17 juli 2016
Op vijf minuten lopen van de kapel begon Millo’s land. Eerst kwam ik langs een grote ruïne en toen, achter een grote Mimosaboom, zag ik een klein huis. In de deuropening verscheen een korte, robuuste man met een ronde neus en een open gezicht. Millo heette me welkom en leidde me rond. Ik waande me in het paradijs. De bergwind die zachtjes door de bomen ruiste, gaf ook op het land een aangename, frisse rand aan de bloedhete vijfendertig graden. De namiddagzon kleurde het landschap lichtgoud en zomergroen. Soms hoorde ik in de verte een hond, een kettingzaag of een auto, maar het waren vooral de zachte wind en het geluid van de vogels die de boventoon voerden. Met daaronder een haast heilige stilte.
’s Avonds ontmoette ik Millo’s vriendin Fran. Ik kookte en we aten in de gloed van de ondergaande zon. Even later werden we bijgeschenen door een volle maan. Toen ik me te rusten legde, bleef ik luisteren naar de vogels, totdat de laatste ophield met kwetteren.
Ik mag een kamer bewonen in het kleine, oude huis dat Millo tot ontmoetingsplaats heeft omgedoopt. Zelf slaapt hij in een oude caravan tegenover het huis. Op mij na zijn er momenteel geen gasten. Douchen deed ik vanochtend op een paar minuten lopen de heuvel af, in een eeuwenoude stenen watertank die langzaam overloopt van het koude bergwater dat erin sijpelt.
Mijn eerste volle dag in Portugal wordt geen rustdag. Het is meewerkdag, ik mag meewerken en dat wil ik. Millo en ik maken een korte rit naar Gonçalo en Rita, een Portugees stel dat sinds anderhalf jaar in de regio woont. Ze zijn onderdeel van de beweging waarover ik las in Millo’s ‘Reoccupy Portugal’ manifest. De beweging telt inmiddels tientallen mensen en heeft een naam gekregen: Earth Neighbours.
Earth Neighbours heeft als doel om stukken van de planeet tot leven te brengen, om elkaar daarin te versterken en om bij te dragen aan een houdbare economie die de waarden van Moeder Natuur respecteert. Op meewerkdagen komt de voltallige groep bij elkaar om één lid of stel uit de groep bij te staan.
Ik deel mezelf in bij de ploeg die bramenstruiken gaat ruimen en ben er perfect op gekleed. Na een half uur zitten mijn onderbenen vol met schrammen en bloed. Ik heb er geen last van en vind het zelfs leuk. Dit voelt als vroeger, buiten spelen en ravotten en vol schrammen thuiskomen voor limonade.
Een Nederlander genaamd Rohan begeeft zich in hetzelfde stukje levensgevaarlijke bramenwoud als ik. We bloeden bijna dood, zo gevaarlijk is het, maar we gaan door want ons bloed is voor een groter goed.
Rohan vertelt dat hij met zijn vriendin Clara op een stuk grond van twee hectare woont. ‘We waren op weg om een ander stuk land te bekijken toen we tegen dit stuk aanliepen. Het betoverde ons meteen. We vroegen de eigenaar of we een week mochten kamperen om te proeven. Dat mocht. In die week ontdekten we tussen de woekerende bramenstruiken een stel waterbronnen, olijfbomen en een heleboel mogelijkheden.
‘De eigenaar wilde tienduizend euro. We gingen terug naar Nederland, vroegen rond voor een lening en kregen zevenduizend euro bij elkaar. Terug in Portugal vertelden we de eigenaar: “Dit is wat we kunnen geven; meer hebben we niet.” Hij ging akkoord.
‘Dat was vier jaar geleden. De lening hebben we terugbetaald door in Nederland te werken. We zijn nog niet volledig zelfvoorzienend, maar we hebben steeds minder geld nodig om te overleven. Vijfduizend euro geeft ons genoeg voor een jaar. Soms verdienen we dat geld in Nederland, soms hier in Portugal.
‘Momenteel klussen we aan een huis hier in de buurt. Het is leuk werk, maar we investeren onze tijd liever in het land waar we wonen. Elke keer dat we een paar dagen elders aan het werk zijn geweest, moeten we alles bijtrekken dat even geen aandacht heeft gekregen.
‘Volgende week organiseren we onze eerste meeleefweek. Als we dat vaker kunnen doen en daar inkomsten uit kunnen halen, zitten we gebakken. Dan doen wij wat we leuk vinden, krijgt de grond wat de grond verdient en ontvangen we ook het geld dat we nodig hebben om de grond te blijven geven.’
Een bel klinkt. Lunchtijd. We worden verrast met een heerlijke, vers gemaakte maaltijd.
’s Middags rijden Millo en ik terug. Rohans verhaal galmt door me heen, net als dat van Daniel, Carla en Iris.
Wat als Rohan en Clara geld zouden verdienen, puur en alleen door wat ze de aarde geven?
Wat als Daniel een basisinkomen zou krijgen, puur en alleen voor het uithangen van de clown?
Wat als geldschepping niet gepaard zou gaan met het creëren van schuld, maar met het tot leven brengen van stukken grond, van groen en van menselijk geluk?


