Oké, meneer Mundo, wat nu?
Ga ik zonder intentie op pad? Dat kan. Dat voelt alleen nog spannender dan ik het al vind en ik vind het al spannend genoeg. En misschien, in plaats van bedenken wat mijn richting moet zijn (en óf die er moet zijn), kan ik het vragen. Ik loop een flink stuk de heuvel op, kom bij een vlakke rots, ga zitten en word begroet door een wijds uitzicht over een glooiend landschap. Er hangt geen zuchtje wind en op de vogels na is het muisstil.
Nu kijken of ik me kan overgeven aan de stilte vanbinnen. Ik sluit mijn ogen en breng de workshop die ik bij Louis en Sandra volgde, in de praktijk. Aandachtig volg ik mijn ademhaling en neem ik waar hoe ik op de rots zit. Ik laat mijn gewicht zinken, word me bewust van hoe mijn lijf contact maakt met de aarde en adem naar mijn hartgebied. Ik voel mijn borstkas uitdijen en inkrimpen. Dan richt ik me tot mijn intuïtie, hogere zelf, het universum of hoe het grotere ook mag heten. Ik herinner mezelf eraan dat het er in deze oefening om gaat dat ik niets ‘doe’, maar simpelweg luister. Net als bij een inquiry.
Wanneer ik mezelf uitnodig om in benieuwdheid te wachten in plaats van op zoek te gaan naar antwoorden, blijft het eerst donker achter mijn oogleden. Dan verschijnen er beelden. Ik zie een bothy voor me, een typisch Schots hutje. Er is kust en zee. Ik zie nog geen persoon, maar ik weet dat iemand op deze plek een zelfvoorzienend leven bouwt. Ik betreed de bothy. Er staat een houtkachel en een klein bureau. Het is mijn verblijfsplek. Weer buiten zie ik mezelf iets met hout doen (een bouwwerk maken?) en in de groentetuin werken. Dan verschijnt de persoon, een jonge man. We werken samen, werken alleen, zijn samen, zijn alleen. Wanneer ik in de bothy ben, schrijf ik.
Misschien houd ik mezelf voor de gek. Misschien zuig ik deze beelden uit mijn duim. Maar dat is het mooie van deze: het maakt niet uit. Zeker van waar de informatie vandaan komt, zal ik toch nooit zijn. Wat telt, is wat de beelden me geven, in dit geval een helder Ja-gevoel.
En nu ik toch bezig ben: iets van een richting?
Weer sluit ik mijn ogen en weer wacht ik. Er verschijnt een groene kaart. Schotland. Mijn blik beweegt over de kaart. Noord, west, zuid, oost… Oost.
Fife.
Het schiereiland Fife, aan de oostkust, boven Edinburgh.
Ik ga naar Fife.

