Vanaf 8 november 2014
In vrijheid en vertrouwen geven wat ik wil geven: dat wordt vanaf nu mijn modus. Het leven zorgt, vaak op manieren die ik niet kan bedenken. Laat ik mezelf dus ontslaan van de plicht om te bedenken wat die manieren moeten zijn. Laat ik vertrouwen. En laat ik mezelf een duwtje in de juiste richting geven, door mijn werk niet langer via een vooraf bepaald bedrag te verkopen. Want hoe kan ik bepalen wat mijn werk jou geeft? Wat voor jou waardevol is, is toch aan jou? Ja, dat is aan jou, vind ik, nu ik het licht heb gezien. Laten we dus allebei geven vanuit ons hart, zodat we allebei kunnen ervaren wat het werkelijk betekent om te geven en te ontvangen.
Dit is één winst die ik zie ten opzichte van vooraf bepaalde prijzen. Een tweede is dat zonder vooraf bepaalde prijs, de prijs niet tussen ons in kan staan. ‘Nee, dat is me te duur’ of ‘ja, ik zou wel willen, maar ik kan het niet betalen’ of ‘ja, maar krijg ik wel waar voor mijn geld?’ kunnen geen muur meer metselen. Je krijgt wat ik je geef en mag zelf, na afloop, bepalen wat je mij geeft. Het enige dat nog mee kan wegen in jouw beslissing om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen, is de Ja of Nee die je vanbinnen voelt bij het werk dat ik aanbied.
Ik zie nog een winst: motivatie. Als ik van tevoren niet weet hoeveel ik terugkrijg voor mijn werk (en óf ik iets terugkrijg), kan ik niet meer om geld werken. Ik werk omdat ik ergens enthousiast van word. Als er geen enthousiasme is, heb ik ook geen reden om ‘ja’ te zeggen.
Als ik kijk naar de vorm van bovenstaande besluit, heb ik eerder zo’n besluit genomen. Ten tijde van Wovox en ook daarvoor experimenteerde ik al met waardebepaling achteraf. Ik had echter een verborgen agenda. Stiekem hoopte ik dat wanneer mensen het voor het zeggen kregen, ze meer zouden geven dan ik zou rekenen. Dat leidde vooral tot teleurstelling, verzuring en olie op het vuur van gedachten als zie je nou wel, dat ik het niet waard ben.
Tenzij er contact was, zoals bij Hemels van der Hart. Daar ging het niet meer om wat we bij elkaar konden halen, en daar groeide toch mooi een droomproject uit.
Voor een deel leef ik dit voornemen al, realiseer ik me. Zo kochten Ilse en ik onze week in Frankrijk niet; we kregen zowel de week als de auto die ons heen en terug zou brengen.
De auto kwam van Willemijn. Zij klopte maanden voor onze vakantie bij me aan voor een coachingsessie die ze niet kon betalen. Ik zei niet: ‘Nou, jammer dan’. Ik zei: ‘Volgens mij kun je de sessie goed gebruiken en ik geef je er graag één. We zien wel, voel je vrij.’
Willemijn voelde zich vrij. Een paar maanden na de sessie belde ze op: ‘Ik zie op Facebook dat jullie een auto nodig hebben. Ik heb er één en kan prima een weekje zonder.’
Dan het huis in Frankrijk. Dat kregen we van een gezin dat ik pas één keer had ontmoet. ‘Wij zijn er niet,’ liet moeder Daphne via Facebook weten, ‘en we vinden het alleen maar leuk als jullie er gebruik van maken.’
In dit soort uitwisselingen zit de rijkdom voor mij niet in wat we uitwisselen. De rijkdom zit in het contact. Willemijns dankbaarheid voor de coachingsessie, onze dankbaarheid voor haar auto, de gulle blijdschap van Daphne dat ze een huis kan delen, onze blijdschap toen we een zelfgemaakte chocoladetaart voor haar en haar gezin maakten, hun blijdschap toen ze vlak na ons vertrek terug in een spik en span huis aankwamen en een verrassing in de koelkast vonden… Die vreugde heeft iets onbetaalbaars.
Angaangaq, de stamoudste uit Groenland die ik in het vorige hoofdstuk citeerde, omschrijft het prachtig: ‘Hoe meer ik geef, hoe meer ik krijg. Het is als een cirkel, zonder begin en zonder eind, waarin we allemaal thuishoren.’
Ik wil deze cirkel tot mijn thuis maken — tot onze thuis maken. En nu ik het licht heb gezien, kan de magie van deze cirkel alleen maar toenemen.
Toch?

