Hoofdstuk 5. Zonder geld

Beeld van een vogel door een verrekijker, met aan zijn poot een ketting.
28 februari 2016

Er is op Bute een vrijwilligersgroep die Syrische vluchtelingen opvangt. Monica is er onderdeel van. Ze maakt de nieuwkomers wegwijs en geeft elke week Engelse taalles. Ter viering van de internationale ontmoeting, stond er gisteravond er een Syrisch-Schotse House Party op de agenda. Ik mocht ook komen.

Rond zes uur liepen Monica en ik de Community Hall van het havendorp in. De ruimte was groot, met een hoog plafond dat door houten balken werd gedragen. De muren hadden een typisch Britse groenbeige kleur. Aan één kant van de hal stond een lange tafel vol met Schotse en Syrische gerechten. Monica en ik zetten onze kooksels erbij en ik ging naar het podium kijken. Half verscholen achter discolichten en een rookmachine stonden twee DJ’s. Ieder had een microfoon in de hand. Eén was een man van in de veertig die zijn afspeellijst opleukte met Engelse kreten. De ander was een jonge tiener die hetzelfde deed, maar dan in het Arabisch. Ik vond het een lief tafereel.

Ik heb geen zin in deze herrie, zei mijn hoofd. Iedereen staat aan de kant te wachten. Niemand wil dansen. Ik ook niet en ik ga sowieso niet als eerste. Een paar tellen later sprong ik met Syrische kinderen door de hal. Nog wat tellen later nam een rij Syrische mannen me mee in een traditionele dans, om daarna op het ritme van Schotse Cèilidh-muziek zigzaggend door een haag van mensen te huppelen.

Mijn glimlach gisteravond was geen masker. Wat een hartverwarmend samenkomen van culturen die kortgeleden nog duizenden kilometers van elkaar gescheiden waren…

Monica zegt dat Bute een voorbeeldreputatie begint te krijgen op het gebied van vluchtelingenopvang. En dat de komst van de Syrische families iets bijzonders doet met de eilanders.

Mensen die al jaren dichtbij elkaar wonen, maar nooit iets met elkaar van doen hadden, worden via Syrische families vrienden. Een Schotse vrouw stelt haar lunchzaakje beschikbaar voor een Syrische kok die graag een avondrestaurant wil beginnen. De lokale voetbalclub springt een gat in de lucht wanneer een Syrische voetballer hun eerste team komt versterken. Een man wordt gearresteerd wegens ‘racistische opmerkingen die tot geweld aanzetten’ en eilanders vormen een front om Paparazzi-journalisten uit de buurt te houden.

De nieuwkomers weten niet hoe vaak ze dank je wel moeten zeggen, had Monica me verteld. Gisteren mocht ik die dankbaarheid meemaken: het regende dank je wellen. Zelfs ik werd continu bedankt. Ik zie alleen niet wie wie hier aan het helpen is. De vluchtelingen-‘problematiek’ doet de eilanders uit een schulp komen waar ze heel lang hebben ingezeten..

Gisteravond was ook mijn eindfeest, want vandaag vertrek ik van het eiland. Mijn tas is gepakt, mijn kamer schoon en nu sta ik tegenover Monica met een zakje in mijn hand.

‘Hier zit wisselgeld in van eerdere reizen naar Groot-Britannië’, zeg ik. ‘Het is ongeveer vijfentwintig pond. Ik heb het meegenomen om weg te geven en ik wil het jou graag geven.’

Verbaasd kijkt ze naar het zakje.

—‘Mundo, ik vind dit heel attent, maar weet je wat? Ik laat het bij jou. Stuur me maar overvloedige energie vanaf je verdere reis.’

‘Weet je het zeker? Ik ga het niet gebruiken en geef het je graag.’

—‘Ja. Ik kan het geld goed gebruiken, maar dit voelt beter.’

Monica rijdt me naar de noordkant van het eiland. Vanaf daar is het slechts vijf minuten varen naar het vasteland. Ze wenst me alle goeds en zwaait me uit terwijl ik de kade oploop. Het wisselgeld zit weer diep mijn tas.

Mijn maag liegt er niet om: ik vind het opnieuw spannend, reizen zonder geld. Als eerste benader ik het bootpersoneel, twee mannen. Die lijken mijn vraag het liefst te ontwijken. ‘Je moet bij haar wezen,’ vertellen ze, wijzend naar een vrouw aan de overzijde, ‘wij hebben er niets over te zeggen.’

Even weet ik niet wat te doen. Overvaren en aan de andere kant wel zien? Aan deze kant een sponsor vinden? Ik besluit het tweede te doen. Ik loop naar de rij wachtende auto’s. Bij de eerste drie blijven de ramen dicht; de vierde geeft me een kier. Ik zie één man. Hij luistert naar mijn vraag, zegt ineens ‘Jesus Christ!’, geeft me twee pond en draait het raam weer dicht.

‘Het móet niet hè?’ zeg ik door het dichte raam. De man kijkt strak vooruit.

Het personeel wenkt de voorste auto. Samen met een handjevol andere voetgangers loop ik de veerboot op. Via een trap betreed ik de voorsteven. Beneden op het autodek zie ik mijn sponsor uit zijn auto stappen. Eigenlijk wil ik naar hem toe om contact te maken, maar ik durf niet. Ik schaam me en voel me weinig welkom.

De boot laat het eiland los en tuft richting de overkant. Mijn gezicht warmt zich aan een zon die vandaag on-Schots overvloedig schijnt. Ik heb een lange rit voor de boeg en de middag beweegt alweer richting avond, maar daar ben ik nu niet mee bezig. Er is zon, het water glinstert en ik geniet van een fenomenaal uitzicht.


Geïnspireerd?

Miracle Project logo off-white 1Mb

Help anderen dit boek te vinden door deze website te delen

en/of steun onze missie: