Hoofdstuk 6. Thuiskomen

Man met hoed en op de plek van zijn hart een open oog.

Vijf maanden zorg ik nu voor papa. In die tijd heb ik vallend en opstaand geleerd (en ben ik nog steeds lerende) om de situatie te benaderen als een mogelijkheid in plaats van een te bestrijden, te vertragen en binnen sociale perken te houden kwaad. Toen Ilona papa bijvoorbeeld aan het eind van de zomer kwam ophalen voor een tandartsafspraak, stond papa al klaar, in zijn nette jasje, opgepoetste schoenen en zwembroek met bloemetjesmotief. We lieten hem.

Aan sociaal-wenselijk, zogenaamd verantwoord gedrag heeft papa nauwelijks nog een boodschap. Zijn gevoelsleven neemt het steeds vaker over, wat mij uitdaagt om alsmaar dieper te luisteren, voorbij de woorden waar hij steeds moeizamer uitkomt, naar wat hij probeert te vertellen.

Regelmatig nodig ik mensen uit om bij ons te komen eten. Soms ken ik hen alleen nog maar van Facebook en wordt het etentje onze eerste ontmoeting in levenden lijven. Steevast wordt zo’n avond een oprecht samenkomen gevuld met tranen, lachsalvo’s en papa’s steeds spontanere flapuit-aanwezigheid.

Tijdens gesprekken die ergens over gaan, kan papa ineens een loeischerpe opmerking op tafel leggen. Is dit — net als het alleen nog onthouden wat het onthouden waard is — een hoopvolle aanwijzing van wat er met ons gebeurt, wanneer we onze essentie niet langer de kop laten indrukken door ‘goed zo!’ en ‘doe normaal!’?

Wat ik in ieder geval zie, is een papa die tot leven komt zoals ik hem nog nooit heb zien doen.

Wanneer papa en ik samen eten bereiden, doe ik mijn gesneden groenten in de pan terwijl hij torens bouwt met die van hem. Wanneer we samen door het park lopen en ik regelmatig in gedachten verdwaal, haalt papa me naar het moment. Eén en al oog en oor voor de eenden, bomen, geluiden, geuren en kleuren, is mijn eens zo drukke zakenvader een zenmeester geworden. Eén die net als een kind niet zomaar doet wat ik of anderen zouden willen dat hij doet.

Papa gedraagt zich niet elk moment als een lieverd en soms is daar ineens de agressie die mijn zus en ik vroeger bijna dagelijks meemaakten. Ik ben geen kleine Mundo meer die zich verschrikt naar zijn kamer laat schelden of slaan, maar het is soms hard werken om me niet in de hel van toen te wanen. En slagroom op de taart zijn de mensen om papa heen. Vrienden en familie zeggen zich niet met ons te willen bemoeien, maar vertellen me continu, met alle goede bedoelingen, wat ik goed en fout doe. Ik krijg complimenten en op m’n donder, soms van dezelfde persoon in dezelfde week over hetzelfde onderwerp. Ook daarin blijf ik niet altijd even sterk staan, maar vanbinnen voel ik me steeds steviger gedragen door een rustige, intuïtieve aanwezigheid. De reis die papa en ik aan het maken zijn, is nog niet af.

Daarbij is het nog steeds wachten op een plek bij die prachtige, kleinschalige woonvoorziening voor mensen met dementie.

Dus ook na vijf intensieve maanden, inclusief zat momenten dat ik er helemaal klaar mee ben, blijf ik.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: