dan disfunctioneel. Met andere woorden: ik heb het slijk van halve kracht te slikken.

Een tweede conclusie, één die ik op een gegeven moment gewoon kón trekken, was dat ik volop meedeed met het creëren van slijk. Want dat heb ik gedaan. Ik heb saboterende elementen in groepen en relaties gebracht. Ik heb dingen zwaar en moeilijk gemaakt, terwijl ze licht en makkelijk hadden kunnen blijven. Ik heb flow en creativiteit gedwarsboomd in plaats van gevierd. Elke keer en zonder het te weten, had ik een gekwetst innerlijk jongetje in het spel gebracht, een deel in mij dat geleerd heeft om bevestiging te zoeken voor het zie-je-nou-wel liedje: zie je nou wel dat het niet kan… dat het niet mag… dat het niet gaat…

Met deze tweede conclusie ben ik aan de slag gegaan; de eerste conclusie heb ik nooit kunnen slikken. Nooit heb ik me kunnen verenigen met het idee dat we hoe dan ook een deel van ons gezamenlijke enthousiasme moeten inleveren, zodra we van droom naar start gaan. Eerst op de maan mikken en vervolgens naar de grond schieten, heeft me altijd een verslagen gevoel gegeven. Maar onder die verslagenheid ging mijn vuur alleen maar harder branden.

We zijn hier voor iets onvoorstelbaar moois.

We zijn hier samen voor iets onvoorstelbaar moois.

Er moeten effectieve, vreugdevolle manieren zijn om samen tot onvoorstelbaar mooie dingen te komen.

Ik ga niet zeggen dat ik deze manieren heb doorgrond en volledig belichaam. Ik ga zeggen zeggen dat ik er meer dan een vaag idee van heb gekregen, dat ik er volop mee oefen — en genoeg levende voorbeelden ben tegengekomen om te weten dat het wél kan.

Hier volgen vijf pijlers waarop we samen kunnen bouwen aan de wereld die in onze harten al waar is.


_

  • 1
    Voor een eerdere uitleg over hoe we gehoorzaamheid produceren en wat de deprimerende, soms desastreuze gevolgen zijn, zie ‘Economoe’ in deel I. ↩︎

Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: