Hoofdstuk 6. Thuiskomen

Man met hoed en op de plek van zijn hart een open oog.
22 november 2016

Ik ben een prachtige, kleinschalige woonvoorziening voor mensen met dementie tegengekomen. Alles aan het initiatief straalt liefde uit en na twee bezoeken lijkt papa zich er al helemaal thuis te voelen. Hij kan er alleen nog niet terecht, want er zijn nog zoveel wachtenden voor ons. Iets anders ga ik niet meer zoeken; dit klopt en ik vertrouw erop dat papa’s plek zich op het juiste moment zal aandienen.

Ondertussen bezig ik me met versterking van het thuisfront, onder andere door Willemijn en haar dochter Umi te ontvangen voor een kennismakingsetentje. Als het klikt, zullen ze af en toe op papa komen passen en binnenkort zelfs twee weken bij papa wonen. Ik ga naar Portugal om op het huis en de hond van een vriendin te passen — en om even los te komen van hier.

Umi en Willemijn waren erbij toen ik bijna een jaar geleden in die werfkelder in Utrecht mijn open brief voorlas. Umi was vier jaar oud en luisterde in totale stilte naar de voordracht. Nu ze vijf is, heeft ze nog steeds geen schoolgebouw van de binnenkant gezien. Ze krijgt thuisonderwijs.

‘Hoe doen jullie dat, jezelf onderwijzen?’ vraag ik, terwijl ik eten op tafel zet. 
—‘Ik ga vooral af op waar Umi zin in heeft en wat ze momenteel interessant vindt.’
‘Wat vind je momenteel interessant, Umi?’
—‘Planeten!’

Papa en ik krijgen een minicollege. Umi vertelt over de gasbal Jupiter, de rode planeet Mars en de misschien-wel-misschien-niet-planeet Pluto. Ik smul, onder meer omdat papa gek is op alles dat buitenaards is. In zijn jeugd verslond hij boeken over astronomie en ruimtevaart, en nog steeds wordt hij kindsblij van programma’s over het zonnestelsel en het universum. Ik zoek die programma’s regelmatig voor hem op en ga er bijna altijd bij zitten, want ook ik vind alles dat buitenaards is te gek.

Als Umi en papa het met elkaar vinden, kunnen zij het nog heel leuk gaan krijgen samen.

Er lijkt een klik te zijn en we spreken af om binnenkort een proefdag te draaien. Na het eten wandelen papa en ik met ze mee naar een tramhalte. Zodra we het Rembrandtpark uit zijn en de betonnen jungle betreden, snappen Umi en ik dat we in sluipmodus moeten. Tot ver over onze oren trekken we onze mutsen en schichtig bewegen we van straatsteen naar straatsteen. Elke hoek biedt een mogelijkheid tot verstoppen, maar Willemijn en papa vinden ons elke keer weer.

‘Umi, ik zie een geheime code’, zeg ik, wijzend naar een putdeksel. ‘Kun jij die ontcijferen?’

Umi leest voor wat op het deksel staat — zachtjes, want we willen geen aandacht trekken. Het gaat nog niet vloeiend, maar ze herkent alle tekens. Dan komt de tram en geven we ons gewonnen: Willemijn en papa hebben ons weer gezien.

De tram vertrekt en papa en ik lopen naar huis.

Ik mijmer over wat we vanavond meemaakten. Toen ik vijf was, zat ik vijf dagen per week in de kleuterklas en had ik geen idee wat een planeet was. Ik kon je haarfijn vertellen dat één plus één twee is en dat ‘bow and arrow’ Engels is voor ‘pijl en boog’. Maar waarom 1 plus 1 twee is? En of ‘bow’ het woord voor ‘pijl’ is en ‘arrow’ voor ‘boog’? Geen idee. Ik had al geleerd om te kopiëren wat grote mensen me aanreikten.

Umi schotelde ons vanavond alle planeten voor en ze deed dat met een guitige glimlach. Daarnaast gaf ze te kennen regelmatig Engelstalige films te kijken en bijna alles te verstaan wat daarin gezegd wordt. Met ‘bow and arrow’ hoefde ik dus niet aan te komen.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: