Hoofdstuk 3. En wat nu señor?

Kompas dat vervaagt aan de kant waar het kompas naartoe wijst.
12 februari 2014

Ik ga toch niet door met Hartwerkers.

Het project bestaat nu bijna twee jaar en de filmreeks telt tien portretten. Als ik alle tien los van elkaar bekijk, vind ik dat we op een enkele uitzondering na logisch bezig zijn. Als ik naar de serie als geheel kijk, zit iets me niet lekker. We hebben vooral blanke, hoogopgeleide mensen van boven de veertig uit een boven-modaal milieu gefilmd. Ik mis balans, en de persoon die Pieter heeft aangedragen als Hartwerker nummer 11 gaat daar niet voor zorgen.

Katja Staartjes is de eerste Nederlandse vrouw die de Mount Everest tot aan de top wist te beklimmen. Ze zal vast een bijzonder mens zijn en haar prestatie even zo fantastisch, maar om over haar nu een Hartwerkers-portret te maken? Alles in mij zegt Nee, dit is niet de bedoeling.

Ik heb geprobeerd het gesprek te openen. Eerst stapte ik naar Marten, die sinds een half jaar samen met mij de productie doet. Marten was het met me eens en samen stapten we naar Jori, die nog steeds optreedt als vraagbaak en steunpilaar bij Hartwerkers is betrokken. Jori was het met ons eens en zou het oppakken met Pieter. Of dat is gebeurd weet ik niet; Marten en ik kregen in ieder geval geen terugkoppeling.

Op 1 januari schreef ik Pieter een nieuwjaarsbrief. Daarin stond onder andere dat ik hem graag wil spreken over het vervolg van onze samenwerking. Of Pieter de brief las, weet ik niet; ik kreeg in ieder geval geen reactie. Drie weken later en inmiddels in Colombia, schreef ik een mail aan Pieter, Barbara, Jori en Marten. Jori reageerde, maar ik las vooral een ontkrachting van wat hij eerder had gezegd. Pieter gaf opnieuw geen reactie en ook Barbara bleef stil. Met nog een week in Colombia voor de boeg, hoor ik vandaag van Marten dat de beslissing is gevallen: Katja wordt de volgende Hartwerker.

Ik trap op de rem met een mail aan de groep. ‘Ik verwacht niet dat er zonder slag of stoot naar me geluisterd wordt,’ schrijf ik, ‘maar dat het onderwerp, in mijn ervaring, zo opzij wordt gezet, vind ik gek en niet passen in een samenwerking die zich tot nu toe heeft getekend door openheid en gelijkwaardigheid. Terecht of niet: wat nu gebeurt voelt voor mij niet zuiver.’

Oké, punt van orde: die laatste zin is onhandig. Überhaupt is e-mail onhandig voor dit soort dingen. Elkaar zien is handiger, en als dat niet kan, elkaar bellen. Door schade en schande weet ik dit. Toch heb ik de telefoon niet gepakt. Waarom? Omdat, besef ik nu Pieter wel reageert, ik vanaf moment één bang ben voor hoe Pieter zal reageren.

Pieter schrijft dat hij me mooie laatste dagen in Colombia wenst en hij maant me tot voorzichtigheid. Volgens hem heeft hij altijd duidelijk aangegeven dat hij beslist wie er gefilmd wordt, waarbij hij open staat voor suggesties. ‘Nee’ zeggen op Katja Staartjes als onderwerp is mijn volste recht, net als dat het zijn volste recht is om ‘ja’ te zeggen. ‘Ik hoor wel wat het wordt’, sluit hij af.

Deze kant van Pieter is me niet geheel onbekend. Het is me reeds gebeurd dat Pieter me de volle laag gaf, nadat ik geprobeerd had via de telefoon iets aan te kaarten. Ik kromp in elkaar van schuld en schaamte en wist niet hoe snel ik ‘sorry’ moest zeggen.

Ook die ervaring was niet nieuw. Vroeger, thuis, gebeurde het regelmatig dat ik iets voelde, dat probeerde aan te kaarten, de volle laag kreeg, in elkaar kromp, ‘sorry’ zei en weer doorging, ook al voelde het niet opgelost en rond. De angst voor herhaling speelt me blijkbaar nog steeds parten, anders was ik wel direct en recht voor mijn raap naar Pieter toegestapt.

Maar goed, recht of krom: op tafel liggen nu wel de kaarten die ik al voelde aankomen.

Ik doe opnieuw een poging om tot een gesprek te komen. Ik schrijf dat het voor mij belangrijk is om eensgezind te werken, en ik het idee heb dat Pieter anders in het project staat dan ik. Ik vraag of we elkaar kunnen ontmoeten wanneer ik weer in Nederland ben, zodat ik naar hem kan luisteren, hem wellicht kan begrijpen en we elkaar misschien kunnen vinden.

‘Dag Mundo,’ antwoordt hij meteen. ‘Het woord dat in me opkomt is “drammerig”. Omdat jij bedenkt dat het opeens anders moet, moet de hele wereld zich daar opeens aan aanpassen, op stel en sprong? Wat zegt dat?’

Ik probeer het nog een keer, opnieuw via e-mail. Ik schrijf een constructief gesprek te willen voeren over hoe we in het project en de samenwerking staan. ‘Als je daar nu geen ruimte voor voelt,’ vul ik aan, ‘om wat voor reden dan ook, dan doen we dat niet en ga je verder met het project zoals je dat graag wilt. Ik sta dat niet in de weg; niks “moet anders”.’

Het blijft stil.

Pieter en ik gaan elkaar hier niet in vinden. Dat is de kaart die ik al voelde aankomen.

Het voelt verdrietig. Ik zie ons niet graag op deze manier ‘afronden’. Daarnaast voel ik boosheid en een gevoel van onrecht over hoe Pieter uit de hoek komt. En ik voel glundering. Hoe onhandig ik mezelf misschien ook heb geuit; ik heb mezelf geuit. Ik heb de wind van voren gekregen en me niet laten wegslaan van waar ik trouw aan wil blijven. Dat voelt krachtig.

Daarnaast realiseer ik me dat het klopt, sowieso, dat Hartwerkers en ik elkaar gedag zeggen. Ik heb bijgedragen en geleerd wat ik kon. Doorgaan voelt als het herhalen van zetten en daar voel ik geen leven bij, voor mezelf niet en ook niet voor het project. Het is beter dat anderen het voortzetten, of er ook mee stoppen.

Wie weet, als Pieter en ik elkaar hadden kunnen ontmoeten, waren we samen op nieuwe ideeën gekomen. Wellicht hadden we een nieuwe vorm gevonden, één die voor iedereen levendig voelt. Maar een ontmoeting lijkt er niet in te zitten en dat is een deel van mijn verdriet nu: dat onze communicatie blijft hangen op ‘Als jij dit niet doet, dan niet’.

Ironisch genoeg is het opnieuw Pieter die me een positief duwtje in de rug geeft. Net als een jaar geleden bij Wovox, voel ik frisheid, een lekker niet-weten, een mogelijkheid die alleen maar iets moois kan brengen.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: