23 april 2016
Ik ben op de plek en de tijd waar Korrie me in januari een retourticket voor bood: de jaartraining. Dit is het vierde en laatste weekend.
Korries jaartraining gaat over contact maken met wat ons werkelijk bezielt en over het verankeren van dat contact in leven en werk. Zodat leven niet meer voelt als werk, maar als leven. Dit is het derde jaar dat ik meemaak en mijn tweede als assistent. Ik ben dus enigszins bekend met de insteek: uit de sneltrein stappen waar we zo makkelijk in blijven zitten, tot inkeer en stilte komen, herkennen wat er in ons leeft en vrijlaten wat misschien al heel lang vastzit.
Het programma staat echter nooit vast en zo is het ook met mijn assistentenrol. Als team stemmen we steeds af op wat er in de groep en in ons leeft, om in het moment met passende antwoorden of vragen te komen. Voor zover mijn rol dus gedefinieerd kan worden, bestaat ze vooral uit meedoen met de training. Of beter gezegd: meezijn met de training.
In het begin vond ik het wennen: dingen laten gebeuren in plaats van dingen ‘doen’, dingen mogelijk maken in plaats van ‘doen’, mezelf mezelf laten zijn in plaats van mezelf ‘doen’. Na drie maanden Schotland is me duidelijk dat ik dat nog steeds wennen vind.
Tijdens de eerste lunch van het weekend vraagt Koen: ‘Mundo, leven zonder geld: wat is je conclusie tot nu toe?’
Ik vind het meteen een leuke vraag, heb niet direct een antwoord en mijn mond zit nog vol.
—‘Dat het nog niet klaar is’, zeg ik dan.
‘Wanneer is het voor jou wel klaar?’ vraagt Jonna, die naast Koen zit. ‘Over hoe lang?’
—‘Wanneer het klaar voelt. Ik weet nog niet wanneer dat zal zijn.’
Ik vertel over Monica, Lendrick Lodge, liften zonder bestemming, Pillars of Hercules, de groene vrachtwagen en Tangleha. Al pratende kom ik tot een tweede conclusie.
‘Zonder geld kan ik niet betalen, in ieder geval niet met geld, om ergens te mogen zijn. Dit betekent niet dat de drang om te betalen zomaar weg is. Sterker nog, op meerdere plekken in Schotland zag ik mezelf betalen. Ik kwam ergens aan en had mijn jas nog niet uit, of ik was al over mezelf heen gevallen om op tijd te laten weten dat ik heus wel iets kwam doen in ruil voor mijn verblijf. Meerdere keren bood ik een Qigong-les aan, terwijl dat helemaal niet mijn behoefte was. Andere keren bleef ik maar vragen: “Zeg je het als ik iets kan doen?”. Weer andere keren zei ik dat ik dit en dat of zus en zo wel zou kunnen doen, terwijl ik nauwelijks wist waar ik was, laat staan of de mensen daar wel wilden dat ik iets deed.
‘Een paar keer kreeg ik het ook meteen terug: “Als je echt nu iets wilt doen, gaan we nu iets verzinnen, maar wat ons betreft kom je hier eerst aan”.’
Ik vind het leuk, dit terugblikken. Verhelderend ook.
‘Dit patroon, het afkopen van het recht om ergens te mogen zijn, verdwijnt niet omdat ik het even zonder geld doe. Ik krijg het juist op m’n snufferd. Eerst moet ik doen, eerst moet ik geven en dan ben ik goed genoeg, dan mag ik er zijn. Misschien.
‘Vooral op plekken waar geen duidelijke afspraken waren, vond ik het echt oefenen om te handelen vanuit overvloed in plaats vanuit schuld of plicht. Zeker wanneer de bal volledig bij mij lag. Bij Tangleha leerde ik al doende over bouwen met hout en tuinieren vanuit Permacultuur-principes. Ik kookte met plezier voor de bewoners. Maar het echte werk daar, zat ‘m voor mij in het ervaren van de vrijheid, in mezelf, om dingen te doen en dingen te laten.
‘Ik vind het heerlijk om te geven en om mijn dankbaarheid te uiten. Zonder geld daagt me vooral uit om hier authentieker in te worden. Om te durven wachten tot mijn geven van binnenuit komt, of tot er een hulpvraag komt, of tot ik zie waar ik echt iets te geven heb. En dat kan alleen wanneer ik mezelf genoeg vind. Dan komt geven vanuit spontaniteit in plaats vanuit plicht. Dan kan ik in vrijheid ontvangen in plaats van in schuld. En dan geef ik terug of door vanuit dankbaarheid en niet om een rekening te vereffenen.
‘Op deze manier geven en ontvangen is veel leuker en waardevoller dan het gekunstelde gedoe waar zoveel onuitgesproken regels en overtuigingen vanaf druipen.
‘Dit weet ik allemaal, allang, vind ik, maar mijn tijd in Schotland liet me zien hoezeer ik hier nog in kan groeien. Dus misschien is mijn conclusie tot nu toe dat zonder geld me nog meer doet oefenen, met vertrouwen dat ik goed en waardevol ben zoals ik ben.’
De lunch is voorbij, bijna iedereen is van tafel en ik mag naar de teamkamer voor het ongeschreven vervolg van de dag.
’Over dat liften zonder bestemming,’ zeg ik terwijl we opstaan, ‘ik heb er bij Tangleha een korte film over gemaakt, samen met drie filmmakers van vijf, zeven en negen jaar oud.’
Koen en Jonna willen het filmpje zien. Ik schrijf op waar ze het kunnen vinden.


