Hoofdstuk 5. Zonder geld

Beeld van een vogel door een verrekijker, met aan zijn poot een ketting.

Nederland?

5 augustus 2016
Bureau aan een raam

Dit is het bureau dat ik vorige week in elkaar timmerde. Vandaag wordt de laatste dag dat ik eraan zit.

Gisteravond opende ik mijn computer en stroomde mijn inbox vol met e-mails, allemaal van de afgelopen achtenveertig uur, allemaal over papa.

‘Middenin de nacht in Utrecht gevonden’, las ik. ‘Dacht dat hij op zakenreis was.’

‘Rugtas en mobiel gevonden en teruggebracht.’

‘Thuis in Amsterdam tegen de wijkverzorger gezegd: “Ik wil naar mijn huis in Amsterdam”.’

’Twee keer thuisgebracht door de politie.’

‘Bezocht door politie na burenalarm over een verwarde man.’

De lijst ging nog even door.

Ik schrok. Ik wist dat dit moment eraan zat te komen, maar nu al? Ik klapte de computer dicht, ging naar buiten en liep in het donker naar het hoogste punt van Millo’s land: de ruïne van een duivenhuisje.

Oud stenen duivenhuis, zonder dak. Uit het duivenhuis verschijnt een gedachteballon met de tekst (tekst staat al in de tekening): ‘Ik kan hier niet blijven. Papa’s case manager trekt aan de bel, professionele zorg is overbezet en de hulp die hij heeft, schiet tekort. Als ik niet terugga, zit hij over een paar dagen in een crisisopvang. Ik ga terug naar Nederland.’

Het was een helder besluit. Er kwamen tranen en ik hoefde niet te weten waarom. Ik huilde gewoon.

Terug in het huis sloeg ik opnieuw mijn computer open. Ik berichtte familie, vrienden en case manager Nine dat ik de volgende ochtend naar Nederland zou vertrekken, liep naar Millo en Fran om hen hetzelfde te vertellen en ging naar bed.

Vanochtend werd ik vroeg wakker. Aan de voet van de heuvel gaf ik de planten in de moestuin water en dompelde ik mezelf onder in de koude watertank. Vastberaden liep ik weer omhoog, klaar om mijn tas in te pakken. Ik vond mijn tas en bleef staan. Alsof er een knopje was uitgezet. Het inpakken wilde niet.

Ik pakte mijn telefoon en zette Millo’s Wifi-kastje aan. WhatsApp stroomde over van de berichten. Weer buren-alarm en weer politie.

Ik vertrek helemaal niet deze ochtend, dacht ik toen. Ik heb eerst te zorgen dat papa onder de pannen is.

Vijf uur en een rits Facetime- en WhatsApp-telefoontjes later heb ik papa gesproken (die kreeg het voor elkaar om op te nemen terwijl hij verdwaald en in paniek door Amsterdam zwierf), heb ik een oude schoolvriend van papa gevraagd of die hem wilde thuisbrengen en zijn twee andere vrienden onderweg uit Friesland om papa op te halen. Paul en Marjan kennen papa al langer dan ik oud ben en toen ik hen belde, boden ze meteen aan om hem te herbergen totdat ik terug ben.

Weer gaat de laptop open. Mijn mail van gisteravond is door behoorlijk wat mensen beantwoord. Een aantal maant me tot terughoudendheid en één van mijn ooms windt er geen doekjes om: ‘Neem niet de rol van mantelzorger op je. Als je dat doet, houdt professionele hulp z’n vingers ervan af. Alleen als je je afzijdig houdt, komen ze helpen. Jij hebt je eigen leven te leiden.’

Paul stuurt bericht dat ze in Friesland zijn aangekomen. We Skypen. Ik zie wijn en pinda’s op tafel staan.

‘Ja, met mij gaat alles goed hoor,’ zegt papa. ‘Hoezo? Zou er iets moeten zijn?’

Na een kort praatje neemt Paul zijn iPad mee naar een andere kamer.

‘Wil je wel nu terugkomen, Mundo?’ vraagt hij wanneer we onder vier ogen zijn.

—‘Ja, natuurlijk’, zegt mijn automatische piloot.

‘Denk er anders nog even over na.’

We zeggen elkaar gedag. Pauls vraag beroert me. Opnieuw loop ik naar het duivenhuisje, om mezelf op een grote steen te leggen. Ik kijk omhoog, door de cirkel waar ooit een dak zat. De blauwe hemel kijkt terug.

Beeld vanaf liggend naar boven kijkend in het duivenhuisje

Ik ga dit niet strategisch aanpakken.

Ik ga geen wachtspel spelen tot een gedwongen opname.

Ik ga doen wat gedaan wil worden.

Maar fuckerdefuck wat is dat?!

Ik ga van liggen naar zitten en probeer mijn adem te volgen in plaats van helderheid te moeten willen hebben.

Dan weet ik het.
O ja?

Ik loop naar Millo en zeg dat ik morgenochtend vertrek. Ik Skype met Paul en zeg dat ik morgenochtend vertrek. Ik voel niet wat ik zeg.

De zon hangt inmiddels vlak boven de horizon en begint een deken van schaduw over de vallei te trekken. Weer twijfel.

Ja, maar net in het duivenhuisje was het nog zo helder! Portugal was een film die niet meer wilde draaien, afgelopen was, terwijl de beelden van Nederland volop in beweging waren!

Ik kijk naar de ondergaande zon. Portugal speelt en Nederland staat op pauze. Watmoetik-watmoetik-watmoetik-watmoetik DOEN?

Ik vraag Millo of hij een moment heeft. We gaan op een boomstam zitten. Het uitzicht is adembenemend. Millo heeft een fenomenaal stuk land gekocht.

‘Millo, ik dacht er zo zeker van te zijn en nu is er weer twijfel. Moet ik echt nu naar Nederland, of praat ik mezelf dat aan? Wil ik naar Nederland, of wil ik dat de wereld me nodig heeft en dat ik de redder kan zijn?’

Millo laat me uitvragen. De zon begint oranje te kleuren en voorbij de horizon te zakken.

‘Mag ik een suggestie doen?’ vraagt hij.

—‘Graag.’

‘Wacht. Het is je nu niet helder. Ik krijg altijd een opgesloten gevoel wanneer ik mezelf tot een keuze dwing die ik nog niet kan maken. Het klinkt alsof je hebt gedaan wat je vandaag moest doen en nu is er ruimte. Neem die ruimte, je hoeft morgen niet terug.’

—‘Ja… dank je wel Millo…’

Even blijven we nog in de schemering zitten, dan loop ik terug naar het bureau om Paul te bellen via Skype. Hij en Marjan verschijnen meteen in beeld.

‘Je vader is in de tuin de heg aan het knippen’, zeggen ze vrolijk.

‘Neem je tijd, Mundo’, verzekeren ze me. ‘Als het hier niet gaat, trekken we aan de bel.’

—‘Ehm… oké. En wat is tijd voor jullie?’

‘Nou, een half jaar lijkt ons wat veel, maar voor nu vinden we het alleen maar leuk dat je vader er is.’

Het gaat er niet zomaar in, papa die ineens twee adoptieouders heeft, maar voorbij gevoelens van bezwaardheid voel ik vooral dankbaarheid. En ruimte. De druk is van de ketel. Ik hoef nu geen beslissing te nemen.

Vier dagen later is er geen twijfel meer. Ik voel een stroom die me naar Nederland beweegt en een heldere intentie. Ik wil papa’s proces meemaken. Ik wil het steunen en ervan leren. Niets daarvan hoeft in de weg te staan van ‘mijn’ leven. Dat voelt sterk. En spannend, want ik weet niet wat me in Nederland te wachten staat. Maar goed, dat weet ik feitelijk nooit.

De volgende ochtend sta ik bij de oprit van een snelweg. Drie dagen later heb ik het langste liftavontuur van mijn leven meegemaakt en sta ik bij papa op de stoep.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: