17 januari 2017
Ze zeggen dat mensen met dementie zichzelf niet meer kunnen activeren. Dat als ze nergens toe aangezet worden, ze ook nergens meer toe komen.
Welnu, vandaag laat papa daar weinig van merken.
Na twee maanden in haar thuisland Peru, nam Herminia dit weekend voor het eerst weer een zorgtaak op zich. Twee maanden geleden waren zij en papa dikke mik, maar de papa van nu is niet de papa van twee maanden geleden, en deze ‘nieuwe’ Herminia gaat er niet zomaar in.
Om vier uur ’s middags besluit papa dat hij de deur uit moet. Herminia mag niet mee. Twee keer komt hij terug met de boodschap ‘Ik ben iets vergeten’ en vlak na zijn derde vertrek kom ik thuis. Herminia zit in de hal van het appartementsgebouw, op een bank naast de lift. Ze zegt papa elk moment terug te verwachten. Kortgeleden zou ik hebben gezegd ‘dan wachten we even’, maar de papa van nu is niet de papa van kortgeleden. Boven in het appartement klap ik mijn computer open en verschijnt er een verrassing op het scherm. De GPS-tracker die sinds kort aan papa’s riem hangt, is speciaal voor de gelegenheid uitgevallen. Niet tijdig opgeladen.
Herminia en ik spreken af dat zij in het appartement blijft en ik op speurtocht ga. Ik fiets door de stad en doe elk café en restaurant aan waar papa en ik weleens zijn geweest. Iedereen weet direct over wie ik het heb: ‘Ja, met die rode schoenen toch?’ Niemand heeft hem gezien. Na anderhalf uur begint mijn hoofd er wat van te vinden.




Ik bel de politie.
‘Vanaf wanneer kan ik mijn vader die Alzheimer heeft, opgeven als vermist?’
—‘Nu meteen.’
Burgernet wordt ingeschakeld en de politie start een zoektocht. Signalement: een man van middelbare leeftijd met rode schoenen, kort zwart haar en wellicht een verwarde indruk. Ik fiets naar huis, waar Herminia en ik visite krijgen van een boomlange, fluorescerend-gele motoragent. De agent belt de recherche en overhandigt me zijn politietelefoon. Na een kort gesprek maak ik me klaar om aangifte te doen bij het politiebureau. Dan gaat de huistelefoon.
‘Ja, met Cornelis, van de politie in Delft. Ik ben hier met ene meneer Resink. Hij is thee aan het drinken bij een groep meiden van het studentenhuis waar hij kortgeleden aanbelde.’
Ik barst in lachen uit. Herminia valt bijna om van de spanning en vraagt of ze naar huis mag. Natuurlijk mag dat. Ik omhels haar en druk haar op het hart dat niemand schuldig is aan papa’s uitstap. Herminia vertrekt en ik klop aan bij onderbuurvrouw Zamarra. Die aarzelt geen seconde pakt direct een set autosleutels voor me. Veertig minuten later neem ik de afslag van een parkeerplaats langs de snelweg tussen Amsterdam en Delft. Ik zie een politiewagen, parkeer de auto, stap uit en word tegemoet gelopen door een agent.
‘Ik heet Demi’, zegt ze, haar hand uitstekend. ‘Cornelis en ik hebben zó’n lol met je vader! Hij is wel een beetje in de war, maar wat ziet hij er netjes uit!’
Demi gaat me voor naar de politiewagen en opent het achterportier alsof ik bij de koning op audiëntie ga. Ik buig, kijk naar binnen en ziedaar, een ondeugende grijns.
‘Heb ik het weer gedaan?’
—‘Ja, ouwe boef, je hebt het weer gedaan.’
‘Het is echt fantastisch, ik heb zo’n fantastische tijd gehad!’
Papa stapt uit, denkt er zelf aan zijn favoriete rugzak van de achterbank te pakken en neemt afscheid van Cornelis en Demi.
‘Mag ik je drie zoenen geven?’ vraagt hij Demi.
—‘Nou, zullen we een hand doen?’
Op weg naar huis zit er een kind naast me dat net van schoolreis komt. Papa vertelt en vertelt en weet dondersgoed wat zijn uitstap teweeg heeft gebracht.
‘Ik heb het jullie wel een beetje lastig gemaakt hè?’
—‘Ja, een beetje wel, maar je hebt er ook lol aan beleefd. En volgens mij hebben Cornelis en Demi nog nooit zo’n leuke avond gehad.’
Mijn avond is ook een leuke avond geworden — nadat ik flink heb lopen schelden en vloeken. Ik voel blijdschap voor papa. Hij heeft zijn jeugdige, spontane kattenkwaad uitgelaten en ik zie aan hem hoeveel goed hem dat heeft gedaan. Thuis hangen we een klein papier aan de muur, een miniportret van papa, getekend door één van de studentenhuis-meiden bij wie hij thee heeft gedronken.
Drie weken later weet papa nog precies wat er op deze zondagavond is gebeurd. Best bijzonder voor iemand die bijna nooit meer weet waar hij vijf minuten geleden was. Maar volgens mij geen toeval. Na die eerste schilderworkshop met Syl begon me op te vallen hoe papa alleen nog de levendige ontmoetingen en gebeurtenissen lijkt te onthouden. Misschien, deels, omdat de rest het onthouden gewoon niet waard is.


