Hoofdstuk 3. En wat nu señor?

Kompas dat vervaagt aan de kant waar het kompas naartoe wijst.
22 januari 2014

Twintig jaar geleden heette Medellin ook wel ‘de meest gewelddadige stad op aarde’. Oscar is er opgegroeid en woont er nu zes maanden per jaar, deels om de Amsterdamse winters te ontvluchten, deels omdat hij van zijn thuisland houdt.

Er is veel veranderd in twintig jaar tijd, maar Medellin is nog steeds gevaarlijk. Net als de rest van Colombia. Tenminste, dat is wat ik mensen hoorde zeggen, vooral in Nederland. ‘Wat?! Ga je in je eentje naar die FARC-jungle?! Nou, ik hoop dat je het er levend vanaf brengt.’

Ik liet me niet van de wijs brengen. Toch voelde ik een kleine knoop in mijn maag, vooral toen ik mijn voeten voor het eerst op Colombiaanse grond zette.

Op het vliegveld werd ik meteen omringd door lokale inwoners. Ze vonden het leuk dat ik helemaal naar Colombia was gekomen — en ze maakten zich druk. Want hartstikke tof, een gringo in Colombia, maar gringo’s die in Colombia alléén op pad gaan? Dat kan niet. Uit verschillende hoeken kwam het advies om een taxi naar de stad te nemen. Ik pakte een bus en nam plaats naast een kleine, oudere dame met kort, grijzend haar. We raakten aan de praat en toen vroeg ze met grote ogen: ‘Verblijf je in Barrio Enrique? Geef me het telefoonnummer van de mensen naar wie je op weg bent!’

Ik zei dat ik wist hoe ik er moest komen en dat bellen niet nodig was.

‘Niks mee te maken!’ zei ze resoluut. ‘Je gaat daar niet alleen naartoe en zeker niet met die grote rugzak van je!’

De vrouw belde Ana, de jongste dochter van een familie die me via Couchsurfing.org een logeerplek had aangeboden. Ana liet zich overreden om me op te halen bij de bushalte in het centrum van de stad. Ik liet het gebeuren. Mijn Spaans liet nog genoeg te wensen over en al die drukmakerij vond ik toch ook een beetje spannend.

Nu ben ik hier drie weken en maak ik me niet langer druk om andermans drukmakerij. In wijk A krijg ik bijvoorbeeld de stellige waarschuwing: ‘Je moet ab-so-luut niet naar wijk B gaan!’ Als ik vervolgens toch naar wijk B ga, niet om tof te doen, maar omdat mijn intuïtie en nieuwsgierigheid het winnen van de verhalen en de angst die ik voel, krijg ik in wijk B te horen: ‘Wat?! Was jij in wijk A?! En je bent er zonder kleerscheuren uitgekomen?!’

Wanneer ik doorvraag, blijkt meestal dat de mensen die me waarschuwen nog nooit op de plek zijn geweest waar ze mij voor waarschuwen. Hun waarheid komt van het nieuws.

De eerste paar keer dat ik een nieuwe buurt betreed, doe ik dat met lichte spanning, maar die laat gauw los. Overal ontmoet ik lieve en warme mensen. Overal word ik uitgenodigd voor sap en eten. Juist in wijken waar de politie tien jaar geleden geen stap durfde te zetten, lijken inwoners met open armen klaar te staan. Ze zijn blij dat deze gringo de moeite neemt om zelf een kijkje te nemen.

Na drie weken zijn er maar twee gebieden in Medellin waar ik minder in mijn sas ben: in de dure wijken zien de huizen eruit als forten en is alles afgesloten met hekken, prikkeldraad en intercoms; in het centrum wemelt het van de hippe bars en toeristen (die zijn er, zo blijkt) en proef ik niets van de gezelligheid en warmte die ik wel proef in zogenaamde pauperbuurten.

Heb ik mazzel in Colombia? Ik vind van wel: wat een leuke, lieve, warme mensen! Heb ik een roze bril op? Misschien, maar ik geloof vooral dat ik mijn bril niet laat kleuren door de angstverhalen van de media.

Een deel van mijn groeiende durf dank ik aan een groeiende benieuwdheid. Ik wil weten of dingen zijn zoals mensen zeggen dat ze zijn. Dat heb ik altijd al gewild; nu geef ik er ook gehoor aan, steeds vaker en steeds vrijer. Een andere reden is Thijs. Die stapte in Namibië op alles en iedereen af, behalve wanneer hij voelde dat het niet goed voelde. Zo loop ook ik in Medellin niet overal onverschrokken op af. Soms voelt het niet goed en ga ik niet. Soms houd ik onderweg halt om te checken wat ik opeens voel. Soms weet ik niet wat ik voel — mijn eigen intuïtie of iemand anders’ angst — en doe ik wat het beste voelt.

En ja, er gebeuren nare dingen in Medellin. Mensen worden verkracht en geliquideerd. Net als in Amsterdam.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: