Hoofdstuk 5. Zonder geld

Beeld van een vogel door een verrekijker, met aan zijn poot een ketting.
13 maart 2016

‘Bey the wéé, ik heb een fantastisch boek over een man die zonder geld de wereld over liep. Ik ga kijken of ik het kan vinden.’

Tuinman Stevie is weer vriendjes met me. ‘Ja, nee, zo erg vond ik het niet hoor’, antwoordde hij toen ik hem gisteren vroeg of er nog iets dwars zat. ‘O, je noemde mij goeroe en niet girl? Hahaha, miscommunicatie!’

Miscommunicatie, kromme communicatie of geen communicatie; mij maakt het niet meer uit. Het is goed.

Mijn rugtas is gepakt, ik loop de slaapkamer uit en bots bijna tegen Stevie aan.

‘Heare, ah foond it’, zegt hij met een triomfantelijke glimlach.

Ik neem het boek aan. No Destination, lees ik op de voorkant.

‘Et’s a brelleant buke’, verzekert Stevie.

Ik ben het daar nu al mee eens.

René vindt het niet leuk dat ik ga, maar is blij dat ik ga. Ook hij ziet dat ik hier niet op mijn plek ben. Hij loopt met me mee naar de weg, samen met Stevie. Ik zie twee auto’s naderen en steek mijn duim omhoog. De tweede auto stopt.

‘Richting Fife?’ vraagt de bestuurder. ‘We kunnen je in Callander afzetten, vanaf daar gaan we de andere kant op.’

Ik omhels René en Stevie en stap in. Terwijl ik ze door de achterruit kleiner zie worden en ze vervolgens achter een eerste bocht verdwijnen, stelt de bestuurder zich voor als Richard. De vrouw naast hem heet Sue.

‘Zonder geld?’ vragen ze. ‘Wij hebben jarenlang met een tent rondgereisd, maar wel met geld. Zestig pond per dag hadden we, ieder dertig. Sommige plekken waren heel duur, op andere konden we met veel minder af.

‘Een bothy? Die ga je op Fife niet vinden. Bothy’s staan alleen in Noord- en Noordwest-Schotland.’

Mijn hoofd slaat alarm. Als er op Fife geen bothy’s staan, ga ik dan wel de goede kant op? Klopt mijn gevoel dan wel? Ratelratelratelderatel…

‘Nou, ik kreeg dus een beeld door,’ zeg ik, hopend op een bevestigend schouderklopje, ‘plus een richting en zelfs de naam Fife, dus daarom Fife.’

—‘Well, you gotta stick with your gut feeling.’

Phew.

Callander ligt op een steenworp afstand van Lendrick Lodge, dus mijn rit met Sue en Richard is gauw voorbij. Zij rijden naar het westen en ik loop richting het oosten. Eén, twee, drie, vier auto’s rijden mijn opgestoken duim voorbij en dan stopt Ian.

Ian is op weg naar een rugbywedstrijd, niet om rugby te kijken, maar om eventuele gewonden uit de menigte te verzorgen. Na een uur rijden houden we net ten noorden van Edinburgh halt.

‘Dat is de Forth Road Bridge,’ wijst hij aan. ‘Je kunt er via een voetgangerspad overheen lopen als je wilt.’

Ian rijdt naar het zuiden en ik loop richting het noorden. Mijn hoofd zegt dat ik trek heb, ook al heb ik geen trek, plus dat mijn ontstoken teen pijn doet. Toch maar even wat eten, vervolgt mijn hoofd, het is tenslotte alweer drie uur geleden dat ik heb gegeten, dus het is belangrijk om nu wat te eten. Maar laten we eerst een stukje de brug op lopen.

Halverwege de brug stop ik om mijn rugzak te openen. Bovenin ligt het zakje dat Stephen me vanochtend gaf.

‘Hier zitten wat gezonde snacks in,’ had hij erbij gezegd, ‘plus een gebedskleedje uit Peru.’

Ik pak het zakje en

hee… een envelop.

Briefje van Stephen met tekst: 'Beste Mundo, Je loopt door een prachtige deur. Ik ben dankbaar voor onze ontmoeting en geïnspireerd door je avontuur. Bij deze een kleine gift. Het komt vast van pas. Liefs, Stephen'

Vijftig pond. Ik voel een kleine golf van dankbaarheid door me heen gaan. En tjeemig de peemig, dit begint lucratief te worden. Vanochtend ontving ik ook al een vrijwilligersfooi van de Lendrick-manager. Die leek me niet te verstaan toen ik zei: ‘Dank je, maar ik heb het niet nodig’. Even wist ik niet wat te doen: afhouden of aannemen. Het werd aannemen. Net als twee keer eerder, toen mensen die me net een lift hadden gegeven ook geen ‘nee’ verstonden. Met Stephens gift en het wisselgeld dat niet bij Monica bleef, zal de pot nu ongeveer honderdvijftig pond tellen.

De pot gaat diep mijn tas in. Dat voelt raar, maar ook als het beste om te doen. Minder best voelt de eerste snack die mijn mond in gaat. Die zal vast heerlijk zijn, maar ik ben iets aan het weg-eten, mag ik al kauwend aan mezelf toegeven. Ik sta hier namelijk met een pakketje boeiende sensaties. Ik voel ruimte en tegelijkertijd benauwing, rust en tegelijkertijd spanning. Voor het eerst in mijn leven heb ik niet eens de illusie dat ik weet waar ik heen ga. Ik heb geen idee waar ik straks uit wiens auto stap, waar mijn volgende bed staat en wanneer er weer eten op mijn pad komt. Vandaag ben ik volledig afhankelijk van mensen die ik nog niet heb ontmoet en met wie ik ook niet heb afgesproken.

Trouwens, over eten gedacht …

Snack nummer 2 gaat mijn mond in. Want hartstikke leuk, die sensaties; ik wil door en ik moet door en ik moet goed eten, want het is inmiddels lunchtijd en

Ho, stop.

Dit ken ik.

Ik wil hier niet zijn.

Ik wil ergens anders zijn. Overal, maakt niet uit waar, als het maar niet hier en nu is. Dus wil ik door naar straks en verderop, want daar zal het beter zijn en daar ga ik rust vinden. Zogenaamd.

De brug loopt af en ik betreed het schiereiland Fife. Aan mijn rechterhand zie ik een dorp. Ik loop er heen met een linkerteen die pijn doet, best heel veel. Bij een bankje ga ik zitten om mijn schoen en sok uit te trekken. Oeh, ziet er niet zo best uit.

Waar mijn grote teennagel het liefst over de rand van mijn teen zou groeien, steekt hij nu in het vlees van een open wond. Waar geelgroen pus uitkomt. Ik maak de wond schoon, smeer de plek in met een zalf die de Lendrick-manager voor me maakte en laat de wond luchten.

Ik ben moe, voel me futloos, bleh… zegt mijn hoofd. En dan komen de beelden.

Ik zie mezelf wel of niet durven binnenlopen bij een huisarts en wel of niet durven vragen of die mij wil helpen, ook al heb ik geen verzekering.

Wil ik wel door een huisarts geholpen worden? wil mijn hoofd weten. Heb ik niet gewoon te vertrouwen dat mijn teen gaat genezen, net zoals Frank dat deed met zijn tandartsloze tanden?

Volgende scène: ik, die mensen smeekt om onderdak en vraagt om genade (niet letterlijk, maar wel met meelij-vragende ogen) voor zijn arme ziel.

Tjeemig wat een waanzinnig beeld…

—Ja, maar wat moet ik dan?! Ik ben toch

Ho, stop.

Dit ken ik ook.

Filmposter waarop ik sta afgebeeld als de figuur in Edward Munch' 'The Scream'. Tekst boven en onder het beeld: 'filmposter (tekst staat al in de tekening)— D.R.A.M.A. producties presenteert i.s.m. Negatieve Gedachten Films Raymundo Resink ARME IK Het zielige verhaal van een jongen die zichzelf zielig vond. Heel zielig. Want hij was alleen. Heel erg alleen.'

Mijn mondhoeken trekken omhoog en ik barst in lachen uit. De frisse buitenlucht die me net in elkaar leek te drukken, stroomt naar binnen. Ik voel mezelf weer ademen. In plaats van beelden in mijn hoofd zie ik de straat. Die hele straat was me nog niet opgevallen.

Wat is het ergste dat er kan gebeuren? hoor ik mezelf denken.

Weer krijg ik een beeld, niet van de dood maar van de nacht. Ik zie mezelf in het donker lopen. Ik zie mezelf omgeven door kou en zonder eten. Ik zie mezelf rusten in een bushokje.Er gaat iets vredigs door me heen.

Ik heb voor hetere vuren gestaan, denk ik. Ook voor koudere.

Ik kijk om me heen. Het vredige gevoel krijgt woorden.

Er is geen volgend beter moment.

Ik weet niet wat komen gaat. Dat weet ik nooit. Ik heb niets om aan vast te houden, nooit, behalve hier en nu.

Leunend naar achteren, voel ik mezelf verder ontspannen. Het hout van de bank lijkt zachter dan net. Ik voel me beter — hee, ik voel me beter…

Voor eten, gezelschap en een onderkomen ben ik inderdaad afhankelijk van mensen die ik nog niet heb ontmoet, maar voor mijn innerlijke welzijn niet. Daarvoor heb ik mezelf. Het staat me vrij om onderdak en eten te vragen, zonder een ‘ja’ nodig te hebben of een ’nee’ te hoeven vrezen. Ik kan mensen open benaderen, vanuit ruimte en benieuwdheid in plaats vanuit behoeftigheid, kleverigheid of zuigendheid. Man, wat voelt dat krachtig en tegelijkertijd nederig. Man, wat een ruimte…

Ik ken dit gevoel. Ik ken het van meditatie, van Qigong, van workshops die ik volgde, van mijn eerste bergtocht in Schotland en van een keer dat ik op de WC zat. Toch voelt het vers. Alsof ik opnieuw voor het eerst meemaak hoe het is om volledig, hier, nu te zijn.

En wat van het ergste dat ik net zag gebeuren? Vind ik eigenlijk niet zo erg. Ik ben er eigenlijk wel benieuwd naar, een hele nacht in de vrieskou, zonder eten.

Oké, leuk, Mundo, en nu door want anders hebben we vanavond geen bed, geen eten, geen gezelschap en…

Ho, stop.

Hihi.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: