Maandag 7 december 2015
Een paar maanden geleden was er dat andere besluit: Ik ga het gewoon doen, een boek schrijven. Vrij snel daarna dacht ik: En dat ga ik vieren met een boeklancering.
Een ongeschreven boek lanceren… dat kan en hoort natuurlijk niet, maar ik werd enthousiast van het idee en dat was genoeg. Ik prikte een datum en nodigde dertig mensen uit voor de vertelling van een ongeschreven boek. Wat die vertelling zou worden, wist ik nog niet. Wordt vanzelf duidelijk, dacht ik.
Afgelopen week, in de dagen die volgden op het zonder geld bericht, viel de vertelling in mijn schoot. Er kwam er een woordenstroom op gang, een soort open brief. De stroom ging over wat ik in de wereld zie gebeuren, over het diepe verlangen dat we volgens mij allemaal delen en over hoe wij de verandering zijn waar we op wachten. De tiran in mijn hoofd vond er wat van, maar wat hij ook opwierp over wie ik wel niet dacht te zijn met die grote woorden van je, de stroom die schreef, bleef schrijven.
Gisterochtend was de brief af. Gistermiddag was de vertelling van het ongeschreven boek.
Twee vrienden hielpen me bij het omtoveren van een Utrechtse werfkelder. Toen we daarmee klaar waren, zag ik een haast heilige kring van dertig stoelen met daaromheen, op de grond, tientallen theelichtjes. De genodigden druppelden binnen en al gauw bleek de kring te klein; we waren met ruim veertig.
Na een korte inleiding en een gezamenlijke meditatieve oefening, begon ik met het voorlezen van de brief. Weer voelden de woorden niet als mijn woorden, maar als de stroom van een diep weten dat door me heen naar buiten wilde. Toen er naast woorden ook tranen opwelden, kwam Koen, een oud-roeimaatje van me, achter me staan. Hij legde zijn handen op mijn schouders en hield ze daar.
Soms liet ik een pauze tussen de zinnen vallen en soms duurde die pauze langer dan wat de meeste mensen comfortabel vinden. Iedereen — inclusief Umi, een meisje van vier — was muisstil.
Alle aanwezigen wisten al dat ik iets heb met het thema geld heb, maar gisteren pas kon ik verwoorden (of beter gezegd: laten verwoorden) hoe diep het thema me raakt.
‘Beste medemens,’ las ik richting het einde, ‘deze brief begon als inleiding van een boek. Misschien loopt alles volgens plan; misschien verloopt het plan alleen anders dan ik bedacht had. Sinds een paar dagen weet ik dat ik in januari 2016 zonder geld op reis ga. Ik vind het geflipt en tegelijkertijd compleet logisch. Ik verlang ernaar in de natuur zijn. Ik kan me geen betere plek voorstellen om te schrijven. Maar of dat is wat er gaat gebeuren?
‘Volgens mij ga ik vooral om trouw te zijn aan wat er wil gebeuren. En dat vind ik misschien nog wel spannender dan dat ik het zonder geld ga doen.
‘Waar ik heen ga, weet ik niet. Ik denk Schotland. Hoe lang ik wegblijf, weet ik ook niet. Ik denk een jaar. Of korter. Of langer. Wat ik weet, is dat ik ga, zonder geld en met een wens: ontdekken en delen wat mij en ons tot leven brengt.’
Het bleef stil. Ik liet de stilte en legde toen een stok in het midden, met de uitnodiging aan ieder die voelde dat hij of zij iets wilde inbrengen, om de stok op te pakken. Na weer een stilte liep een man naar de stok. Wat volgde, werd geen discussie. Hij en iedereen die na hem deelde, liet simpelweg horen hoe de brief ze had geraakt. Er was herkenning en een gevoel van inspiratie. Er waren tranen en lachsalvo’s. En er was een leeuw. Mijn neef Wouter, die nog minder dan ik weet waarom we ons normaal zouden moeten gedragen, danste als een leeuw door de ruimte.
Gisteren wist ik niet hoe laat het was en ook niet dat tijd bestond. We waren samen, echt en waar, net als vorig jaar tijdens onze eerste avond De Ruimte In.
Dat ik op 1 januari start met een experiment zonder geld, leek gisteren bijzaak: lichtelijk opzienbarend, maar verder nogal wiedes. Dat niemand er vraagtekens bij zette, voelde als een steun, want ik ben allerminst zeker van mijn zaak. Zeker vandaag, nu ik wél weet hoe laat het is: 1 januari is over 24 dagen.

