Hoofdstuk 5. Zonder geld

Beeld van een vogel door een verrekijker, met aan zijn poot een ketting.
16 juli 2016

Als ik een lijn trek vanaf het huis van Saskia en Cees naar Millo’s land in Portugal, ligt de Spaanse stad Donostia precies in het midden. Ik zou er een korte tussenstop maken, om een vriendin te ontmoeten die ik al jaren niet had gezien, maar kort werd langer, een week. Vandaag reis ik door. Millo verwacht me rond deze dagen en ik heb zin om naar Portugal te gaan.

Ik sta al een poos aan het eind van een oprit naar de snelweg. Mijn duim wijst omhoog en mijn hoofd denkt wat het vaker denkt: Niet de meest handige plek dit. En man, wat rijden ze hard hier, nauwelijks ruimte om te…

Een lange vrachtwagen dendert voorbij en trapt net niet boven op de rem om tot stilstand te komen.

Toch wel de meest handige plek dit.

Ik ren naar het ronkende gevaarte, zie een Portugees kenteken, trek de passagiersdeur open, klauter de cabine in en ontmoet een kleine, gezette man. Hij heeft kort zwart haar en draagt een wit, mouwloos hemd.

‘Aondie ekke vaish?’ vraagt hij.

Mijn audiocursus Portugees lijkt me in de steek te laten, want ik versta hem nauwelijks. Volgens mij wil hij weten waar ik vandaan kom, of waar ik heen ga. Onbeholpen brabbel ik iets dat lijkt op een mengsel tussen Frans, Spaans en Portugees. Hij steekt zijn hand uit: ‘Eeuw soo Zjoaqiewm.’

We rijden. Joaquim vertelt dat hij overal in Europa is geweest en van bijna alles wel een woord spreekt. Langzaam begint mijn audiocursus z’n vruchten af te werpen en na een uur is Portugees onze voertaal.

‘Ik neem altijd lifters mee; mijn collega’s nemen nooit lifters mee. Mijn collega’s doen altijd hun cabine op slot en zijn allemaal al een keer beroofd. Ik doe nooit mijn cabine op slot en ben nog nooit beroofd.’

Naast smullen van Joaquims verhalen, doe ik een indruk op van het leven van een vrachtwagenchauffeur. Zo leer ik dat vrachtwagenchauffeurs de tijd nemen om te lunchen, want na vier en een half uur op de weg dienen ze minimaal drie kwartier stil te staan. Joaquim wijst naar een elektronisch kastje boven zijn hoofd. ‘Dit ding waakt ervoor dat ik me aan de tijd houd.’

Bij een grote parkeerplaats langs de snelweg nodigt Joaquim me mee uit lunchen bij de achterkant van de vrachtwagen. Daar hangen twee metalen dozen die minutieus volgepakt zijn. Behendig pakt hij wat hij nodig heeft en binnen enkele minuten tovert hij een tafel met daarop een heerlijke salade tevoorschijn. Hij staat erop dat ik op zijn enige kruk ga zitten. Een half uur later is de boel weer minutieus ingepakt en vervolgen we onze weg.

Ik leer dat vrachtwagenchauffeurs tijd hebben om te slapen, want na een dag van maximaal negen uur op de weg dienen ze minimaal acht uur stil te staan. Joaquim was al vier uur onderweg toen hij me oppikte en nu zit hij bijna aan zijn tax.

‘Misschien wil iemand je wel overnemen’, zegt hij. Hij doet een belronde en er komt een rits collega-chauffeurs op de luidspreker. Elk gesprek eindigt met dezelfde boodschap: ‘Nee, ik ga geen lifter meenemen.’

‘Ongelooflijk’, zegt Joaquim. ‘Mensen zijn zo bang. Ik heb nog nooit een slechte ervaring met lifters gehad.’

Bij een benzinepomp in de buurt van Salamanca gaat Joaquim de nacht doorbrengen. Hij nodigt me uit voor een biertje. Ik vind dat heel lief, heb geen zin in bier en ben vol van onze ontmoeting, dus ik bedank.

‘Weet dat je een thuis hebt in Portugal’, zegt hij terwijl we elkaar omhelzen. Ik bedank hem nogmaals. Hij loopt het café in en ik ga met mijn tas op de grond zitten. Even wachten voordat ik een volgende ontmoeting induik.

Een voordeel van liften vanaf benzinepompen, vind ik, is dat mensen me niet kunnen negeren zoals ze dat wel kunnen in het voorbijrijden. Een nadeel van benzinepompen, voor veel mensen die ik aanspreek althans, is dat ze eerlijk moeten zijn. Of moeten liegen.

Een week geleden, nadat Cees me bij een benzinepomp in Frankrijk had afgezet, sprak ik bijvoorbeeld als eerste een Frans gezin van drie aan. ‘Onze auto is te vol’, zei de moeder meteen. Ik bedankte haar en ging verder met mensen benaderen. Vijf minuten later tikte ze me aan: ‘We hebben overlegd. Kom maar met ons mee.’ Toen ik bij de auto aankwam, zei de vader: ‘Leg je tas maar achterin, er is ruimte genoeg.’ 625 kilometer later, vlak voor de grens met Spanje en een paar kilometer van Donostia, namen we afscheid alsof we een leven met elkaar hadden doorgebracht.

Soms houd ik urenlang pas op de plaats, omdat ik alsmaar dezelfde, best geestige patronen tegenkom. Mensen zeggen ‘We gaan de andere kant op’ en rijden vervolgens precies de kant op waar ik naartoe wil. Of ze zeggen ‘onze auto is vol’, om vervolgens met een lege auto langs me heen te rijden. Soms krijg ik een simpele ‘nee’ zonder uitleg; soms krijg ik alleen een ontwijkende blik. Ik kan er goed mee omgaan en geniet zelfs een beetje van het toneelspel, maar word er ook een beetje droevig van. De bochten waar we ons in wringen om maar niet eerlijk te hoeven zijn…

Liften betekent dus niet alleen oefenen met niet weten waar ik aan toe ben en bijzondere ontmoetingen meemaken op weg naar een bestemming. Liften is oefenen met gelukkig zijn, wat er ook gebeurt, en met mensen durven aanspreken, wat mijn hoofd ook denkt dat mensen zullen denken of vinden.

De zon staat nog hoog aan de hemel. Vanaf hier is het niet ver meer naar Portugal. Ik sta op, kijk om me heen en laat mijn ogen als eerste vallen op een auto met daarnaast een jong stel en een baby. Mijn hoofd zegt dat hun auto vol zit. Ik loop op ze af.

‘Richting Guarda?’ vraagt de man. ‘Natuurlijk, leuk! Wat spreek je goed Portugees trouwens!’

Hij opent een portier en maakt ruimte op de achterbank. Hij en zijn vriendin staan erop dat ik voorin ga zitten. 

‘Ik heet Daniel’, zegt hij terwijl hij achter het stuur kruipt. ‘Dit is Carla en onze baby heet Iris.’

Dit jonge Portugese gezin woont in het Zwitserse Genève. Als ik vraag waarom, krijg ik een bekend antwoord: ‘Omdat er in Portugal nul werk is.’

In Zwitserland is er volop werk, vertelt Daniel, net als dat er volop rekeningen zijn. Carla werkt in een Portugees café en Daniel heeft een voltijdbaan als timmerman. Hij vindt timmeren best leuk, maar zijn passie is clownen. Het liefst treedt hij voor jong en oud op, met hulp van zelfgebouwde uitvindsels. Hij pakt zijn telefoon en laat wat foto’s en video’s zien. Op één video zie ik Daniel dansen op muziek van The Prodigy, samen met een zelfgemaakte Siamese vierling. Via horizontale stokken zijn ze aan Daniel bevestigd, twee links en twee rechts van hem. Ze hebben dweilborstels als hoofden en bootsen elk van zijn bewegingen perfect na.

Daniel die danst met de Siamese vierling.

Ik kijk, mijn adem benomen. ‘Wat is dit gaaf Daniel… Wat een creativiteit.’

—‘Ja, en weet je wat ik ook heel leuk vind? Boegengs.’

‘Pardon?’

—‘Boegengs. Je schrijft “Buugeng” maar je zegt Boegeng. Een buugeng is een slangvormige houten voorwerp waarmee je al dansend prachtige vormen kunt maken.’ Daniel tovert een nieuwe serie foto’s en filmpjes tevoorschijn, plus zijn online Buugeng-winkel op Etsy.com.

Een buugeng

Ik kraai van enthousiasme. Baby Iris kraait mee.

‘Overdag werk ik als timmerman,’ vervolgt hij, ‘dus die buugengs maak ik ’s avonds of ’s nachts en sowieso in het weekend. Carla helpt vaak mee. Als het even kan treed ik op, maar daar kan ik in Zwitserland niet van rondkomen.’

—‘Hoe is het voor jullie om in Genève te leven?’ vraag ik.

‘Wij hebben geen leven. Alleen al aan huur en verplichte ziektekostenverzekering betalen we 2800 euro per maand.’

Briefje met een maandrekening: Ieniemienie appartement (‘en daar hebben we lang naar gezocht’): 1800 euro. Ziektekosten Carla: 420 euro. Ziektekosten Daniel: 420 euro. Ziektekosten Iris: 150 euro. Totaal: 2790 euro / maand.

Ik vraag of ze Portugal missen. Twee keer hoor ik ‘ja’. En dat ze moe zijn. 

‘Hoeveel levert de verkoop van Buugengs jullie op?’ vraag ik.

—‘Op dit moment tussen de achthonderd en drieduizend euro per maand.’

‘Wat denk je nodig te hebben om in Portugal te leven?’

—‘Waar wij vandaan komen? Zevenhonderd euro per maand aan vaste kosten, plus een beetje voor eten.’

Verstomd kijk ik Daniel aan. Ik draai me om en kijk naar Carla en Iris.

‘Wat doen jullie nog in Genève?!’ flap ik uit. ‘Vakantie vieren in Portugal? Man, verhúizen naar Portugal!’

Daniel kijkt naar de weg en lijkt mijn uitflappen te verwerken.

—‘Ja… dat beginnen we ons ook te realiseren.’

Ik ben het hier pertinent mee oneens. Vergeet beginnen en realiseren; inpakken die hap! roept mijn hoofd. Ik laat de kreet. Wie ben ik om voor hen te vinden wat ze moeten doen?

Voor het eerst sinds ik instapte, zijn we stil. Ik voel me geraakt. De vreugde die van Daniels gezicht afspat terwijl hij over zijn ziel en zaligheid praat… Man, wat gun ik het hem — wat gun ik het iedereen, dat die ziel en zaligheid volledig de ruimte krijgen.

We passeren de grens. Millo’s land is vlakbij nu. Daniel, Carla en Iris zijn sinds gisteravond onderweg, maar besluiten zonder blikken of blozen om me naar mijn bestemming te brengen. De snelweg gaat over in een provinciale weg en kort daarna slaan we een boerenweg in. We doorkruisen een paar kleine dorpen, rijden via een serie kronkels omhoog en ineens is daar de kapel van aartsengel Sao Gabriel.

‘Weet je zeker dat het hier is?’ vraagt Carla.

—‘Als ik Millo’s aanwijzingen mag geloven wel.’

Ik stap uit en word omhuld door de hitte die ik van Portugal ken. Nieuw voor mij is de koele bries van de Serra da Estrela (‘Het Sterrengebergte’). Die klimt vanaf een uitgestrekte vallei tegen de heuvel op, om ons op weg naar boven te strelen. Heerlijk.

‘Dat is Viseu,’ zegt Daniel, terwijl hij naar de overkant van de geelgroene vallei wijst. Ik zie een verzameling lage gebouwen tegen de heuvel geplakt. De hitte doet lijken alsof ze trillen. ‘Onze familie woont er vlakbij. Bel je als je iets nodig hebt? Weet je zeker dat je hier oké bent?’

Ik voel liefde en verdriet. Wat een ontmoeting, wat een creatieve verlangens en wat een geen-leven in Genève. We omhelzen elkaar en ik maak een foto. Zonder Iris, want die ligt zachtjes op de achterbank te snurken.

Foto van Daniel en Carla die in elkaars armen naar de camera kijken.

Drie weken later zal Daniel me een Facebook-bericht sturen.

‘Bom dia Raymundo! Weet je wat? We hebben besloten om volgend jaar terug naar Portugal te gaan.’


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: