Diversiteit

Diversiteit kwam impliciet al langs onder de pijler ‘Totale verantwoordelijkheid’, maar ook eerder in het boek. In hoofdstuk 8 gebruikte ik de analogie van een ecosysteem om aan te geven hoe verschillende munteenheden, wanneer we ze naast elkaar laten opereren, onze economieën sterker, creatiever en weerbaarder kunnen maken. Als één schakel faalt, kunnen andere schakels ons helpen het falen te dragen en te herstellen.
In hoofdstuk 2 schreef ik over het Italiaans-Amerikaanse dorp Roseto, waar mensen op ‘verbluffende’ wijze gezond bleven. Jarenlang onderzoek naar alle mogelijke oorzaken leidde tot de simpele conclusie dat onderdeel zijn van een hechte, steunende gemeenschap ziekte voorkomt en ons zelfs kan genezen.1Voor het volledige relaas van Roseto, zie deze pagina in deel I, vanaf ‘Een voorbeeld.’.
Diversiteit is een kracht in elk systeem, menselijk en niet-menselijk, dus ook in de vormen waarin we samenwerken. Bijna iedereen heeft immers meer van het één en minder van het ander. We kunnen daar een valkuil van maken of een kans, want het betekent simpelweg dat we elkaar kunnen spiegelen, aanvullen en versterken, oftewel: dat we de positieve kant van ons niet-goed-genoeg zijn kunnen benutten.
Ik geef twee voorbeelden.
Vrouwelijke en mannelijke energie
Gezonde vrouwelijke energie is invoelend, empathisch, intuïtief en gericht op verbinding en inclusie. Vrouwelijke energie ziet het grotere geheel en borgt dat het geheel wel vaart. Gezonde mannelijke energie is gericht op manifestatie. Het is een ‘eigen’, moedige en avontuurlijke energie. Mannelijke energie accepteert niet dat dingen nou eenmaal zo zijn, wil vernieuwen en boort creatieve wegen aan om vernieuwing te realiseren.
Willen we echt bijdragen aan een mooiere wereld, dan hebben we beide energieën nodig. Dat mannelijke en vrouwelijke energieën meestal niet evenredig in ons vertegenwoordigd zijn, is een kans. Het betekent dat we ze in groepsverband wél een gelijkwaardige stem kunnen geven.
Generaties
Wanneer we de genialiteit van onze kinderen ontkennen, bijvoorbeeld door te denken dat ze ergens nog niet groot en rijp genoeg voor zijn, ontnemen we zowel hen als onszelf de kans om samen wijzer te worden. Wanneer we bij onze ouderen hetzelfde doen, bijvoorbeeld door ze weg van ons bij andere ouderen in een tehuis te stoppen, zijn wij en onze kinderen verstoken van hun wijsheid — en zij van de vreugde om ook op hogere leeftijd iets te kunnen betekenen.
‘Te vaak,’ schreef een vriend me een keer, ‘zetten we kinderen nog in een positie van bescherming-behoevend. Hoewel deze positie voor een deel waarschijnlijk klopt, zijn we te ver doorgeslagen. We maken beslissingen vóór hen in plaats van mét hen. Hoe bijzonder is het om kinderen deelgenoot te maken van je proces en je belevingswereld? Misschien hebben jij en je partner een droom. Als jullie die droom met jullie kinderen delen, kan er iets gebeuren dat je nooit voor mogelijk had gehouden. Misschien komen ze met fabelachtige ideeën, misschien ook niet, maar je maakt wel mogelijk dat het kan gebeuren.’
Mijn vriend beperkte zich tot onze relatie met kinderen, maar als ik het woord ‘kinderen’ vervang voor ‘ouders’, ‘grootouders’, ‘collega’s’, ‘medemensen’, ‘culturen’, ‘planten’, ‘dieren’ en zelfs ‘geld’, vind ik zijn tekst net zo raak.
_
- 1Voor het volledige relaas van Roseto, zie deze pagina in deel I, vanaf ‘Een voorbeeld.’ ↩︎

