30 november 2015
Gisteren gaven Louis en Sandra een workshop. Sindsdien heb ik niets gegeten en ook vandaag gaat er niets in. Mijn lijft trilt nog steeds.
Louis zag ik voor het eerst tijdens een college met de naam ‘Spiritualiteit in business’. Een vriendin had me op de collegereeks gewezen. ‘Echt iets voor jou.’ Ik vond van niet, maar iets in mij vond van wel, dus ging ik er toch een keer heen.
Op deze avond was Louis gastspreker. Ik zag een lange, vriendelijk ogende man die begon te vertellen over Care First in plaats van Money First. Meteen vond ik daar wat van en na een korte poos kon ik mijn irritatie niet meer binnenhouden. Ik stak mijn hand op en kreeg de spreekbeurt.
‘Hartstikke leuk, dat je zorg voor elkaar en de planeet voorop zet in plaats van geld, maar wat is daar nieuw aan? Dat is toch volslagen logisch?’
Louis deed een poging tot antwoorden, maar ik had al besloten dat hij een rare kwibus was dus hoorde niet wat hij zei.
Voor het eerst in jaren zat ik een college uit. Toen de verlossende bel ging, stond ik meteen op. Weg hier. Bij de deur schoot Louis me aan.
‘Ik denk dat het goed is dat wij een keer met elkaar praten.’
—‘Oké,’ zei ik, ‘hier heb je mijn kaartje; ik hoor wel van je.’
We gaven elkaar een hand en ik vertrok, stellig denkende deze kwibus nooit meer te gaan zien.
Wat weken later stuitte ik op Charles Eisensteins film Sacred Economics. Toen was er die eerste avond De Ruimte In en kort daarna kwam Tom Louis op het spoor.
Tom werd geraakt door wat hij over Louis las, nam contact op en maakte een afspraak.
‘Wil je mee Moen?’ vroeg hij. ‘Volgens mij zijn jullie met hetzelfde bezig.’
—‘Volgens mij ken ik Louis al’, zei ik.
Volgens mij ga ik niet mee, zei mijn hoofd.
Ik ging mee.
Louis deed de deur open. Ik zag dezelfde lange man, hetzelfde vriendelijke gezicht en dezelfde bos zwartgrijs haar. Toch zag ik iemand anders. Iemand die net als ik een ondeugende glimlach kreeg van het weerzien.
Hij nodigde ons uit om binnen te komen en stelde ons voor aan zijn vrouw Sandra. Onze ontmoeting werd geen irritant hoorcollege. Louis kijkt al dertig jaar naar wat geld is, naar hoe mensen ermee omgaan en naar hoe dat anders kan. Nu ik dat ook was gaan doen, hoorde ik hem wederom niets nieuws vertellen. Geld dienstbaar maken aan het welzijn van mens en planeet, in plaats van onszelf, elkaar en de planeet tot slaaf te maken van geld — hartstikke logisch. Toch werd ik diep geraakt. Alsof ik met drie zielsverwanten thuiskwam in een waarheid die we als de beste kennen, maar waar we in ons uppie makkelijk van afdwalen. Ik beleefde eenzelfde, wakkermakende roes als tijdens onze eerste avond De Ruimte In.
Toen we een paar uur later afscheid namen, hielden Louis en ik het kort:
‘Ik vond jou echt een rare, irritante kwibus.’
—‘Ja, en ik vond jou echt een ontzettende klootzak.’
De herkansing werd de start van een innige vriendschap en gisteren was er een workshop: De ontplooiing van onze gevoelige natuur.
‘Wij kunnen helder voelen, zien, horen, weten en zelfs smaken en proeven’, begon de uitnodigingstekst. ‘Dit is een vermogen dat ieder mens van nature heeft. Maar zoals we allemaal weten, krijgt de ontplooiing van dit deel van onszelf veel te weinig aandacht, waardoor we vaak niet weten wat we ermee kunnen.’
Het idee van de workshop was simpel: oefenen met luisteren — naar informatie die er altijd is. Dat vraagt weinig van ons, vertelden Louis en Sandra, behalve dat we ons openstellen. En daar zit meteen de uitdaging, in ieder geval voor mij, want ik heb net als velen geleerd dat luisteren naar je intuïtie niet slim is. Of te lang duurt. Daarnaast heb ik net als velen geleerd dat ik maar beter gewoon kan doen dan uniek zijn. Dat ik maar beter naar anderen kan luisteren en strategisch keuzes kan maken, dan gehoor geven aan een wijsheid die van binnenuit komt.
De groep bestond uit twaalf mannen en vrouwen van verschillende leeftijden. Na de introductie werden we gevraagd om tweetallen te vormen. Ik kwam tegenover een vrouw van mijn leeftijd te zitten en op Louis’ aangeven sloten we onze ogen. Via een geleide meditatie namen hij en Sandra ons mee naar een innerlijke, stille, benieuwde ruimte, van waaruit we ons makkelijker kunnen openstellen voor de informatie die we op dit moment nodig hebben. Dit openstellen zouden we niet alleen voor onszelf doen, maar ook voor de persoon tegenover ons.
Holy shit, wat had mijn intuïtie een partij te vertellen.
Ik zag een hutje in de natuur en ik zag mezelf terugkomen van een kanotocht. Het was avond, er was kampvuur en ik was alleen met de vlammen en de vallende nacht. Ik schreef aan een boek.
Dit waren de eerste beelden van een stroom die de hele workshop zou doorgaan. Niet alles leek meteen duidelijk of begrijpelijk, maar zelfs de beelden waar mijn hoofd geen soep van kon maken, snapte ik.

Dit weet ik, natuurlijk, allang, en ik ben er ook heus mee bezig geweest, met ruimte maken. Ruimte om te schrijven, om in de natuur te zijn en om te volgen wat me roept en zo…
Maar ik schuif die ruimte nog steeds voor me uit.
Nog steeds wacht ik tot de wereld mij toestemming geeft om te doen wat me roept.
Man, wat een fijne schop onder m’n kont. Elke cel in mijn lichaam begon te trillen van leven, enthousiasme, vertrouwen, ruimte, liefde…
Nu in plaats van nooit.
Zó simpel en zó logisch. Alweer.
Niet iedereen sloot de dag af met eenzelfde waterval van helderheid, maar iedereen had in ieder geval iets in zichzelf voelen klikken. Zinderend liep ik naar buiten. Natuur, schrijven, punt, klaar, klontje, ja!
Vandaag hangt boven dat klontje een wolk. Een donkere.
‘Leuk Mundo, je verlangen volgen,’ zegt de wolk, ‘maar hoe dacht je dat te gaan betalen?’
Ik zou het een valide vraag noemen, ware het niet dat de vraag eerder als een veroordeling voelt: kan niet en mag niet. Gelukkig ben ik op bezoek bij Tom en gelukkig beginnen we onze ontmoeting zoals we vaak doen: met een inquiry.
Ik mag als eerste en word meteen een wasmachine vol hoofdgetetter ingetrokken.
Hier in Nederland blijven, Qigong-les blijven geven, bijeenkomsten blijven organiseren en ergens in Drenthe een huisje vinden? Of gewoon gaan en wel zien hoe ik het rondkrijg?
—Huh, wel zien?! Wat wel zien? Of ik geld nodig heb? Hoe ik aan geld ga komen? En wat ga ik mensen dan vertellen? Heb ik wel iets te vertellen? Of te vragen? Hé, en als ik gewoon ga, laat ik mensen dan niet patsboem in de steek? Heb ik straks dan nog een leven om naar terug te komen? Wat van alles dat ik hier heb opgebouwd? En wat als dit en dat en zus en zo en HOE DAN?!
Ik raak verdwaald in mijn hoofd en wanneer dat gebeurt, kan het helpen als de getuige van de inquiry nogmaals een vraag stelt.
‘Tom, wil je me de vraag nog een keer stellen?’
—‘Mundo, wat gaat er door je heen?’
De wasmachine begint te bedaren. In plaats van het getier te zijn, begin ik het getier waar te nemen. Ik begin te voelen.
Ik ben bang.
Bang voor wat ik voel dat ik te doen heb.
Hallo angst.
Ik begin mezelf weer te voelen als de ruimte waarin stennis plaatsvindt, de ruimte waarin er angst is. Daarmee zie ik ook weer dat stennis nooit met positieve en constructieve ideeën gaat komen. Waarmee ik ook weer weet dat als ik het nu niet weet, ik het maar beter even niet-weten kan.
Tom en ik wisselen van beurt en na zijn inquiry zeggen we gedag. Zinderend, bevend en benieuwd loop ik een frisse najaarszon in.
Ze hadden de workshop beter ‘De ontploffing van onze gevoelige natuur’ kunnen noemen.

