Genoeg en liefdevol
Ricardo noemt zichzelf de Vliegende Kapper. Hij is opgegroeid in Suriname en ziet eruit alsof hij begin veertig is. Mij verklapt hij dat hij veel ouder is, maar ik mag niet doorvertellen hoeveel.
Tijdens een knipbeurt kwamen Ricardo en ik op het onderwerp coaching. Ricardo vroeg waar ik mensen zoal bij steunde. Ik vertelde hoe ik ze help om hun levenspad boven water te krijgen, samen met de stappen waar dat levenspad nu om vraagt.
‘Nou man,’ zei hij, ‘daar wil ik ook wel helderheid over krijgen.’
Dit gesprek vond plaats toen ik nog vaste prijzen hanteerde. Knippend en kletsend kwamen we tot een afspraak: Ricardo zou van mij een ‘Waarom-hoe-en-wat-is-Ricardo’ sessie krijgen; ik zou van hem een aantal knipbeurten ontvangen. De rekensom was snel gemaakt: vijftien euro per knipbeurt, versus honderdtachtig euro voor een coachingsessie, betekende (ik laat mijn haar zo’n drie, misschien vier keer per jaar knippen) dat ik voor één avond coaching en koken (Ricardo zou ook komen eten) qua kapsel voor drie à vier jaar gebakken zat.
Best een goede deal, vond ik.
‘Hé, ik vind het goed man’, zei Ricardo.
Ricardo kwam. We aten, praatten en doken de sessie in. Anderhalf uur later waren we een serie lachsalvo’s rijker en weggepinkte tranen armer. Ricardo ging vervuld naar huis en ik begon vervuld aan mijn knipstrippenkaart.
Na drie keer zat die kaart me niet lekker meer.
Ricardo geeft steevast een rustige, aandachtige knipbeurt die pas voorbij is wanneer ik honderd procent tevreden ben. Soms duurt dit een uur. Dit twaalf keer, verspreid over vier jaar, omdat ik hem één avond van mijn tijd en ruimte heb gegeven? Voelde niet goed. Na drie keer voelde het goed.
‘Hé ik vind het goed man,’ zei Ricardo, ‘relax.’
Toen kwam het moment dat ik mijn vaste prijzen losliet. Tot dat moment had ik geen vragen gesteld bij Ricardo’s vijftien euro. Ik vond ze namelijk best ontspannen. Maar nu, na weer een uur in de kappersstoel, begaf ik me naar een pinautomaat en voelde ik die vijftien euro wringen. Iets in mij wilde doorzetten, maar mijn vingers bleven boven het toetsenbord zweven. Ze wisten gewoon niet welk bedrag op te vragen.
Ja, maar Mundo, begon mijn hoofd, je hebt weinig op je rekening staan en straks moet je ook de huur betalen en wat als er straks iets gebeurt dat je nu niet voorziet?!
Op zich valide vragen. Maar waren dit de vragen die echt in me leefden?
Ik stapte weg van de automaat en liet anderen voorgaan. Na een paar keer rustig ademhalen, begon ik denkbeeldig te spelen met een bedrag. Net zoals ik Jonna later zou adviseren, nam ik lijfelijk waar wat er met me gebeurde terwijl ik het bedrag omhoog en omlaag liet gaan.
Klik.
Ik pinde vijfentwintig euro. Een keer daarna gaf ik dertig. Ergens later veertig. Elke keer vond mijn hoofd er wat van, elke keer vond ik een bedrag dat klikte en het beste voelde, en elke keer bleek de waarde voor mij niet in het bedrag te zitten, maar in het gevoel waarmee ik gaf. Onbetaalbaar.

