Een maand later
Pieter stuurt een mail met daarin zijn verdriet. ‘Ik vind dat de manier waarop jij je gedragen hebt de afgelopen tijd in onbalans is. Ik had veel meer van je terug willen krijgen dan wat je teruggegeven hebt. En dat zegt iets over mij, niet over jou. Ik zou het fijn vinden van je te horen wat je vindt en welke rol je wilt vervullen.’
Het bericht raakt me. Pieter laat meer van zichzelf zien dan ik hem ooit heb zien doen. Ik voel blijdschap bij het idee dat we elkaar alsnog kunnen ontmoeten, niet om te bepalen welke rol ik ga vervullen maar om elkaar te zien, te horen en te begrijpen. Ik schrijf dat ik graag met hem afspreek en naar Hemels van der Hart kan komen — of misschien beter nog, naar zijn huis in het oosten van Nederland.
Het blijft stil.

