Hoofdstuk 4. Ontploffing

Man beklimt ladder naar een duikplank die boven de aarde hangt
31 december 2015

Bij café Trust op de Albert Cuypmarkt kun je naar hartenlust bestellen en na afloop betalen wat voor jou goed voelt. ‘Pay as you feel’ noemen ze het. Ik vind het een prachtig idee. Nog prachtiger vind ik het idee achter het idee. De initiatiefnemers zien in Trust geen café, maar een ‘mind-muscle academy’, een oefenplek voor geluk. Dit geluk gaat over werk, over samen werken en over zijn — hóe klanten hen ook behandelen, wát klanten ook betalen en wát er ook gebeurt: ‘Happy for no reason’.

Kort na mijn ontmoeting met Ted zag ik Louis bij Trust. We spraken over onze kersverse samenwerking voor zijn Care First initiatief en over mijn dolle plan om alles wat ik nog aan geld had, weg te geven.

‘Ja, en ik heb daarmee een begin gemaakt,’ vertelde ik stuiterend, ‘door hier zojuist tweehonderd euro in de Pay as you feeldoos te doen. Ja, want ik vind het zo gaaf wat ze hier doen en mijn experiment gaat over vertrouwen en dus geef ik al het geld dat ik nog heb weg. Tof hè?’

Ik dolde nog een beetje door en Louis liet me. Toen ik klaar was, zei hij rustig: ‘Mundo, wat mooi…’ Even later stonden we buiten, namen we afscheid en vroeg hij: ‘Mundo, zorg je in dit alles ook voor jezelf?’

—‘Ja, nou, Louis, dit is wat levendig voelt en ik snap het ook niet maar ik wil afgaan op wat levendig voelt dus ga ik af op wat levendig voelt.’

Louis ging naar links en ik liep naar rechts. Vijftig meter verderop snapte ik geen reet meer van mijn dolle plan.

Het ging vaker zo deze maand. December werd een aaneenschakeling van dolle plannen die eerst een loopje met me namen en me vervolgens weer tot stilstand riepen. Nu zie ik wat er onder al die plannen zat: een niet-durven voelen hoe spannend ik dit vind. In die dolle plannen hoopte ik een houvast te vinden, het idee dat ik het goed doe.

De houvast duurde nooit lang. Op elke ‘Jaaa, dít ga ik doen!’ kwam al gauw een vertwijfelde ‘Huh? Echt waar?’

Ik heb geen draaiboek voor wat ik ga doen. Ik heb niets nodig voor wat ik ga doen. Vandaag ben ik er net zo klaar voor als morgen. Wat ik doe of laat voordat ik begin, maakt dus weinig uit. Hoe meer dit besef tot me doordrong, hoe minder nieuwe plannen zich aandienden, hoe meer ik begon te varen op wat in het moment kloppend voelde. 

Zo had ik voor mijn strakke plan aan Ted bijvoorbeeld een lijst gemaakt met spullen die toch echt essentieel waren om mee te nemen. Hoe meer ik naar die lijst keek, hoe minder essentie ik zag en hoe benieuwder ik werd: Wat zal ik straks meenemen?

Bij het overmaken van een bedrag voor de lessen van afgelopen najaar, schreef een Qigong-leerling: ‘Voor een mooie rugtas.’ Voor de kou en het terrein dat ik ga tegenkomen, wilde een vriend me een paar nieuwe bergschoenen cadeau doen. Beide giften nam ik dankbaar, onzeker, beschaamd en met een schuldgevoel aan. Klopt dit? Kan dit? Mag dit? wilde mijn hoofd weten. Ik wist het niet. Mijn vrienden ook niet.

Ik ga naar Schotland, midden in de winter. Rationeel bekeken, is dat best wel idioot, maar iets in me zegt dat ik naar Schotland moet. Zonder tent en slaapzak. Ik wil mezelf overleveren aan de ontmoetingen die ik ga meemaken en niet te makkelijk kunnen vluchten. Niet dat een tent per se een vluchtmiddel is (laat staan een makkelijk vluchtmiddel, zo middenin de winter), maar zonder tent voelt kloppender dan met.

‘Weet je al hoe je de oversteek naar Schotland gaat maken?’ vroeg Korrie.

—‘Nee, dat weet ik nog niet.’

‘Nou, Mundo,’ zei ze met pretoogjes, ‘ik wil graag dat je op tijd terugkomt om me te assisteren bij de jaartraining. Ik geef je een retourticket.’

‘Mundo,’ zei een vriendin van me, ‘wat jij gaat meemaken moet gedeeld worden. Waarom gebruik je je laatste geld niet voor je belangrijkste gereedschap?’

Ja, inderdaad! dacht ik.

Eh, nee. dacht ik. Weet je nog wat Ted schreef?

Oké, toch wel.

De vriendin ging mee naar een fotowinkel. Ik gaf er mijn laatste geld uit aan een camera en zij besloot ter plekke om een statief voor me te kopen. Weer voelde ik dankbaarheid, twijfel, schaamte en schuld.

Dit alles maakt mijn zogenaamde voorbereiding wel rond. Ik heb nog één bankrekening met daarop zestig euro. Morgen stop ik de pinpas in een verhuisdoos bij een vriend. Nu staan papa en ik op het balkon van zijn appartement.

We zijn met drie vrienden die ik voor oudejaarsavond uitnodigde. Samen kijken we uit over een stad die over een paar minuten ontploft. Her en der schieten pijlen omhoog. Alsof het vuurwerk, anticiperend op het uur U, reeds uit de voegen van de stad barst.

Toen we een uur geleden nog binnen zaten, toverde Roos een versierde schoenendoos uit haar tas. ‘Dit is een heksenbus’, zei ze met een speelse glimlach. ‘Voor alles van het afgelopen jaar dat we willen loslaten, plus voor alles dat we voor komend jaar wensen.’ Ze zette de heksenbus op tafel en legde er briefjes en pennen bij. Toen zag ik een ondeugende glimlach. ‘Na twaalven steken we de heksenbus in brand.’

Roos is een paar jaar ouder dan ik. Ik geniet van de kinderlijke sprankeling die haar ogen nooit verloren hebben.

‘Ik heb een voorstel’, zei ik. ‘Zullen we straks met elkaar delen wat we hebben opgeschreven, voordat we de briefjes in de bus stoppen?’

Iedereen stemde in, pakte een stel briefjes en begon te schrijven. Papa was gauw klaar en bij de rondgang bleek hij ook maar één verlangen te hebben: ‘Dat de Alzheimer mij genadig zal zijn.’

Ook papa staat voor een spannende schoolreis. Die van hem kent alleen een statistisch bepaalde uitkomst. Alzheimer is ‘de meest voorkomende vorm van dementie’, oftewel ‘een ophoping van eiwitten in en rondom de hersencellen, waardoor die cellen afsterven’, oftewel de diagnose die dertien dagen geleden werd opgeplakt.

Papa’s ex-vriendin Ilona is nog steeds enorm betrokken bij hoe het met papa gaat. Ze zorgde ervoor dat hij onderzocht werd op een vermoeden dat ze al lange tijd had en op 18 december zaten we met z’n drieën bij de neuroloog. Die begon meteen met cijfers van bloedwaarden en had net zo goed Chinees kunnen praten. Toen toverde hij twee hersenscans op zijn beeldscherm. De linkerscan was van een paar jaar geleden en toonde een schedel vol hersenkwabben; de rechterscan was een paar dagen oud en één grote gatenkaas.

‘Hiernaar kijkend,’ zei de neuroloog, ‘kunnen we vaststellen dat u Alzheimer heeft.’ 

Papa schoot vol. Allebei zijn ouders zijn aan Alzheimer overleden, zijn oudste broer loopt er ook mee rond en ineens was angst waarheid.

We kregen verdere uitleg: mensen met dementie verliezen geleidelijk hun denkvermogen, worden steeds vergeetachtiger en kunnen op een gegeven moment zelfs de kleinste handelingen niet meer uitvoeren. Prognose: twee tot twintig jaar.

Toen we het nieuws met papa’s kring hadden gedeeld, bood papa’s broer aan om papa’s financiën te beheren en hielp papa’s huisarts ons aan een ‘Case Manager Dementie’. Ik had geen idee dat zo iemand bestaat, maar ze bestaat, heet Nine en blijkt een enorm betrokken en bevlogen mens te zijn. Officieel mag ze maar zoveel uur per jaar aan papa’s ‘case’ besteden, maar daar heeft ze geen boodschap aan: ‘Hier is mijn nulzes,’ zei ze tijdens onze eerste ontmoeting, ‘bel als ik iets kan doen.’

Ik stelde een zorgplan met papa op, stemde dit plan af met familie en vrienden en voorzag mezelf van een rits huiswerk. Het doel: papa zo lang mogelijk in zijn appartement laten wonen, want dat is zijn wens. Samen met de wens voor genade die hij een uur geleden uitsprak aan de Heksenbustafel.

Onze twee maanden in papa’s kleine appartement zijn bijzonder geweest. We botsen (dat hoort, daar zijn we familie voor) en soms is de woning te klein voor ons tweeën, maar ons contact voelt eerlijker, liefdevoller en dieper dan ik me kan heugen.

Toen ik papa aan het begin van de maand vertelde over mijn aanstaande reis, volgde er geen typisch ouder-kind-gesprek over strategische keuzes en ‘wanneer ga je nu iets maken van je leven?’. Papa luisterde, stil en aandachtig, en was er kort over: ‘Ja, wat je zo sterk voelt, moet je gewoon doen. En dat je dít gaat doen, vind ik ontzettend gaaf.’

Toen papa naar de bijeenkomst in Utrecht kwam, gaf hij me na afloop een woordeloze omhelzing.

Meer dan ooit voelt papa als een papa. Dus wie van ons wie aan het helpen is… ik weet het niet. Wat ik weet, is dat ik over een paar minuten een onverzekerde emigrant ben die nergens meer staat ingeschreven. Dat voelt best fris. En mijn maag maakt salto’s. Iets in mij wil heel hard wegrennen van wat me te wachten staat.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: